Gastblogger Febe Verelst: De onbekende patiënt

ANW-dienst Vanwege mijn onzekerheid met acuut zieke patiënten start ik mijn weekenddienst in de hoop dat het rustig blijft. Al vroeg word ik gebeld over een voor mij onbekende patiënt op de revalidatie-afdeling van het ziekenhuis waar ik als aios ouderengeneeskunde stage loop. Een warrig verhaal van de verpleegkundige maakt me bezorgd, dus ik vertrek onmiddellijk. De 91-jarige patiënt heeft onlangs een pacemaker gekregen, met als complicatie een klaplong. Gisteren is hij stabiel overgeplaatst naar onze afdeling. De verpleging, die de man ook niet kent, vindt hem kortademig en versuft. Pingpongen Ik tref hem aan met een onregelmatige ademhaling die ik niet kan plaatsen en hij is niet aanspreekbaar. We besluiten per direct te starten met vernevelen en het geven van extra zuurstof. Ik overleg met mijn supervisor en er volgt ‘gepingpong’ tussen verschillende specialisten. De cardiologie-assistent vindt dit een probleem van de longgeneeskunde. De longarts staat vast in de lift, dus adviseert hij mij om de IC-arts in consult te vragen. Wanneer de IC-arts arriveert blijken onze interventies effectief maar zodra hij de afdeling verlaat, stort de patiënt weer in. Ik twijfel of ik de patiënt nog zal laten beoordelen door een cardioloog of longarts, maar ik voel een blokkade. Ik wil weten wat patiënt zelf zou willen, maar met hem zelf is nu niet te communiceren. Hij heeft geen nabije familie en er blijken geen beleidsafspraken te zijn vastgelegd. Ik vraag een longfoto aan en bel zijn thuiszorgmedewerker, de enige contactpersoon die hij heeft. Ondankbaar De thuiszorgmedewerker geeft aan dat zowel hij als de patiënt in de afgelopen weken een snelle achteruitgang hebben bemerkt en dat de patiënt daarom een testament heeft opgesteld. Ze hebben een goede band met elkaar opgebouwd, hij heeft hem vaak bij ziekenhuisafspraken ondersteund, maar medische beslissingen wil hij, namens de patiënt, niet nemen. Ik bel een tweede thuiszorgmedewerker en deze adviseert mij om niet alles uit de kast te trekken. Patiënt vertelde haar deze week nog dat hij elke dag teleurgesteld is dat hij wakker geworden is, want "Zijn motortje is op…" Het vooruitzicht is het verpleeghuis en ze verwacht niet dat hij daar ooit zal aarden. Ondertussen is de longfoto gemaakt die een forse longontsteking laat zien. Ik bel de longarts, ondertussen bevrijd uit de lift. Hij bevestigt mijn conclusie, geeft aan dat er geen plek op zijn afdeling is en adviseert de patiënt te behandelen voor zijn aspiratiepneumonie. Via de tweede thuiszorgmedewerkster kreeg ik het telefoonnummer van een nicht van de patiënt. Haar schets ik mijn dilemma: haar oom heeft recent een pacemakeroperatie ondergaan, maar uit de informatie die ik nu heb, lijkt een terughoudend beleid mij gepast. Ik stel de vraag die blijft rondspoken: waarom heeft deze 91-jarige man nog gekozen voor een pacemaker? Zijn nicht antwoordt: na vele doktersbezoeken vanwege wegrakingen, bleek een pacemaker de enige zinvolle therapie. Weigeren van deze operatie zag hij als ondankbaarheid jegens zijn artsen, dus aanvaardde hij de risico's. We spreken af om geen antibiotica te geven, totdat we hem zelf hebben kunnen spreken. Ondertussen is het avond. De nicht bladert samen met haar oom in een prachtig militair fotoalbum. Hij lijkt helderder dan vanochtend en ik vraag of hij zich kortademig voelt. Hij antwoord dat hij moet poepen. Wanneer hij onze verwarring opmerkt, denkt hij dat we hem niet goed hebben verstaan en roept: "POEPELEPEE!". Ik betwijfel of ik met deze man een beleidsgesprek kan voeren, maar waag een poging. De hemel "U heeft een zware longontsteking en ik wil u behandelen voor uw kortademigheid." Hij antwoordt: "Dat hoeft niet hoor". Ik leg uit dat we hem kunnen proberen te genezen met antibiotica, maar dat we ook kunnen kiezen om alleen zijn klachten te verminderen en dat ik verwacht dat hij daarna snel zal sterven. Dat laatste lijkt hem wel wat. Zijn nicht knikt berustend en zegt dat ze dan bij deze afscheid neemt. Terwijl de verpleging de medicatie pakt, blijf ik bij hem zitten en bekijken we foto's uit zijn diensttijd, foto's met kameraden, foto's met blokfluit. Ik vraag of hij nog ergens behoefte aan heeft. Het gesprek verloopt steeds trager en na een minuut zegt hij: "Dokter… ik ben niet katholiek hoor". Ik neem aan dat hij doelt op een laatste sacrament en vraag hem waar hij dan wel in gelooft. "Ik ben protestants, dan geloof je in de hemel." Ik antwoord dat de kans groot is dat hij binnenkort aan zijn reis naar de hemel gaat beginnen. Hij krijgt een ondeugende blik op zijn gezicht en antwoordt: "Ik denk het niet". Ik wens hem een goede reis. Hij overlijdt die nacht. Ik besef dat ik prima om kan gaan met acuut zieke patiënten en ben blij dat ik de tijd kreeg om deze patiënt hierin te begeleiden. Deze blog verschijnt tegelijkertijd in het Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde.meer...

