25 september

Zo moeilijk kan het toch niet zijn?

Het fenomeen probleemgedrag

Ik denk dat ik oud begin te worden. Niet als ik bedenk dat ik dagelijks vol ongeloof aangekeken word wanneer ik mij voorstel als ‘de dokter’. Wél als ik bedenk hoe lang het geleden is, dat ik voor de eerste keer in de schoolbankjes hoorde over het fenomeen ‘probleemgedrag’ en hoe ik daar toen over dacht. ‘Gedrag dat lijdensdruk of gevaar voor een persoon met dementie veroorzaakt, of voor de mensen in de omgeving’, aldus de docent die ontzet vervolgde met het feit dat dit gedrag ‘bij wel 80% van de bewoners op een gesloten dementie-afdeling gezien werd!’
Ik vond dat stiekem wel meevallen en ik vroeg me af wat er zou gebeuren als de deur van ons studentenhuis ineens dicht gedaan zou worden en wij langs de lat van probleemgedrag gelegd zouden worden. Ik dacht dan meer aan 99%. En wij hadden nog iets te zeggen over nieuwe huisgenoten.

Zelfs met alle vrijheden die ik als student had, leed ik zo nu en dan ernstig onder het gedrag van mijn huisgenoten. Midden in de nacht het harde geluid van schietspelletjes aan het einde van de gang. Het vrijende stelletje op de gedeelde badkamer die iedereen in verlegenheid bracht. Het meisje dat na een nacht goed doorzakken naast de bank in de woonkamer gebraakt had. Of gewoon de afwas die voor de honderdste keer bleef staan. Vertonen we niet allemaal vormen van probleemgedrag?

Eenvoudig of een hele puzzel

Ons studentenhuis had bijna geen personeel nodig; met een schoonmaakster kwamen we een heel eind. Zo moeilijk kon het dan toch allemaal niet zijn op zo’n afdeling? Je doet je oordoppen in, vraagt het stelletje om hun escapades op hun eigen kamer voort te zetten, of zet een dweil en emmer demonstratief voor de deur van het meisje die daar haar roes aan het uitslapen is. Maar de vrouw met dementie die midden in de nacht aan alle kamerdeuren aan het rammelen is, moet misschien wel nodig naar het toilet dat ze niet meer kan vinden. Of is op zoek naar haar ‘kleine meisje’ die ze zachtjes hoort huilen op de gang. Als mensen zich niet meer goed kunnen uiten is het vaak puzzelen voor de verzorging om uit te vinden wat er aan de hand is. Daar komt nog bij dat de meeste bewoners door de jaren heen een bonte verzameling aan chronische ziektes verzameld hebben, die zich allemaal nét anders en het liefst door elkaar heen presenteren. Om daar nog enigszins wijs uit te worden heb je goede verzorgenden nodig, die de bewoners écht kennen en goed naar hen kijken en luisteren.

Knap geregeld

Het is eind augustus en ik zit bij de barbecue op het terras van de verpleegafdeling. Het is een mooie zonnige dag. Naast mij zit mevrouw Janssen. Goed opgedoft voor de gelegenheid met haar parelketting en blauwe hoedje op.
‘Wanneer komt mijn man?’, vraagt ze en ze pakt mijn onderarm stevig vast. Haar nagels drukken net iets te hard in mijn vel en ze kijkt me wanhopig aan. Ik realiseer mij plotseling dat ik niet weet of haar man nog leeft. Ik weet niet eens of ze überhaupt ooit een man gehad heeft. Misschien is de man naast haar wel haar man. Ik voel mijn hart bonzen. Wat te doen?
‘Weet u wanneer mijn man komt?’, herhaalt ze, nu enigszins gepikeerd.
Verschrikt kijk ik op. Ik zie dat een van de verzorgenden onze kant is opgekomen. Ze slaat een arm om mevrouw heen.
‘Jaap komt zo. Hij komt altijd rond half zes.’
Mevrouw Janssen begint te lachen en laat mijn arm los.

Ik ruik het gebraden vlees van de barbecue. Er wordt muziek gespeeld, enthousiast geproost, gedanst en luidkeels meegezongen. De gemiddelde studentenkroeg is er niets bij. Voor mijn neus wordt een van de bewoners in haar rolstoel de dansvloer opgesleept om met een grijns van oor tot oor zich heen-en-weer te laten zwieren. Onder de parasol zit een man stilletjes van zijn kleingesneden hamburger te genieten. In de serre, met uitkijk op het feestgedruis maar nét in de stilte, zit een frêle vrouw in een grote comfortabele rolstoel. Ze kijkt tevreden naar buiten, terwijl haar hoofd wiegt op het zachte geneurie van de verzorgende die haar geduldig iets te drinken geeft. En dan realiseer ik me iets. Hoe knap het eigenlijk is dat dit zó goed gaat. Én, dat ik nooit zo’n goed geregeld studentenhuis gezien heb.


Meelopen met Lotje ?

Lotje Oosterbaan werkt momenteel als specialist ouderengeneeskunde bij Amaris in ’t Gooi waar ze met name op de chronische afdelingen en in samenwerking met de huisartsen werkt. Daarnaast werkt zij voor Familysupporters als eerstelijns consulent in Almere. Lotje ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met geneeskundestudenten en basisartsen die geïnteresseerd zijn in het specialisme ouderengeneeskunde. Zij is ook beschikbaar voor meeloopdagen. Interesse? Mail Lotje!


Deel dit artikel: