27 september

Blog van Karin: De kunst van het doorvragen

Een vrouw van 87 is opgenomen op de psychogeriatrische afdeling waar ik werk. Zij heeft gevorderde dementie, inclusief dwaalgedrag en andere gevaarlijke capriolen. Ze is tegen haar wil opgenomen, hiervoor was een rechterlijke machtiging nodig. Ze rammelde in het eerste jaar van haar verblijf regelmatig aan de deur van de gesloten afdeling.  We noemen dat ‘actief verzet’.

Helemaal thuis op de afdeling

Inmiddels is het tijd om de rechterlijke machtiging te verlengen. Mijn patiënt is nu helemaal thuis op de gesloten afdeling. Ze rammelt niet meer aan de deur, maar loopt wel de hele dag achter de verzorging aan. ‘Ik wil naar huis!’, roept ze dan.  Ze heeft echter geen idee waar dat huis is, en doet ook geen pogingen om van de afdeling te vertrekken. Wij zien als specialisten ouderengeneeskunde geen actief verzet meer, en vragen dan ook een zogenaamde ‘normale’ artikel 60-beoordeling aan. In de praktijk betekent dit: de patiënt geeft geen toestemming, maar heeft ook geen bezwaar.

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeelt onze aanvraag. Hieronder geef ik twee voorbeelden van hoe zo’n beoordeling tot stand komt, beide met een andere afloop. Bepaal voor jezelf nu even welke je het best vindt passen bij de geschetste situatie.

Mogelijkheid 1

Iemand van het CIZ komt langs voor beoordeling van onze aanvraag en gaat bij mijn patiënt zitten. Na wat inleidende koetjes-en-kalfjes vraagt hij haar:  ‘Mevrouw, gaat u akkoord met opname achter een gesloten deur, wat betekent dat u niet zelf naar buiten kunt?’
Mijn patiënt schrikt: ‘Nee! Ik wil naar huis!’
De conclusie van de CIZ-medewerker: er is hier sprake van actief verzet.

Mogelijkheid 2

De medewerker van het CIZ vraagt aan mijn patiënt: ‘Mevrouw, gaat u akkoord met opname achter een gesloten deur, wat betekent dat u niet zelf naar buiten kunt?’
Mijn patiënt schrikt: ‘Nee! Ik wil naar huis!’
CIZ: ‘Waar is uw huis dan?’
Er valt een lange stilte.
CIZ: ‘Wilt u hier weg?’
Mijn patiënt reageert: ‘Nee. Ik wil naar huis.’ Vervolgens staan ze op en loopt ze naar haar kamer. Naar huis.
De conclusie van de CIZ-medewerker: er is geen sprake van actief verzet.

Helaas had ik te maken met de eerste situatie. Helaas, zeg ik, want ik had gehoopt op de tweede mogelijkheid. Ik begrijp dat er protocollen zijn voor zo’n beoordeling, maar toen ik hoorde hoe dit was gelopen, was ik stomverbaasd. Met een beetje extra kennis over dementie en iets meer doorvragen, is het antwoord van mijn patiënt namelijk heel anders. En dat is van grote invloed op de conclusie en de procedure daarna. Wanneer actief verzet wordt geconstateerd, gaat een beoordeling weer de riedel van de rechterlijke machtiging in. Veel meer werk, voor hetzelfde resultaat.

Een vak apart

Ouderengeneeskunde is een vak apart. Ook in deze situatie realiseerde ik mij weer dat ik een bijzonder specialisme heb gekozen. Ik ben blij dat ik mijn patiënten de juiste zorg kan bieden, precies afgestemd op hun persoonlijke situatie. En ook al had ik liever een andere weg bewandeld: mijn patiënt is het belangrijkst, en zij is bij ons op haar plek.

[Dit is een versimpelde en geanonimiseerde weergave van een casus die ik enige tijd geleden heb meegemaakt, om te voorkomen dat iemand er één van mijn huidige patiënten in herkent.]

Deel dit artikel: