Hoger tarief voor extramurale zorg door specialist ouderengeneeskunde

Specialist ouderengeneeskunde voor iedere kwetsbare oudere weer een stap dichterbij Op 5 juli maakte de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bekend dat het tarief voor extramurale behandeling door de specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn per 2019 wordt verhoogd. VWS-minister Hugo de Jonge past hiervoor het tarief in de subsidieregeling extramurale behandeling voor 2019 aan. Verenso, de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, is bijzonder verheugd met deze tariefsverhoging. Verenso-voorzitter Nienke Nieuwenhuizen, tevens specialist ouderengeneeskunde: “We zijn heel blij dat de NZa, mede naar aanleiding van signalen uit het veld, het tarief voor extramurale behandeling voor de specialist ouderengeneeskunde ophoogt per 1 januari 2019. Deze tariefsverhoging is een belangrijke stap op weg naar een gezonde financiering van de behandeling van thuiswonende kwetsbare ouderen door de specialist ouderengeneeskunde. Daarmee dragen wij bij aan de wens om langer thuis te kunnen blijven wonen en kunnen we opname in ziekenhuis of verpleeghuis uitstellen of voorkomen.” Nieuwenhuizen: “Met onze leden en de NZa en andere partners blijven we werken aan een gezonde financiering van de behandeling zoals de specialist ouderengeneeskunde die in de eerste lijn biedt. Zo kunnen we met elkaar het hoofd bieden aan de dubbele vergrijzing en kunnen de kwetsbaarsten van de kwetsbaren de zorg en behandeling ontvangen die zij nodig hebben, ongeacht waar zij verblijven.” Lees ook: https://www.zorgvisie.nl/specialist-ouderengeneeskunde-krijgt-hoger-tarief-extramurale-zorg/ en https://www.verenso.nl/nieuws/hoger-tarief-voor-extramurale-zorg-door-specialist-ouderengeneeskundemeer...

Vitalis benoemd tot beste coschap van het jaar 2017

Binnen het coschap ouderengeneeskunde is Vitalis (Eindhoven) de trotse winnaar van het coschap van het jaar! Vitalis scoort hoog op laagdrempeligheid, veilig leerklimaat en genoeg uitdaging. Binnen Vitalis is sprake van ‘ouderenzorg op hoog niveau’ en ‘een grote betrokkenheid van alle medewerkers’. Verder wordt aangegeven dat de locaties erg mooi zijn en niet zo oud en dompig als gedacht werd van een verpleeghuis! De benoeming voelt als een erkenning voor Vitalis, niet alleen voor de vakgroep ouderengeneeskunde, maar ook voor alle anderen die hun steentje bijgedragen hebben aan het opleiden van coassistenten, alsmede voor ons mooie vak in het algemeen. Binnen de vakgroep ouderengeneeskunde van Vitalis staat opleiden hoog in het vaandel. Vijf van de tien specialisten ouderengeneeskunde zijn geregistreerd opleider. Met veel enthousiasme worden gemiddeld drie aios ouderengeneeskunde en één aios huisartsgeneeskunde tegelijkertijd opgeleid door de vakgroep. Daarnaast worden er coassistenten en keuze coassistenten begeleid. Vitalis biedt aan al deze artsen in opleiding een breed scala aan mogelijkheden om de ouderengeneeskunde te leren kennen en zich hierin verder te verdiepen. De vijf geregistreerde opleiders: John van der Stegen, Annelies Wijnberg Anne Heebels, Esther Warmerdam en Femke Zandboer  meer...

Mogelijke aanpassing tarieven eerstelijnsverblijf

De tarieven voor eerstelijnsverblijf (ELV) worden mogelijk aangepast. De hoeveelheid behandeluren zijn in relatie tot de behandelbehoefte in het tarief nu te beperkt. Minister voor Medische Zorg Bruno Bruins heeft aan de Tweede Kamer laten weten dat hij wil kijken naar de mogelijkheid van modulaire integrale bekostiging, waarin verschillende intensiteiten van behandeling mogelijk zijn. Verenso-voorzitter Nienke Nieuwenhuizen: “Als specialisten ouderengeneeskunde ondersteunen wij dit van harte. We vinden het ook logisch om dit te bekijken in samenhang met aanverwante zorgvormen. Daarbij is het wel nodig om eerst een landelijk beeld te hebben per zorgvorm en daarna te kijken naar de samenhang. Dit vraagt een inventarisatie en dialoog tussen partijen en zorgprofessionals. Het plan daarvoor ligt al klaar. We gaan dus graag met de minister om tafel om tot de gewenste doorontwikkeling te komen. We zijn ook blij met de erkenning van minister Bruins voor de plek van het eerstelijnsverblijf en het geneeskundig proces van de specialist ouderengeneeskunde in de keten van zorg voor kwetsbare ouderen. Het ELV is namelijk een belangrijk middel om mensen veilig langer thuis te laten wonen, ziekenhuisopnames te voorkomen en verpleeghuisopname uit te stellen. Die doelstellingen worden alleen bereikt als ook daadwerkelijk alle zorg en behandeling die nodig is geleverd kan worden, daar waar dat ten goede komt aan de mogelijke terugkeer naar huis. Ruimte voor de professionele afweging en de samenspraak met de patiënt en mantelzorger is daarin essentieel. De specialist ouderengeneeskunde doet dit door middel van ‘triage’ en zorgt daarmee dat de zorg op de juiste plek geleverd kan worden. Dat er zowel voor triage, als voor het ELV een gezonde bekostiging moet zijn is logisch en we zijn dus blij met de extra middelen die daarvoor worden uitgetrokken.” De mogelijk nieuwe financiering hangt volgens de minister samen met de zorgvorm aanvullende geneeskundige zorg – waarvan de overheveling van de Wet langdurige zorg naar de Zorgverzekeringswet voor 2020 gepland staat – en de geriatrische revalidatiezorg. Of een aanpassing van de tarieven daadwerkelijk plaatsvindt, wordt na de zomer bekend. Het was al bekend dat de minister extra middelen beschikbaar heeft gesteld in het akkoord Wijkverpleging voor verdere groei en ontwikkeling van het eerstelijnsverblijf: 20 miljoen euro per jaar erbij vanaf 2019, oplopend tot 80 miljoen euro in 2022. Lees ook de artikelen op: https://www.zorgvisie.nl/minister-verandert-eerstelijnsverblijf-tarieven/ https://www.verenso.nl/nieuws/kwaliteit-en-doorontwikkeling-eerstelijnsverblijfmeer...

