De kracht van de vertraging

Woensdagmiddag, half vijf en ik zit in de artsenkamer van het verpleeghuis. Waarom belt die apotheker nu niet terug? Verwijtend kijk ik naar mijn telefoon. Bij mij moet altijd alles snel. Ik wil snel antwoord, ik wil snel weten hoe het zit. Ja, ik durf het ook vrij snel toe te geven: ik ben nogal ongeduldig van aard. Mevrouw De Groot Ik ben net terug van een spoedvisite bij mevrouw De Groot. Ze ligt al de hele dag in bed, en de verpleging weet niet precies wat haar mankeert. Haar gezicht vertrekt als ze verzorgd moet worden. Rustig leg ik mijn hand op haar hand en knijp er voorzichtig in. Een paar tellen lijkt het alsof mevrouw De Groot niets doorheeft van mijn aanwezigheid. Ik kijk naar haar borstkas, die snel op en neer gaat. En dan zie ik ineens haar ogen helderder worden. Ze kijkt me aan. ‘Ik ben de dokter, ik hoorde dat u zich niet goed voelde’. Ze knikt. Ik vertel dat ik haar kom onderzoeken en rustig probeer ik haar te helpen ontkleden. Eén beweging te snel en ik ben haar al weer kwijt. Ze kijkt weg in de verte. Het duurt zeker twintig minuten, voordat ik haar heb nagekeken en moet concluderen dat zij een longontsteking heeft. Ik loop met de verzorgende de gang op en ratel daar mijn conclusie en voorgestelde beleid. 'Het lijkt altijd alsof je alle tijd hebt met de bewoners', zegt ze verbaasd en mogelijk iets teleurgesteld. Reinbert de Leeuw Die avond, Tivoli Vredenburg, half negen. Een oude lange man met spierwit haar verschijnt ten tonele. Hij houdt zich vast aan de leuning terwijl hij de trap op komt. Zijn schouders steken puntig uit in zijn net iets te grote pak. Bedachtzaam loopt hij naar de vleugel in het midden van de zaal. De zaal wordt donker, alleen zijn knokige vingers boven de toetsen vangen het licht van de schijnwerper. Reinbert de Leeuw, 79 jaar, speelt Satie. Al snel hoor ik de klanken vertragen, zijn pianospel wordt zachter en geleidelijk hoor ik de zaal verstillen. Geen kuchjes meer, geen geschuur van broeken van mensen die gaan verzitten. Iedereen op het puntje van zijn stoel. Ik hoor alleen nog maar de muziek. De tijd vliegt voorbij en voordat ik het doorheb, sta ik in mijn jas buiten. Een beetje verdwaasd. Het waait hard, er racen luid bellende fietsers voorbij en, terwijl ik de drukke Utrechtse busbaan oversteek, realiseer ik mij iets: mevrouw De Groot en Reinbert de Leeuw delen een bijzondere gave. Ze weten mij te kalmeren. Meelopen met Lotje ? Lotje Oosterbaan werkt momenteel als specialist ouderengeneeskunde bij Amaris in ’t Gooi waar ze met name op de chronische afdelingen en in samenwerking met de huisartsen werkt. Daarnaast werkt zij voor Familysupporters als eerstelijns consulent in Almere. Lotje ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met geneeskundestudenten en basisartsen die geïnteresseerd zijn in het specialisme ouderengeneeskunde. Zij is ook beschikbaar voor meeloopdagen. Interesse? Mail Lotje! meer...

Seksualiteit bij ouderen, hot or not, door gastblogger Céline Nabers

Aandacht in de media De laatste jaren heb ik het idee dat er steeds meer aandacht is voor seksualiteit bij ouderen, althans in de politiek en in de media. In april 2016 is er op de NOS te lezen dat minister Van Rijn in een motie aan de Tweede Kamer oproept om seks en intimiteit bespreekbaar te maken in het verpleeghuis en dat het taboe eraf moet. In 2017 presenteert Sophie Hilbrand op BNNVARA het tv-programma ‘Hotel Sophie’, waarbij ze ouderen ontvangt in haar hotel om te praten over seksualiteit anno nu. En in 2018, heel toepasselijk op 14 februari ‘Valentijnsdag’, staat er een artikel in de Trouw ‘Ouderen missen romantiek en seks, dat leidt tot fikse klachten’. Dit artikel is gebaseerd op onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het is de eerste keer dat er gevraagd is naar de seksuele behoefte van ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen. Aandacht in het verpleeghuis Maar… in het verpleeghuis waar ik werkte als arts in opleiding tot specialist ouderengeneeskunde, merkte ik, dat er helemaal niet veel aandacht was voor seksualiteit bij ouderen. Hoewel ik wel degelijk zag dat de behoefte er was. Zo was er de bewoner op de gerontopsychiatrische afdeling die iedere drie weken bezoek kreeg van een prostituee. Of de vrouw op de somatische afdeling met een halfzijdige parese en een forse afasie, die zich soms met haar partner terugtrok op haar kamer. Als het bordje ‘Niet storen a.u.b.’ door hen werd opgehangen wist het personeel van de afdeling genoeg. En dan nog de dementerende vrouw, van wie de man na 65 jaar huwelijk overleed, waarna zij binnen een week werd opgenomen in het verpleeghuis. Wanneer ik haar ontmoette, had mevrouw behoefte aan een knuffel. Mijns inziens heel begrijpelijk, maar wie geeft die? De vraag stellen In het kader van de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde, heb ik onderzocht of de specialist ouderengeneeskunde (in opleiding) tegenwoordig vraagt naar de behoefte aan seksualiteit van zijn/haar patiënt(e). Deze resultaten heb ik vergeleken met een gelijkend onderzoek van M. Verkuijlen uit 1996: ‘Vragen die worden overgeslagen’. Hierin stelt zij dat bijna geen enkele arts naar de behoefte aan seksualiteit van bewoners in het verpleeghuis vraagt en ze roept op seksualiteit in het verpleeghuis uit de taboesfeer te halen door onder andere seksualiteit bespreekbaar te maken met de patiënt. Nog steeds een onderbelicht onderwerp De resultaten van mijn onderzoek laten zien dat de seksuele behoefte van ouderen nog altijd niet frequent wordt uitgevraagd door specialisten ouderengeneeskunde (in opleiding). In 1996 deed 2% van de ondervraagden dit en nu 11%. De houding ten aanzien van seksualiteit bij ouderen is heel positief, maar veel artsen vinden het niet hun verantwoordelijkheid de behoefte aan seksualiteit van de patiënt(e) uit te vragen. Het is onwaarschijnlijk dat dit onderwerp ter sprake wordt gebracht door de patiënt(e) zelf, de naasten of het verzorgend/verplegend personeel, waardoor seksualiteit bij ouderen nog altijd een onderbelicht onderwerp is. Beleid en verantwoordelijkheid Ik wil alle verpleeghuizen dringend verzoeken om een duidelijk beleid te maken omtrent seksualiteit bij ouderen, onder andere door af te spreken wie er verantwoordelijk is voor het uitvragen van de seksuele behoeftes van de patiënt(e). Mijn inziens behoort de inventarisatie tot het takenpakket van de specialist ouderengeneeskunde. Immers wie van onze kwetsbare oudere patiëntenpopulatie heeft geen ‘recht’ op problemen op het gebied van intimiteit en seksualiteit, alleen al gezien de polyfarmacie en multiple comorbiditeiten bij deze doelgroep.meer...

De kunst van het doorvragen (2)

Als arts op de revalidatieafdeling zorg ik voor een 78-jarige man, we noemen hem Jan. Jan heeft prostaatkanker, en is daarvoor behandeld met bestraling en een operatie. Het traject daarna is een drama met nierbekkenontsteking, perforaties en her-operaties. Uiteindelijk wordt Jan ernstig verzwakt ontslagen naar de revalidatie, om aan te sterken en daarna weer thuis te kunnen wonen. “Het ziekenhuis kan niets meer voor u doen” Lang duurt de adempauze niet: een maand later ontwikkelt Jan een fistel tussen blaas en darm. Hij moet naar het ziekenhuis voor behandeling. De kans op genezing is klein, aangezien het weefsel beschadigd is door de bestraling. Alwéér een complicatie… Ik zie de prognose somber in, en deel dit als hij terugkomt in een gesprek met Jan. Jan heeft veel pijn, maar zegt lachend: “Ach ja, de artsen in het ziekenhuis hadden ook al gezegd dat ze niets meer voor me konden doen.” Kort daarop krijgt Jan last van bloedverlies, waardoor hij verder verzwakt. Hij kan wederom naar het ziekenhuis, dit keer voor een bloedtransfusie om aan te sterken. De vraag die alles veranderde We houden na thuiskomst opnieuw een slechtnieuwsgesprek met Jan. Het is bijzonder hoe positief hij erover is. Opeens vraagt iemand: “Dat gesprek met de artsen toen in het ziekenhuis, wat had u daar nou precies van begrepen?” Jan antwoordt: “De artsen konden niets meer doen, aan die lekkende blaas dus hè.” “Ach ja, de artsen in het ziekenhuis hadden ook al gezegd dat ze niets meer voor me konden doen.” Wat de arts eigenlijk had verteld (blijkt na een telefoontje) is: de artsen in het ziekenhuis kunnen helemaal níets meer voor hem doen. Met andere woorden: Jan gaat dood. Hij is ongeneeslijk ziek, de kanker is niet weg. De weefsels in zijn buik zijn zodanig beschadigd dat er meer complicaties zullen volgen, waaraan hij uiteindelijk zal overlijden. Wij artsen hadden het inderdaad zo opgevat, maar Jan niet. Hij was blij dat hij de kanker had overleefd. Het is voor hem een nieuwe klap om te verwerken. Nooit meer aannames “Assumption is the mother of all fuck-ups,” wordt wel eens gezegd. In een slechtnieuwsgesprek krijg je echt niet alles mee, en Jan vatte de boodschap positief op. Deze lieve en moedige man is inmiddels overleden. Zijn verhaal onthoud ik om mezelf en anderen eraan te herinneren: check of je patiënt je begrijpt. Vraag door, leg uit, draai er niet omheen. Dat zijn we aan patiënten zoals Jan verplicht.meer...

Vlog van Topspreker Margot Verkuylen over kwetsbare ouderen

Op 15 mei 2018 vond in Ede het congres 'Topsprekers over kwetsbare ouderen' plaats. Het aandeel kwetsbare ouderen neemt de komende jaren alleen maar toe en daarmee ook het aantal ouderen met lichamelijke, psychische en sociale problemen en ongemakken. Tijdens dit congres bespraken topsprekers de laatste inzichten en ontwikkelingen op het gebied van de kwetsbare oudere patiënt. Bij palliatieve zorg heb je grote invloed op de mate waarin jouw patiënt de laatste fase van zijn of haar leven beleeft. Het vraagt om een specifieke begeleiding voor de kwetsbare oudere én zijn naasten. Het is meer dan alleen liefdevol de hand vasthouden, het is vaak zeer complexe zorg. Praktijkervaringen anno 2018, dilemma’s en dromen voor de toekomst: Topspreker Margot Verkuylen, specialist ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg sprak erover tijdens dit congres. Bekijk de vlog. [embed]https://www.youtube.com/watch?v=EpKnwE8Nyhg[/embed] Margot Verkuylen is specialist ouderengeneeskunde. Ze ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met basisartsen die meer willen weten over het specialisme ouderengeneeskunde. Geïnteresseerd? Mail Margot! meer...

Niet de arts, maar het lichaam geneest de ziekte. – Hippocrates.

Als geneeskundestudent of arts heb je dit beroep gekozen om mensen te helpen, beter te maken. Als het lichaam alle ziekte zou genezen, hebben wij als artsen dan nog wel werk? Toch zit er zeker waarheid in deze quote. Als arts kan je maar zoveel doen als de medische wetenschap reikt. Dat het menselijk lichaam complex is, besefte ik weer eens voor de zoveelste keer tijdens mijn stage in het ziekenhuis. Een ingewikkelde situatie Tijdens die stage word ik als consulent van de geriatrie bij een zeer kwetsbare man gevraagd. Hij ligt inmiddels al ruim 70 dagen in het ziekenhuis. Hij is geopereerd aan darmkanker en deze operatie en de ziekenhuisopname zijn niet zonder complicaties verlopen. Aan de buik moest hij twee keer geopereerd worden; inmiddels geneest de wond nu goed. Maar daarnaast heeft de man een zeer slecht hart, slechte nieren en ook nog slechte longen. Elke keer als de nieren meer vocht nodig hebben, kan de pompkracht van het hart dit niet aan en blijft er vocht achter zijn al slechte longen zitten. Door het afdrijven van vocht met medicatie, gaan de nieren weer slechter functioneren. Een vicieuze cirkel. Ik overleg met de geriater: Wat kunnen we deze man bieden? Op het gebied van de chirurg is de patiënt stabiel; wat betreft zijn darmkanker zou meneer nog een tijd kunnen leven. Tijd is relatief, want zijn prognose is ongeveer 1 tot 1,5 jaar. Dat lijkt hem niet gegund: als hij al stabiel het ziekenhuis zou verlaten zou hij nog ongeveer drie maanden moeten revalideren om ‘op te knappen’. Maar op zijn oude niveau zal hij nooit meer komen. Wat te doen? In een overleg met alle betrokken specialisten (chirurg, longarts, cardioloog, nefroloog en wij) legt de geriater de situatie uit. Het lijkt alsof we het wel weten, maar nog niet willen toegeven (de cardioloog oppert nog de mogelijkheid van een hartoperatie…). We concluderen dat we in de tijd die meneer nog gegund is, we hem geen genezing meer kunnen geven, maar wel kwaliteit van leven. De chirurg overlegt met de patiënt en zijn familie. Er zal gekeken worden naar een hospice of een plek in het verpleeghuis. Daar zal hij de juiste zorg buiten het ziekenhuis kunnen krijgen. Hoewel deze boodschap veel emoties oproept, lijkt er berusting te komen over de man. Soms is genezing berusting. Niet de arts, maar het lichaam geneest de ziekte. Kylie Soulje is aios ouderengeneeskunde. Lees hier waarom zij voor dit medisch specialisme koos. Kylie ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met geneeskundestudenten en basisartsen die geïnteresseerd zijn in het specialisme ouderengeneeskunde. Interesse? Mail Kylie!  meer...

Vlog van Margot: Verslag aios-dag module ‘Palliatieve zorg’

Op 9 maart 2018 vond de eerste landelijke aios-dag plaats voor de module Palliatieve zorg. Hierbij was Ambassadeur Margot Verkuylen aanwezig en doet verslag over haar ervaringen. Modulair onderwijs Vanaf 2016 is het nieuwe opleidingsplan voor de vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde van kracht. Nieuw is onder andere dat er in de verdiepingsfase modulair onderwijs plaatsvindt. Op 9 maart vond de eerste landelijke aios-dag van de module Palliatieve zorg plaats. Dit is een verplichte module die acht dagen duurt: twee landelijke aios-dagen in Schola Medica en zes lokale onderwijsdagen op het eigen opleidingsinstituut met een doorlooptijd van zes maanden. Margot heeft een vlog gemaakt van de eerste landelijke aios-dag van 9 maart jl. Bekijk de vlog en zie dat de dag een groot succes was! Margot Verkuylen is specialist ouderengeneeskunde. Ze ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met basisartsen die meer willen weten over het specialisme ouderengeneeskunde. Geïnteresseerd? Mail Margot! meer...
dementie

Onderzoek dementie: het grote belang van ‘iets om handen hebben’

