Perspectief

  • Wat maakt het werk van een specialist ouderengeneeskunde uitdagend en interessant?
  • De gemiddelde patiënt is een kwetsbare oudere patiënt. En de vraag naar specialistische zorg voor ouderen blijft toenemen. Dit maakt ouderengeneeskunde het specialisme van nú. Als specialist ouderengeneeskunde heb je een uitdagend vak. Je hebt specifieke medische kennis nodig, maar zet ook je creatieve talent en je communicatieve vaardigheden in. Je werkt multidisciplinair, maar voert ook regie. Het specialisme is uniek in de wereld en volop in ontwikkeling. Daar kun je helemaal in meegroeien! Lees meer over het vak!

  • Zijn er veel vacatures voor specialisten ouderengeneeskunde?
  • Het specialisme ouderengeneeskunde staat al jaren in de top 3 van het meeste aantal vacatures voor artsen. En met het groeiende aantal ouderen dat specialistische zorg nodig heeft, blijft er behoefte aan specialisten ouderengeneeskunde. Werk genoeg dus.

  • Hoe ziet de toekomst van het specialisme ouderengeneeskunde er uit?
  • De toekomst ziet er rooskleurig uit. Het aantal ouderen blijft toenemen en hun vraag naar specialistische medische hulp dus ook. Daarnaast valt de medische zorg die je als specialist ouderengeneeskunde biedt waarschijnlijk vanaf 2018 onder de Zorgverzekeringswet. Dan kunnen patiënten en mantelzorgers je direct inschakelen. Bovendien is het specialisme nog deels onontgonnen gebied, zowel wetenschappelijk als medisch-specialistisch. Er is nog genoeg te ontdekken!

  • Wat zijn de doorgroei-/carrièremogelijkheden?
  • Het specialisme ouderengeneeskunde is uniek in de wereld, met Nederland als gidsland. Op wetenschappelijk gebied zijn er haast oneindige mogelijkheden. Je kunt ook verdieping zoeken door kaderarts te worden in subspecialismen, zoals de psychogeriatriegeriatrische revalidatie en palliatieve zorg. Ook kun je je verder ontwikkelen op het gebied van opleiden of als specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn.

  • Kun je als specialist ouderengeneeskunde in deeltijd werken?
  • Er zijn goede mogelijkheden om de opleiding en het werk in deeltijd te doen. Zo kun je werk en privé wellicht beter combineren. Het is vaak ook mogelijk om het werken in de praktijk te combineren met onderzoek, onderwijs of beleid.

Opleiding en ontwikkeling

  • Waar kan ik de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde volgen?
  • Er zijn drie opleidingsinstituten: GERION (locaties op VUmc, Amsterdam, en UMCG, Groningen), VOSON (Radboudumc, Nijmegen) en LUMC (Leiden). Wil je solliciteren naar een opleidingsplaats? Ga dan naar de website van SOON.

  • Wat houdt de opleiding in? En kun je de opleiding ook parttime doen?
  • De opleiding tot specialist ouderengeneeskunde duurt drie jaar. Het is mogelijk de opleiding in deeltijd te doen. Ook kun je vrijstellingen krijgen op basis van je werkervaring en competenties. De opleiding bestaat uit vier dagen praktijk en één dag cursorisch onderwijs. Je doet op vier plekken praktijkervaring op: een verpleeghuis, GGZ-instelling, ziekenhuis en een keuzestage. De opleiding start jaarlijks in maart en in september. Tijdens de opleiding ga je een dienstverband aan met de SBOH. Wil je solliciteren naar een opleidingsplaats? Ga dan nu naar de website van SOON!

  • In hoeverre kun je je verder specialiseren binnen de ouderengeneeskunde?
  • Na afronding van je specialisatie ouderengeneeskunde kun je je nog verder specialiseren. Dat doe je door een kaderopleiding te volgen. Deze opleidingen gaan dieper in op deelgebieden van het specialisme ouderengeneeskunde. Je kunt kiezen uit de volgende kaderopleidingen: psychogeriatrie, geriatrische revalidatie, palliatieve zorg, opleiden en specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn.

  • Hoe zit het met de mogelijkheden om onderzoek te doen?
  • De wetenschappelijke mogelijkheden binnen het specialisme ouderengeneeskunde zijn eindeloos. Nergens anders vind je zulke extreme casuïstiek in combinatie met zo’n lage concentratie aan wetenschappers. De case reports en taboedoorbrekende cohortstudies liggen voor het oprapen. Je kunt je opleiding tot specialist ouderengeneeskunde combineren met een promotietraject als onderzoeker. Je bent dan zes jaar lang arts in opleiding tot onderzoeker (aioto). Een aioto-traject is maatwerk. Je opleidingsschema wordt samengesteld in overleg met het hoofd van een van de opleidingsinstituten. Meer weten? Onze blogger Karin Pouw volgt een aioto-traject!