Zo moeilijk kan het toch niet zijn?

Het fenomeen probleemgedrag Ik denk dat ik oud begin te worden. Niet als ik bedenk dat ik dagelijks vol ongeloof aangekeken word wanneer ik mij voorstel als ‘de dokter’. Wél als ik bedenk hoe lang het geleden is, dat ik voor de eerste keer in de schoolbankjes hoorde over het fenomeen 'probleemgedrag' en hoe ik daar toen over dacht. ‘Gedrag dat lijdensdruk of gevaar voor een persoon met dementie veroorzaakt, of voor de mensen in de omgeving’, aldus de docent die ontzet vervolgde met het feit dat dit gedrag ‘bij wel 80% van de bewoners op een gesloten dementie-afdeling gezien werd!’ Ik vond dat stiekem wel meevallen en ik vroeg me af wat er zou gebeuren als de deur van ons studentenhuis ineens dicht gedaan zou worden en wij langs de lat van probleemgedrag gelegd zouden worden. Ik dacht dan meer aan 99%. En wij hadden nog iets te zeggen over nieuwe huisgenoten. Zelfs met alle vrijheden die ik als student had, leed ik zo nu en dan ernstig onder het gedrag van mijn huisgenoten. Midden in de nacht het harde geluid van schietspelletjes aan het einde van de gang. Het vrijende stelletje op de gedeelde badkamer die iedereen in verlegenheid bracht. Het meisje dat na een nacht goed doorzakken naast de bank in de woonkamer gebraakt had. Of gewoon de afwas die voor de honderdste keer bleef staan. Vertonen we niet allemaal vormen van probleemgedrag? Eenvoudig of een hele puzzel Ons studentenhuis had bijna geen personeel nodig; met een schoonmaakster kwamen we een heel eind. Zo moeilijk kon het dan toch allemaal niet zijn op zo’n afdeling? Je doet je oordoppen in, vraagt het stelletje om hun escapades op hun eigen kamer voort te zetten, of zet een dweil en emmer demonstratief voor de deur van het meisje die daar haar roes aan het uitslapen is. Maar de vrouw met dementie die midden in de nacht aan alle kamerdeuren aan het rammelen is, moet misschien wel nodig naar het toilet dat ze niet meer kan vinden. Of is op zoek naar haar ‘kleine meisje’ die ze zachtjes hoort huilen op de gang. Als mensen zich niet meer goed kunnen uiten is het vaak puzzelen voor de verzorging om uit te vinden wat er aan de hand is. Daar komt nog bij dat de meeste bewoners door de jaren heen een bonte verzameling aan chronische ziektes verzameld hebben, die zich allemaal nét anders en het liefst door elkaar heen presenteren. Om daar nog enigszins wijs uit te worden heb je goede verzorgenden nodig, die de bewoners écht kennen en goed naar hen kijken en luisteren. Knap geregeld Het is eind augustus en ik zit bij de barbecue op het terras van de verpleegafdeling. Het is een mooie zonnige dag. Naast mij zit mevrouw Janssen. Goed opgedoft voor de gelegenheid met haar parelketting en blauwe hoedje op. ‘Wanneer komt mijn man?’, vraagt ze en ze pakt mijn onderarm stevig vast. Haar nagels drukken net iets te hard in mijn vel en ze kijkt me wanhopig aan. Ik realiseer mij plotseling dat ik niet weet of haar man nog leeft. Ik weet niet eens of ze überhaupt ooit een man gehad heeft. Misschien is de man naast haar wel haar man. Ik voel mijn hart bonzen. Wat te doen? ‘Weet u wanneer mijn man komt?’, herhaalt ze, nu enigszins gepikeerd. Verschrikt kijk ik op. Ik zie dat een van de verzorgenden onze kant is opgekomen. Ze slaat een arm om mevrouw heen. ‘Jaap komt zo. Hij komt altijd rond half zes.’ Mevrouw Janssen begint te lachen en laat mijn arm los. Ik ruik het gebraden vlees van de barbecue. Er wordt muziek gespeeld, enthousiast geproost, gedanst en luidkeels meegezongen. De gemiddelde studentenkroeg is er niets bij. Voor mijn neus wordt een van de bewoners in haar rolstoel de dansvloer opgesleept om met een grijns van oor tot oor zich heen-en-weer te laten zwieren. Onder de parasol zit een man stilletjes van zijn kleingesneden hamburger te genieten. In de serre, met uitkijk op het feestgedruis maar nét in de stilte, zit een frêle vrouw in een grote comfortabele rolstoel. Ze kijkt tevreden naar buiten, terwijl haar hoofd wiegt op het zachte geneurie van de verzorgende die haar geduldig iets te drinken geeft. En dan realiseer ik me iets. Hoe knap het eigenlijk is dat dit zó goed gaat. Én, dat ik nooit zo'n goed geregeld studentenhuis gezien heb. Meelopen met Lotje ? Lotje Oosterbaan werkt momenteel als specialist ouderengeneeskunde bij Amaris in ’t Gooi waar ze met name op de chronische afdelingen en in samenwerking met de huisartsen werkt. Daarnaast werkt zij voor Familysupporters als eerstelijns consulent in Almere. Lotje ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met geneeskundestudenten en basisartsen die geïnteresseerd zijn in het specialisme ouderengeneeskunde. Zij is ook beschikbaar voor meeloopdagen. Interesse? Mail Lotje! meer...

Sorry dokter

“Sorry dokter” fluistert ze met gebroken stem, wanneer ik bij haar kom zitten. Haar ogen staan dof, terwijl deze eerder met zoveel plezier de wereld in keken. Acht weken geleden werd ze opgenomen in het ziekenhuis met een herseninfarct. Een week later kwam zij bij ons voor revalidatie. Aanvankelijk herstelde ze goed en liep ze trots met haar rollator over de afdeling. Ze sprak over naar huis gaan en ze wilde weer gaan koken voor haar familie. Ze was afkomstig uit Indonesië en koken was haar lust en haar leven. Twee weken later ging het ineens slechter. Het lopen werd moeizamer. Uit bed komen kostte meer energie. Ze ging steeds minder eten en drinken. We spraken met haar en haar familie over insturen en verder onderzoek. Maar terug naar het ziekenhuis of nog bloed prikken, nee, dat wilde ze absoluut niet meer. “Sorry dokter, maar het is goed zo” was haar antwoord. In de dagen die volgden ging zij geleidelijk aan verder achteruit. We spraken over het hospice, maar ze koos ervoor bij ons op de afdeling te blijven. Een paar dagen later is ze rustig overleden. Trots Vorige week kwam haar dochter nog langs op de afdeling. Ze vertelde over de uitvaart en dat haar zoon op de piano een lied had gespeeld voor zijn oma. Ze liet een foto zien van haar moeder en vertelde hoe trots ze was. Trots op de kracht die haar moeder nog had, ondanks haar gebroken lichaam en de energie die langzaam verdween. Ze prees zich gelukkig dat haar moeder nog afscheid had kunnen nemen van haar broers. Ze bedankte ons voor de goede zorgen. Dankbaarheid De dood hoort bij het leven en in ons vak is de dood nooit ver weg. Ik zal deze mevrouw niet snel vergeten, vanwege de excuses die ze maakte voor haar achteruitgang. De zorg die we haar hebben kunnen bieden rondom haar levenseinde is een boeiend en dankbaar onderdeel van ons beroep. De dankbaarheid van de dochter deel ik graag met jullie in deze blog. Ik heb alleen nooit toestemming kunnen vragen aan mijn cliënte: “Sorry mevrouw”.meer...

Gastblogger Marianne Vos: Oude bomen verplaats je niet

Koffie Ze doet de deur open en zegt stralend ‘Dag dokter’ en al snel daarna: ‘Gaan we buiten zitten met dit lekkere weer?’ Water drinken zit er niet echt in bij deze generatie Brabanders, dus omdat ik geen fris hoef, neem ik ondanks de warmte een kopje koffie aan. Buiten zitten doen we toch maar niet, de buren zitten daar en wie weet wat die horen… Die koffie krijg ik van een stoere zoon. Hij is erg blij dat ik er ben. Waarom dat is, wordt al snel duidelijk. Ik kom volgens moeder (de patiënte) om te bepalen of ze nog in haar huis kan blijven wonen. ‘Dat krijg je als je ouder wordt, hè.’ Moeder ziet er vrolijk, fit en gebruind uit en heeft nergens last van. Het gaat allemaal wel prima, volgens haar. Fietsen, koken, verder lekker buiten zitten, puzzeltjes maken, Libelles lezen… Moeder versus zoon Dit komt er in werkelijkheid niet zo vlot uit als hier geschreven staat. Niet omdat moeder geen vlotte babbel heeft, die heeft ze namelijk absoluut wel, maar omdat de zoon haar steeds onderbreekt en toch wel een wat andere versie van het verhaal geeft. Vanwege haar conditie heeft moeder een elektrische fiets. Daarmee fietst ze haar bekende rondje in de stad, ze gaat daar ook niet buiten. ‘Bent u weleens gevallen op de elektrische fiets?’ vraag ik, gezien het hoge aantal ongelukken bij ouderen met e-bikes. ‘Nee, dat niet. En verder ook niet eigenlijk’. ‘Toch wel ma, vorige week nog, op de stoep’. ‘Oh ja.’ Gedurende het gesprek krijg ik meer zicht op wat er speelt. Koken doet moeder eigenlijk niet, maar ze vergeet dat ze dat niet meer doet. Net als werken met de computer, boeken lezen en boodschappen doen. In werkelijkheid is al maanden het gasstel niet aangeraakt. Zelfs opwarmmaaltijden vergeet ze uit de magnetron te halen. Medicijnen vergeet ze in te nemen, zelfs met een baxterrol. Gelukkig komt daarvoor sinds kort thuiszorg. Die zijn aanwezig bij het innemen van de medicatie. De drie kinderen, van wie er één echt dichtbij woont, doen boodschappen, helpen in het huishouden en leveren maaltijden aan. Het is te doen, maar de snelheid van de achteruitgang baart hen veel zorgen. Zo kan het toch eigenlijk niet meer. Ze woont al 55 jaar in dit huis. Lief en leed heeft ze gedeeld met haar man, die twee maanden geleden plots is overleden. Eigenlijk wil ze nog wel blijven, maar als haar zoon zegt dat het niet kan, dan luistert ze daarnaar, toch? Daarom zijn ze gaan kijken in de buurt. Bij de nonnetjes. Dat was helemaal niets. Een kleine kamer op een gesloten afdeling. Maar ze hebben ook een bezoek gebracht aan een mooi verzorgingshuis met een prettig eigen appartement. Daarvoor hebben ze alvast een indicatie aangevraagd. Twijfels en beslissingen Een beetje beteuterd kijkt moeder wel. Het is daar mooi, maar haar eigen huis is toch ook mooi. De zoon legt de twijfels van de kinderen aan mij voor en kijkt mij vragend aan: op dit moment heeft moeder niet eens zo veel zorg, moeten ze deze stap al wel nemen? Doen ze haar financieel niet te kort? Kan ze niet nog een jaar thuis blijven met meer hulp? Maar wat als de verslechtering inderdaad rap gaat… Ik slik. Gelukkig heb ik nog hulp van mijn opleider bij het doorhakken van knopen.meer...

De kracht van de vertraging

Woensdagmiddag, half vijf en ik zit in de artsenkamer van het verpleeghuis. Waarom belt die apotheker nu niet terug? Verwijtend kijk ik naar mijn telefoon. Bij mij moet altijd alles snel. Ik wil snel antwoord, ik wil snel weten hoe het zit. Ja, ik durf het ook vrij snel toe te geven: ik ben nogal ongeduldig van aard. Mevrouw De Groot Ik ben net terug van een spoedvisite bij mevrouw De Groot. Ze ligt al de hele dag in bed, en de verpleging weet niet precies wat haar mankeert. Haar gezicht vertrekt als ze verzorgd moet worden. Rustig leg ik mijn hand op haar hand en knijp er voorzichtig in. Een paar tellen lijkt het alsof mevrouw De Groot niets doorheeft van mijn aanwezigheid. Ik kijk naar haar borstkas, die snel op en neer gaat. En dan zie ik ineens haar ogen helderder worden. Ze kijkt me aan. ‘Ik ben de dokter, ik hoorde dat u zich niet goed voelde’. Ze knikt. Ik vertel dat ik haar kom onderzoeken en rustig probeer ik haar te helpen ontkleden. Eén beweging te snel en ik ben haar al weer kwijt. Ze kijkt weg in de verte. Het duurt zeker twintig minuten, voordat ik haar heb nagekeken en moet concluderen dat zij een longontsteking heeft. Ik loop met de verzorgende de gang op en ratel daar mijn conclusie en voorgestelde beleid. 'Het lijkt altijd alsof je alle tijd hebt met de bewoners', zegt ze verbaasd en mogelijk iets teleurgesteld. Reinbert de Leeuw Die avond, Tivoli Vredenburg, half negen. Een oude lange man met spierwit haar verschijnt ten tonele. Hij houdt zich vast aan de leuning terwijl hij de trap op komt. Zijn schouders steken puntig uit in zijn net iets te grote pak. Bedachtzaam loopt hij naar de vleugel in het midden van de zaal. De zaal wordt donker, alleen zijn knokige vingers boven de toetsen vangen het licht van de schijnwerper. Reinbert de Leeuw, 79 jaar, speelt Satie. Al snel hoor ik de klanken vertragen, zijn pianospel wordt zachter en geleidelijk hoor ik de zaal verstillen. Geen kuchjes meer, geen geschuur van broeken van mensen die gaan verzitten. Iedereen op het puntje van zijn stoel. Ik hoor alleen nog maar de muziek. De tijd vliegt voorbij en voordat ik het doorheb, sta ik in mijn jas buiten. Een beetje verdwaasd. Het waait hard, er racen luid bellende fietsers voorbij en, terwijl ik de drukke Utrechtse busbaan oversteek, realiseer ik mij iets: mevrouw De Groot en Reinbert de Leeuw delen een bijzondere gave. Ze weten mij te kalmeren. Meelopen met Lotje ? Lotje Oosterbaan werkt momenteel als specialist ouderengeneeskunde bij Amaris in ’t Gooi waar ze met name op de chronische afdelingen en in samenwerking met de huisartsen werkt. Daarnaast werkt zij voor Familysupporters als eerstelijns consulent in Almere. Lotje ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met geneeskundestudenten en basisartsen die geïnteresseerd zijn in het specialisme ouderengeneeskunde. Zij is ook beschikbaar voor meeloopdagen. Interesse? Mail Lotje! meer...