Mensen met dementie die in het verpleeghuis wonen. Hoe ontwikkelt hun kwaliteit van leven zich in twee jaar? Dat heb ik als specialist ouderengeneeskunde onderzocht, samen met onderzoekers van het Universitair Kennisnetwerk Ouderenzorg Nijmegen (UKON).De resultaten zijn gepubliceerd in The American Journal of Geriatric Psychiatry. 9 domeinen van kwaliteit van leven: verbetering én verslechtering Negen domeinen Het onderzoek richtte zich op de kwaliteit van leven in negen domeinen. De resultaten verschilden per domein . Bij de onderzochte groep verbeterde de kwaliteit van leven in een periode van twee jaar op de gebieden ‘Zorgrelatie’, ‘Negatief affect’, ‘Rusteloos gespannen gedrag’, ‘Positief zelfbeeld’, ‘Sociale isolatie’ en ‘Zich thuis voelen’.  Tegelijkertijd was er ook verslechtering bij ‘de domeinen Positief affect’ en ‘Sociale relaties’. De grootste afname van kwaliteit van leven werd gevonden in ‘Iets om handen hebben’. Daar zijn volgens de onderzoekers meerdere verklaringen voor mogelijk. Dit komt mogelijk doordat mensen door hun dementie in de loop van de tijd minder kunnen deelnemen aan activiteiten. Of misschien onvoldoende activiteiten aangeboden krijgen. De verslechtering van het domein ‘Iets om handen’ kan ook wijzen op een onvervulde behoefte om je nuttig te voelen. Uit ander onderzoek blijkt dat ‘Je nuttig voelen’ een onderbelichte behoefte is bij mensen met dementie, die bijdraagt aan kwaliteit van leven. Mensen hebben een behoefte iets te betekenen voor anderen. Als je erover nadenkt, is dat heel logisch. Daar is nu mogelijk te weinig aandacht voor bij verpleeghuisbewoners met dementie. Dat zou ik graag nog een keer verder onderzoeken, als vervolg op dit onderzoek.Herkennen en handelen in het verpleeghuis Anne van der Zon licht het belang van het onderzoek toe: “Het is belangrijk dat we herkennen op welke gebieden de kwaliteit van leven van mensen met dementie in het verpleeghuis achteruitgaat. Om vervolgens manieren te bedenken waarmee we de kwaliteit van leven juist op die vlakken behouden en waar mogelijk zelfs verbeteren.” Meer weten? We hebben als onderzoekers de data gebruikt van de WAALBED-II studie, een cohortstudie van 290 mensen met dementie in negen verpleeghuizen. In een periode van twee jaar is elke zes maanden de Qualidem-schaal afgenomen om de kwaliteit van leven te meten. Met deze observationele schaal observeerden verzorgenden het gedrag van bewoners. Het volledige onderzoek is gepubliceerd in The American Journal of Geriatric Psychiatry. Meer informatie vind je ook in dit persbericht dat naar aanleiding van het onderzoek is verschenen. Anne van der Zon is specialist ouderengeneeskunde in Nijmegen en werkt bij De Waalboog.  Ze is ook ambassadeur van de campagne Ouderengeneeskunde. Het specialisme van nu! en beschikbaar voor meeloopdagen.meer...
Ouderengeneeskunde

Longontsteking: wat nu?

Ze zit op een grote comfortabele stoel bij het raam. Het lijkt haast alsof ze er in verdwijnt, want echt groot is ze niet. Ze ziet grauw en oogt benauwd ondanks de zuurstof en haar extra longpufjes. 'Goedemorgen dokter', zegt ze. Ze legt me uit dat ze de klachten herkent, ze heeft immers al zo vaak een longontsteking gehad. Ik stel haar nog wat vragen en onderzoek haar. Over haar rechterlong hoor ik inderdaad tekenen van een longontsteking. Ik zeg haar dat ze gelijk heeft en dat ik haar antibiotica zal voorschrijven. Ze kijkt me dankbaar aan en wenst mij bij afscheid 'goedemorgen'. Een week later is mevrouw opgeknapt. Onderzoek of onderhoudsbehandeling? Het herstel blijkt helaas tijdelijk. Ze heeft elke maand opnieuw een longontsteking, vaak ook in combinatie met een exacerbatie van haar COPD. Ik besluit te overleggen met de longarts. Het valt me op dat de longontsteking elke keer rechts onderin zit. Uit oude ontslagbrieven heb ik gelezen dat er mogelijk op een scan ooit iets gezien is. Ik vraag me wel af of ik bij deze 77-jarige dame uitgebreider onderzoek moet doen, omdat dat nogal wat gevolgen kan hebben. Ik ga het gesprek aan met de longarts. Heeft hij andere inzichten voor haar longmedicatie? In hoeverre zou een onderhoudsbehandeling antibiotica en eventueel prednison zinvol zijn? De longarts raadt verder onderzoek aan, maar vraagt zich af hoe zinvol een onderhoudsbehandeling is. Zeer zinvol, wat mij betreft. Elke maand een longontsteking is alleen al vanuit het oogpunt van kwaliteit van leven niet acceptabel. Overleg met familie Tijdens een gesprek overleg ik met mevrouw en haar familie of ze nog voor verder onderzoek wil gaan. Ik leg de voordelen uit, maar ook de nadelen: hogere leeftijd, kwetsbaarheid, gevolgen van eventuele behandelingen mocht er bijvoorbeeld sprake zijn van kanker. Mevrouw en haar familie geven mij aan dat dit veel te belastend zou zijn, maar ze gaat wel akkoord met de onderhoudsbehandeling van antibiotica en, als dat niet helpt, ook prednison. Géén longontsteking meer Sinds de onderhoudsbehandeling met antibiotica en prednison heeft mijn patiënte géén longontstekingen of exacerbaties COPD meer gehad. En dat al vier maanden lang. Mevrouw bedankt mij en bij afscheid wenst zij mij 'goedemorgen'. Wat ben ik blij dat ik heb doorgezet en goed heb geluisterd naar mijn patiënt! Kylie Soulje is aios ouderengeneeskunde. Lees hier waarom zij voor dit medisch specialisme koos. Kylie ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met geneeskundestudenten en basisartsen die geïnteresseerd zijn in het specialisme ouderengeneeskunde. Interesse? Mail Kylie!meer...