Competenties

  • Over welke eigenschappen moet je beschikken voor het specialisme ouderengeneeskunde?
  • Als specialist ouderengeneeskunde moet je het in je hebben om te doe-het-zelven op indicatie. Hoewel je geen solist bent, laat je een deel van je patiënten vanwege praktische redenen, of omdat de patiënt dat nu eenmaal zo wenst, níet door een arts van een ander specialisme diagnosticeren en behandelen. Dat betekent dat je allerlei ziektes zelf behandelt. Denk aan huidziekten, epilepsie, allerlei mogelijke infecties, hypothyreoïdie, wonden, depressie, psychose, delier, hartfalen en ontregelde diabetes. Voor een deel doe je dit zonder andere specialisten om een consult te vragen, maar er wordt ook veel telefonisch overlegd, waarbij de andere specialist jouw patiënt niet ziet. Creativiteit in medisch handelen komt je dan ook zeker van pas, want er zijn lang niet altijd richtlijnen voorhanden. Het is dus belangrijk dat je om de protocollen heen kunt denken én handelen om de beste oplossing te bepalen voor jouw patiënt.

  • Hoe verschilt het werk van een SO met het werk van een huisarts?
  • Beiden zijn generalist en kijken met een brede blik naar de patiënt.  Belangrijk verschil is dat de specialist ouderengeneeskunde zich specifiek richt op ziekten en aandoeningen bij kwetsbare ouderen en chronisch zieken. Anders dan de huisarts heeft de specialist ouderengeneeskunde specialistische kennis over onder meer multimorbiditeit, ouderdomsziekten, het diagnosticeren van dementie, polyfarmacie, het beloop van vergevorderde aandoeningen en palliatieve zorg.

  • Hoe verschilt het werk van een SO met het werk van een geriater?
  • Het werk vertoont veel overeenkomsten. Het grootste verschil zit ‘m in de werkplek (verpleeghuis, GGZ, hospice of eerstelijnszorg versus het ziekenhuis), inclusief de (medisch technische) mogelijkheden van het ziekenhuis. Dit lijkt weinig, maar is essentieel en veelzeggend. Ouderen komen over het algemeen alleen in het ziekenhuis terecht bij acute zaken of bij acute verergeringen van chronische ziekten. De geriater houdt zich dan ook bezig met diagnostiek en behandelen – met alle technologische mogelijkheden die hierbij horen. De geriater kijkt daarbij breder dan bijvoorbeeld een internist, en multidisciplinair. Specialisten ouderengeneeskunde hebben te maken met chronische ziekten, het verblijf van patiënten en met acute zaken. Daarbij hebben ze echter minder technische mogelijkheden dan geriaters. Hun focus is dan ook heel anders. Meer weten over het vak van de SO? Lees hier verder.

  • Op welke manieren werk je samen met andere specialisten en zorgprofessionals?
  • Je werkt als specialist ouderengeneeskunde vanwege de aard van de klachten van patiënten vrijwel nooit alleen. Voor een goede behandeling werk je samen met andere zorgverleners. Je voert de regie over een multidisciplinair team. Dat kan bestaan uit verpleegkundige specialisten, psychologen, paramedisch en verpleegkundigen.

De inhoud van het werk

  • Hoe ziet een gemiddelde dag uit het leven van een specialist ouderengeneeskunde eruit?
  • Het werk van een specialist ouderengeneeskunde is erg afwisselend. Geen dag is hetzelfde. De meeste specialisten ouderengeneeskunde werken in het verpleeghuis. Een gemiddelde werkdag bestaat uit het afleggen van visites op verschillende afdelingen, gesprekken met patiënten en naasten, behandeling van medische spoedgevallen en multidisciplinaire overleggen. Er is ook tijd voor supervisie van coassistenten, basisartsen en aios. Om een goed beeld krijgen van de werkdag van een specialist ouderengeneeskunde, kun je een dagje meelopen met een aios of specialist ouderengeneeskunde. Meld je nu aan!

  • Wat kun je als specialist ouderengeneeskunde wel en niet doen in het verpleeghuis?
  • Ook binnen het verpleeghuis worden complexe medische en technische handelingen uitgevoerd. Zo zijn er zijn speciale verpleeghuizen waar patiënten verblijven die beademd worden. Daarnaast zijn er verpleeghuizen waar behandeling met infusietherapie mogelijk is. Qua diagnostiek is er ook steeds meer mogelijk: je kunt ECG’s laten maken of laboratoriumonderzoek inzetten. En bij sommige verpleeghuizen kun je zelfs intern röntgenfoto’s laten maken. Verder kun je als SO in het verpleeghuis – mits bekwaam – diverse kleine chirurgische ingrepen verrichten.

  • Met welke casuïstiek kom je vooral in aanraking?
  • Je hebt te maken met complexe casuïstiek, die varieert van probleemgedrag bij een patiënt met dementie tot acuut verminderd bewustzijn bij een patiënt op de afdeling CVA-revalidatie. Ook diagnosticeer en behandel je kleine kwalen, zoals je die ook in de huisartsenpraktijk tegenkomt. Daar komt bij dat leerboeken en richtlijnen zijn geschreven op basis van onderzoek naar veelal jonge patiënten met één specifieke aandoening. De patiënten van de specialist ouderengeneeskunde zijn vaak van hoge leeftijd, hebben meerdere aandoeningen en gebruiken minstens evenveel medicijnen. Je moet de puzzel dus telkens opnieuw leggen. Samen met de patiënt – en waar nodig ook met de naasten – zoek je een behandeling die past bij de patiënt en zijn omgeving.