Gastblogger Céline Nabers: Seksualiteit bij ouderen, hot or not.

Aandacht in de media De laatste jaren heb ik het idee dat er steeds meer aandacht is voor seksualiteit bij ouderen, althans in de politiek en in de media. In april 2016 is er op de NOS te lezen dat minister Van Rijn in een motie aan de Tweede Kamer oproept om seks en intimiteit bespreekbaar te maken in het verpleeghuis en dat het taboe eraf moet. In 2017 presenteert Sophie Hilbrand op BNNVARA het tv-programma ‘Hotel Sophie’, waarbij ze ouderen ontvangt in haar hotel om te praten over seksualiteit anno nu. En in 2018, heel toepasselijk op 14 februari ‘Valentijnsdag’, staat er een artikel in de Trouw ‘Ouderen missen romantiek en seks, dat leidt tot fikse klachten’. Dit artikel is gebaseerd op onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het is de eerste keer dat er gevraagd is naar de seksuele behoefte van ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen. Aandacht in het verpleeghuis Maar… in het verpleeghuis waar ik werkte als arts in opleiding tot specialist ouderengeneeskunde, merkte ik, dat er helemaal niet veel aandacht was voor seksualiteit bij ouderen. Hoewel ik wel degelijk zag dat de behoefte er was. Zo was er de bewoner op de gerontopsychiatrische afdeling die iedere drie weken bezoek kreeg van een prostituee. Of de vrouw op de somatische afdeling met een halfzijdige parese en een forse afasie, die zich soms met haar partner terugtrok op haar kamer. Als het bordje ‘Niet storen a.u.b.’ door hen werd opgehangen wist het personeel van de afdeling genoeg. En dan nog de dementerende vrouw, van wie de man na 65 jaar huwelijk overleed, waarna zij binnen een week werd opgenomen in het verpleeghuis. Wanneer ik haar ontmoette, had mevrouw behoefte aan een knuffel. Mijns inziens heel begrijpelijk, maar wie geeft die? De vraag stellen In het kader van de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde, heb ik onderzocht of de specialist ouderengeneeskunde (in opleiding) tegenwoordig vraagt naar de behoefte aan seksualiteit van zijn/haar patiënt(e). Deze resultaten heb ik vergeleken met een gelijkend onderzoek van M. Verkuijlen uit 1996: ‘Vragen die worden overgeslagen’. Hierin stelt zij dat bijna geen enkele arts naar de behoefte aan seksualiteit van bewoners in het verpleeghuis vraagt en ze roept op seksualiteit in het verpleeghuis uit de taboesfeer te halen door onder andere seksualiteit bespreekbaar te maken met de patiënt. Nog steeds een onderbelicht onderwerp De resultaten van mijn onderzoek laten zien dat de seksuele behoefte van ouderen nog altijd niet frequent wordt uitgevraagd door specialisten ouderengeneeskunde (in opleiding). In 1996 deed 2% van de ondervraagden dit en nu 11%. De houding ten aanzien van seksualiteit bij ouderen is heel positief, maar veel artsen vinden het niet hun verantwoordelijkheid de behoefte aan seksualiteit van de patiënt(e) uit te vragen. Het is onwaarschijnlijk dat dit onderwerp ter sprake wordt gebracht door de patiënt(e) zelf, de naasten of het verzorgend/verplegend personeel, waardoor seksualiteit bij ouderen nog altijd een onderbelicht onderwerp is. Beleid en verantwoordelijkheid Ik wil alle verpleeghuizen dringend verzoeken om een duidelijk beleid te maken omtrent seksualiteit bij ouderen, onder andere door af te spreken wie er verantwoordelijk is voor het uitvragen van de seksuele behoeftes van de patiënt(e). Mijn inziens behoort de inventarisatie tot het takenpakket van de specialist ouderengeneeskunde. Immers wie van onze kwetsbare oudere patiëntenpopulatie heeft geen ‘recht’ op problemen op het gebied van intimiteit en seksualiteit, alleen al gezien de polyfarmacie en multiple comorbiditeiten bij deze doelgroep.meer...

De kunst van het doorvragen (2)

Als arts op de revalidatieafdeling zorg ik voor een 78-jarige man, we noemen hem Jan. Jan heeft prostaatkanker, en is daarvoor behandeld met bestraling en een operatie. Het traject daarna is een drama met nierbekkenontsteking, perforaties en her-operaties. Uiteindelijk wordt Jan ernstig verzwakt ontslagen naar de revalidatie, om aan te sterken en daarna weer thuis te kunnen wonen. “Het ziekenhuis kan niets meer voor u doen” Lang duurt de adempauze niet: een maand later ontwikkelt Jan een fistel tussen blaas en darm. Hij moet naar het ziekenhuis voor behandeling. De kans op genezing is klein, aangezien het weefsel beschadigd is door de bestraling. Alwéér een complicatie… Ik zie de prognose somber in, en deel dit als hij terugkomt in een gesprek met Jan. Jan heeft veel pijn, maar zegt lachend: “Ach ja, de artsen in het ziekenhuis hadden ook al gezegd dat ze niets meer voor me konden doen.” Kort daarop krijgt Jan last van bloedverlies, waardoor hij verder verzwakt. Hij kan wederom naar het ziekenhuis, dit keer voor een bloedtransfusie om aan te sterken. De vraag die alles veranderde We houden na thuiskomst opnieuw een slechtnieuwsgesprek met Jan. Het is bijzonder hoe positief hij erover is. Opeens vraagt iemand: “Dat gesprek met de artsen toen in het ziekenhuis, wat had u daar nou precies van begrepen?” Jan antwoordt: “De artsen konden niets meer doen, aan die lekkende blaas dus hè.” “Ach ja, de artsen in het ziekenhuis hadden ook al gezegd dat ze niets meer voor me konden doen.” Wat de arts eigenlijk had verteld (blijkt na een telefoontje) is: de artsen in het ziekenhuis kunnen helemaal níets meer voor hem doen. Met andere woorden: Jan gaat dood. Hij is ongeneeslijk ziek, de kanker is niet weg. De weefsels in zijn buik zijn zodanig beschadigd dat er meer complicaties zullen volgen, waaraan hij uiteindelijk zal overlijden. Wij artsen hadden het inderdaad zo opgevat, maar Jan niet. Hij was blij dat hij de kanker had overleefd. Het is voor hem een nieuwe klap om te verwerken. Nooit meer aannames “Assumption is the mother of all fuck-ups,” wordt wel eens gezegd. In een slechtnieuwsgesprek krijg je echt niet alles mee, en Jan vatte de boodschap positief op. Deze lieve en moedige man is inmiddels overleden. Zijn verhaal onthoud ik om mezelf en anderen eraan te herinneren: check of je patiënt je begrijpt. Vraag door, leg uit, draai er niet omheen. Dat zijn we aan patiënten zoals Jan verplicht.meer...

Vlog van Topspreker Margot Verkuylen over kwetsbare ouderen

Op 15 mei 2018 vond in Ede het congres 'Topsprekers over kwetsbare ouderen' plaats. Het aandeel kwetsbare ouderen neemt de komende jaren alleen maar toe en daarmee ook het aantal ouderen met lichamelijke, psychische en sociale problemen en ongemakken. Tijdens dit congres bespraken topsprekers de laatste inzichten en ontwikkelingen op het gebied van de kwetsbare oudere patiënt. Bij palliatieve zorg heb je grote invloed op de mate waarin jouw patiënt de laatste fase van zijn of haar leven beleeft. Het vraagt om een specifieke begeleiding voor de kwetsbare oudere én zijn naasten. Het is meer dan alleen liefdevol de hand vasthouden, het is vaak zeer complexe zorg. Praktijkervaringen anno 2018, dilemma’s en dromen voor de toekomst: Topspreker Margot Verkuylen, specialist ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg sprak erover tijdens dit congres. Bekijk de vlog. [embed]https://www.youtube.com/watch?v=EpKnwE8Nyhg[/embed] Margot Verkuylen is specialist ouderengeneeskunde. Ze ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met basisartsen die meer willen weten over het specialisme ouderengeneeskunde. Geïnteresseerd? Mail Margot! meer...