Anamnese in de zon

Het is mijn eerste week in de geriatrische revalidatiezorg (GRZ). Ik ga op zoek naar mijn nieuwe cliënt. Voor GRZ-begrippen is dit een jonge cliënt. Hij is nog maar 68 jaar en wordt opgenomen met een partiële dwarslaesie op basis van wervelmetastasen bij een longcarcinoom. Ik tref hem in zijn rolstoel buiten op het terras, waar hij in de zon zit te genieten van zijn sigaretje. Even overweeg ik of ik daar iets van moet zeggen, maar ik besluit het zo te laten. Na vier weken ziekenhuisopname en allerlei onderzoeken die tot de diagnose hebben geleid, wil ik niet de betweterige dokter zijn die zijn cliënt de les leest. Nog even genieten Ik schuif aan om kennis te maken en in de tijd die volgt, praten we samen over zijn huidige beperkingen, zijn doelen en zijn thuissituatie. We maken een plan voor zijn revalidatie en spreken af om het lichamelijk onderzoek later in de middag te verrichten. Dan kan hij nog even van de zon genieten. Ik voel me de koning te rijk. Welke dokter kan nu zeggen dat hij buiten in de zon kan zitten en ondertussen een anamnese afneemt? Vrijheid, zelfstandig mijn werk indelen en creatief handelen, het bevalt me nu al. Snel naar huis In de weken die volgen zie ik hem gestaag vooruit gaan. Wanneer ik na mijn lunch terug loop naar mijn kantoor passeer ik de fysiotherapieruimte. Ik blijf even staan en werp een blik naar binnen. Vol overtuiging zie ik hem zijn oefeningen doen. Met twee handen aan de brug zakt hij door zijn knieën. Wanneer hij opkijkt, vangt hij mijn blik. Hij brengt zijn hand omhoog en zwaait: 'Hallo dokter! Dit kon ik drie weken geleden nog niet!' Later tref ik hem, lopend met rollator. Trots als een pauw vertelt hij dat de aanpassingen in huis afgerond zijn en dat hij snel naar huis wil. Weer enkele weken later geef ik hem een hand. Ik wens hem veel geluk en succes in zijn verdere revalidatie. Met in elke hand een kruk zie ik hem verdwijnen door de hoofdingang. En ook vandaag, schijnt de zon. Jan Vissers is aios ouderengeneeskunde. Lees hier waarom hij koos voor dit medisch specialisme.meer...