  • Met welke patiëntendoelgroepen krijg je als SO te maken?
  • Specialisten ouderengeneeskunde werken, de naam zegt het al, vooral met ouderen. Maar: je behandelt soms ook jonge patiënten met complexe aandoeningen, zoals niet-aangeboren hersenletsel of ALS. En ook jonge mensen komen in een verpleeghuis terecht, voor revalidatie of omdat ze een chronische ziekte hebben.

  • Kom je ook jonge patiënten tegen als specialist ouderengeneeskunde?
  • Een deel van de patiënten voor wie je als SO verantwoordelijk bent, kan ook jonger dan 65 jaar zijn. Denk aan patiënten in een hospice, maar ook aan jonge mensen met ernstig niet-aangeboren hersenletsel of met neurodegeneratieve aandoeningen, zoals Huntington.

  • Is het wel leuk om alleen maar met ouderen te werken?
  • Natuurlijk help je veel oudere patiënten, maar je behandelt ook jongere patiënten met complexe aandoeningen. Je werkt dus niet alleen met ouderen. Daarnaast werk je samen met allerlei zorgverleners. Van huisartsen tot psychologen en van paramedici tot verpleegkundigen. Omdat patiënten niet altijd zelf kunnen overzien wat ze willen en welke consequenties behandelkeuzes hebben, ga je voor een goed behandelplan ook het gesprek aan met de naasten van je patiënt.

  • Heeft een specialist ouderengeneeskunde veel met de dood te maken?
  • Natuurlijk kom je in aanraking met de dood. Als specialist ouderengeneeskunde probeer je het leven van patiënten die in de laatste fase van hun leven zitten zo prettig mogelijk te maken. Je kijkt daarbij naar de hele mens en gaat uit van wat hij of zij nog wel kan. Belangrijkste doel is de medische zorg zo in te richten dat de kwaliteit van leven van deze patiënten optimaal is. Je bent echter niet alleen bezig met patiënten in de laatste fase van hun leven. Zo is het verpleeghuis voor een grote groep patiënten niet het eindstation, maar een plek waar ze revalideren om vervolgens weer thuis te gaan wonen. En als je in de eerstelijnszorg werkt, help je patiënten om zo lang mogelijk zelfstandig en veilig thuis te blijven wonen.

Werkplek

  • Waarom wordt de term verpleeghuisarts niet meer gebruikt?
  • Het specialisme ouderengeneeskunde stond tot 2009 bekend onder de naam verpleeghuisarts. Reden van de naamsverandering is dat specialisten ouderengeneeskunde niet alleen in een verpleeghuis werken. Ook daarbuiten – in de eerstelijn, de GGZ of in een hospice – zijn immers steeds meer ouderen met complexe zorgvragen. Het beeld dat de specialist ouderengeneeskunde alleen bezig is met zorg in het verpleeghuis is dus niet juist.

  • Waar kun je allemaal aan de slag?
  • Als specialist ouderengeneeskunde kun je op allerlei plekken aan de slag. In een verpleeghuis, bij de GGZ, in een hospice. En in de eerstelijnszorg. Bij dat laatste kun je denken aan werk als adviseur of als medebehandelaar van de huisarts. Meer weten? Maak dan kennis met onze blogger Margot Verkuylen. Zij werkt als hoofdbehandelaar in een hospice, als medebehandelaar van een huisarts in een huisartspraktijk en als docent bij het Radboudumc.

  • Werk je alleen in het verpleeghuis of kom je ook bij mensen thuis? 
  • Je kunt als specialist ouderengeneeskunde op allerlei plekken aan de slag. In een verpleeghuis, maar ook bij de GGZ, in een hospice of in de eerstelijnszorg. Als je in de eerste lijn werkt, kom je zeker ook bij mensen thuis.

  • In hoeverre kun je aan de slag in de eerstelijnszorg?
  • Er werken al jaren specialisten ouderengeneeskunde in de eerstelijnszorg. Vanaf 2018 wordt waarschijnlijk de financiering verbreed. Vanaf dat moment kunnen ook patiënten en mantelzorgers direct een specialist ouderengeneeskunde inschakelen.

Kennismaken

  • Hoe maak ik kennis met het specialisme ouderengeneeskunde als het niet binnen het curriculum valt?
  • Veel geneeskundestudenten komen tijdens hun studie niet in aanraking met de finesses van dit specialisme, ook niet als onderdeel van hun coschappen. Als je toch interesse hebt, is het verstandig én leuk om een keer een dagje mee te lopen met een specialist  ouderengeneeskunde . Er zijn verspreid over het hele land SO’s die hier graag tijd en ruimte voor vrijmaken. Maar er zijn ook allerlei andere manieren om kennis te maken met het vak. Op de actiepagina vind je meer informatie.