Niet de arts, maar het lichaam geneest de ziekte. – Hippocrates.

Als geneeskundestudent of arts heb je dit beroep gekozen om mensen te helpen, beter te maken. Als het lichaam alle ziekte zou genezen, hebben wij als artsen dan nog wel werk? Toch zit er zeker waarheid in deze quote. Als arts kan je maar zoveel doen als de medische wetenschap reikt. Dat het menselijk lichaam complex is, besefte ik weer eens voor de zoveelste keer tijdens mijn stage in het ziekenhuis. Een ingewikkelde situatie Tijdens die stage word ik als consulent van de geriatrie bij een zeer kwetsbare man gevraagd. Hij ligt inmiddels al ruim 70 dagen in het ziekenhuis. Hij is geopereerd aan darmkanker en deze operatie en de ziekenhuisopname zijn niet zonder complicaties verlopen. Aan de buik moest hij twee keer geopereerd worden; inmiddels geneest de wond nu goed. Maar daarnaast heeft de man een zeer slecht hart, slechte nieren en ook nog slechte longen. Elke keer als de nieren meer vocht nodig hebben, kan de pompkracht van het hart dit niet aan en blijft er vocht achter zijn al slechte longen zitten. Door het afdrijven van vocht met medicatie, gaan de nieren weer slechter functioneren. Een vicieuze cirkel. Ik overleg met de geriater: Wat kunnen we deze man bieden? Op het gebied van de chirurg is de patiënt stabiel; wat betreft zijn darmkanker zou meneer nog een tijd kunnen leven. Tijd is relatief, want zijn prognose is ongeveer 1 tot 1,5 jaar. Dat lijkt hem niet gegund: als hij al stabiel het ziekenhuis zou verlaten zou hij nog ongeveer drie maanden moeten revalideren om ‘op te knappen’. Maar op zijn oude niveau zal hij nooit meer komen. Wat te doen? In een overleg met alle betrokken specialisten (chirurg, longarts, cardioloog, nefroloog en wij) legt de geriater de situatie uit. Het lijkt alsof we het wel weten, maar nog niet willen toegeven (de cardioloog oppert nog de mogelijkheid van een hartoperatie…). We concluderen dat we in de tijd die meneer nog gegund is, we hem geen genezing meer kunnen geven, maar wel kwaliteit van leven. De chirurg overlegt met de patiënt en zijn familie. Er zal gekeken worden naar een hospice of een plek in het verpleeghuis. Daar zal hij de juiste zorg buiten het ziekenhuis kunnen krijgen. Hoewel deze boodschap veel emoties oproept, lijkt er berusting te komen over de man. Soms is genezing berusting. Niet de arts, maar het lichaam geneest de ziekte. Kylie Soulje is aios ouderengeneeskunde. Lees hier waarom zij voor dit medisch specialisme koos. Kylie ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met geneeskundestudenten en basisartsen die geïnteresseerd zijn in het specialisme ouderengeneeskunde. Interesse? Mail Kylie!  meer...

Vlog van Margot: Verslag aios-dag module ‘Palliatieve zorg’

Op 9 maart 2018 vond de eerste landelijke aios-dag plaats voor de module Palliatieve zorg. Hierbij was Ambassadeur Margot Verkuylen aanwezig en doet verslag over haar ervaringen. Modulair onderwijs Vanaf 2016 is het nieuwe opleidingsplan voor de vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde van kracht. Nieuw is onder andere dat er in de verdiepingsfase modulair onderwijs plaatsvindt. Op 9 maart vond de eerste landelijke aios-dag van de module Palliatieve zorg plaats. Dit is een verplichte module die acht dagen duurt: twee landelijke aios-dagen in Schola Medica en zes lokale onderwijsdagen op het eigen opleidingsinstituut met een doorlooptijd van zes maanden. Margot heeft een vlog gemaakt van de eerste landelijke aios-dag van 9 maart jl. Bekijk de vlog en zie dat de dag een groot succes was! Margot Verkuylen is specialist ouderengeneeskunde. Ze ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met basisartsen die meer willen weten over het specialisme ouderengeneeskunde. Geïnteresseerd? Mail Margot! meer...