Waarom ik nooit specialist ouderengeneeskunde wilde worden

De weg naar ouderengeneeskunde: Ik wilde psychiater worden. Gefascineerd door de menselijke psyche, maar vechtend tegen het vooroordeel van zelfingenomen psychologiestudentes met een getroebleerde jeugd. Dus besloot ik dat ik geen psychologie ging studeren, maar geneeskunde. Die dubieuze hang naar status heeft mij later nog wel vaker in de weg gestaan. Ik wilde oncologisch neurochirurg worden. Al snel kwam ik er achter dat psychiaters vooral veel praten. En lichamelijk onderzoek een beetje overbodig vinden. Aldus veel collega’s. Dus het werd oncologisch neurochirurg. Ik had een van de neurochirurgen in een mooie wapperende witte jas op hoge hakken door het ziekenhuis zien zweven. En dat wilde ik ook wel. “Never aim too low” laten we maar zeggen. Ik wilde neuroloog worden. Mijn vader bleek geen neurochirurg. Ook geen dokter trouwens. En de rest van mijn familie ook niet. En tussen ons; ik zag dat snijden in hersenen ook niet écht zitten. Ik had een enthousiaste docent neurologie en was verkocht. Want als neuroloog kon ik, in tegenstelling tot de psychiaters, wellicht verklaren wat er in het brein gebeurde en dat verhelpen. Al snel was ik die illusie armer. Ik wilde internist worden. Daar kon je tenminste nog mensen beter maken; écht iets betekenen voor mensen. Maar toen ik er achter kwam dat een gecorrigeerd kalium meestal niet gelijk stond aan een herstelde levensvreugde kwam ik ook daar op terug. Algemeen chirurg worden. Snijden, creëren, “niet lullen maar poetsen” en grove grappen maken. Ik vond het heerlijk. En ik stond telkens met open mond en diep respect te stuiteren op de OK. Totdat ik voor de zoveelste keer midden in de nacht nog op de OK stond om een paar uur later de ochtendvisite voor te bereiden. En ik eerlijk tegen mezelf moest zijn dat ik liever die avond met mijn vriendje pannenkoeken had gegeten. Ik wilde helemaal geen dokter meer worden. Waarom zou ik, in tegenstelling tot middelbare schoolvriendinnen die inmiddels allemaal al lang een leuke baan hadden met idem inkomen, nog 100 uur in de week door een ziekenhuis willen sjouwen?  Ik had manager moeten worden. Of zoiets. Ik wilde intensivist worden. Terug naar de basis; de fysiologie door de knoppen van de beademingsapparatuur door je vingers laten glijden. En het opzoeken van extremen; wat kan er nog allemaal? Maar ook; wanneer kan het niet meer? Wanneer is iemand nou écht ten dode opgeschreven? Ik wilde tropenarts worden. Ik wilde eigenlijk ook wel naar het buitenland. Spannend. Dan maar de rimboe in. Met niets proberen iets te doen. Maar als beginnende dokter net iets té spannend. Dus ik besloot, ineens afgestudeerd, 'mezelf te gaan zoeken' als vrijwilliger in Azië. Mijn backpack was gekocht. Mijn ticket naar Nepal was geboekt. Ik wilde alles worden. En ik had dan ook geen enkel idee meer wat ik écht wilde worden. Maar specialist ouderengeneeskunde was het zeker niet. Ik had alleen geen geld meer en nog 6 maanden voor vertrek. En waar hebben ze altijd dokters nodig; in het verpleeghuis. Met frisse tegenzin dacht ik daar in korte tijd mijn bankrekening te kunnen spekken. Ik had maar een paar weken nodig en toen was ik verkocht. Hier mocht ik puzzelen als een internist, praten als een psychiater, de boeken in als neuroloog, regelen als een manager, levenseindegesprekken houden als was het een intensive care en de hands on mentaliteit van de chirurgie werd alleen maar gewaardeerd. En dat, als een tropenarts met alleen een stethoscoop om mijn nek. Ik hield van het wereldje; van het ziekenhuis, van mijn witte jas. Maar ik hou nog veel meer van het verpleeghuis. En ik hoop dat er veel meer twijfelende duizendpoten, net als ik toentertijd, verliefd worden op mijn vak: specialist ouderengeneeskunde! Meelopen met Lotje ? Lotje Oosterbaan werkt momenteel als specialist ouderengeneeskunde bij Amaris in ’t Gooi waar ze met name op de chronische afdelingen en in samenwerking met de huisartsen werkt. Daarnaast werkt zij voor Familysupporters als eerstelijns consulent in Almere. Lotje ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met geneeskundestudenten en basisartsen die geïnteresseerd zijn in het specialisme ouderengeneeskunde. Zij is ook beschikbaar voor meeloopdagen. Interesse? Mail Lotje! meer...