Specialist ouderengeneeskunde, ook voor thuiswonende kwetsbare ouderen

Reactie Verenso op VWS-programma Langer Thuis Maandag 18 juni bracht VWS-minister Hugo de Jonge het programma Langer Thuis uit. Verenso-voorzitter Nienke Nieuwenhuizen is verheugd dat de minister erkent dat de expertise van de specialist ouderengeneeskunde van groot belang is voor kwetsbare ouderen die nog thuis wonen. Nieuwenhuizen: “De minister stelt in het programma dat de specialist ouderengeneeskunde specifieke expertise heeft die voorheen alleen in verpleeghuizen beschikbaar was en dat deze kennis ook in de wijk essentieel is nu er meer ouderen thuis wonen.” Naar verwachting wonen er in 2030 1 miljoen kwetsbare ouderen thuis. Uit onderzoek blijkt dat een specialist ouderengeneeskunde opname van kwetsbare ouderen in een ziekenhuis of verpleeghuis kan voorkómen of uitstellen. Dit bespaart veel leed voor de kwetsbare ouderen en scheelt ook veel geld. In het VWS-programma Langer Thuis wordt gesteld dat er de komende kabinetsperiode extra geld beschikbaar is gesteld om de expertise van de specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn en in de verbinding naar de spoedzorg in te kunnen zetten. Dat is zeer goed nieuws aangezien er nu nog veel financiele drempels zijn die zorgen dat mensen niet de zorg en behandeling krijgen die ze nodig hebben. Verenso is verheugd dat de minister in het programmaplan aangeeft te werken aan het onderbrengen van de medische zorg en behandeling door de specialist ouderengeneeskunde in de Zorgverzekeringswet. Nieuwenhuizen: “Wij werken al langere tijd aan een passende financiering van specialisten ouderengeneeskunde in de Zorgverzekeringswet, zodat ook kwetsbare ouderen die thuis wonen gemakkelijk de medische zorg van een specialist ouderengeneeskunde kunnen ontvangen.” Het programma Langer Thuis is onderdeel van het Pact voor de Ouderenzorg, net als het programma Thuis in het Verpleeghuis, waar de specialist ouderengeneeskunde uiteraard ook een belangrijke rol vervult. Verenso was een van de vele ondertekenaars van het pact. Nieuwenhuizen: “Wij tekenden dit pact omdat het bijdraagt aan het verder vormgeven van de zorg voor de kwetsbaarsten van de kwetsbaren, binnen en buiten het verpleeghuis en los van alle systemen. Een pact, verschillende VWS-programma’s en verschillende zorgakkoorden zijn zeker zinvol, maar we moeten wel integraal blijven denken. Want alleen als we domeinoverstijgend en gemeenteoverstijgend blijven denken en werken, krijgen de kwetsbaarsten van de kwetsbaren de zorg die zij nodig hebben, ongeacht waar zij verblijven. Dat willen wij eigenlijk toch allemaal?”meer...

Dagelijkse dilemma’s voor de specialisten ouderengeneeskunde

De dagelijkse praktijk van specialisten ouderengeneeskunde staat bol van de dilemma’s in de zorg en behandeling van hun patiënten. Daarom stond het halfjaarlijkse Verenso-congres voor specialisten ouderengeneeskunde helemaal in het teken van dilemma’s, specifiek in de psychogeriatrie. Professor June Andrews schetste de dilemma’s rondom patiënten met dementie. Hoe zorgen we ervoor dat patiënten zo min mogelijk stress ervaren en zich dus prettiger voelen? Denk aan de woonomgeving van de patiënt, de mogelijkheden om naar buiten te gaan, personeel dat aardig is, niet wijst op fouten en niet uitgaat van wat ‘normaal’ is. Want wat voor de een stressvol is, hoeft voor een ander niet zo te zijn. Laten we bijvoorbeeld patiënten vrijelijk naar buiten gaan met het risico op vallen of houden we iemand binnen om vallen te voorkomen? Welke keuzes maken we binnen schaarste aan personeel en financiële middelen? Kiezen we dan voor kunst of investeren we in meer beweging voor patiënten? We moeten ons niet laten verleiden tot wat in de mode is maar we moeten kiezen voor wat het beste is voor de patiënt, en dat is bewegen. Tijdens het congres overhandigde prof. dr. Sytse Zuidema, voorzitter van de richtlijncommissie, de nieuwe digitale richtlijn probleemgedrag voor patiënten met dementie aan Hugo van der Wal van het ministerie van VWS. Ook bij probleemgedrag krijgen specialisten ouderengeneeskunde te maken met dilemma’s. Voor wie is het gedrag een probleem, voor de patiënt of voor de mensen rondom de patiënt? In de richtlijn wordt voor verschillende gedragingen bewijsmateriaal over farmacologische interventies en over psychologische en psychosociale interventies samengevat en beoordeeld. De richtlijn is op initiatief van Verenso samen met het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) tot stand gebracht. Diverse sprekers belichtten in parallelsessie het thema ‘Dilemma’s in de psychogeriatrie’, ieder vanuit zijn of haar eigen perspectief. Er waren sessies over de diagnose van dementie bij jonge mensen, lastige dochters van moeders met dementie, ethische dilemma’s, praktijkvoorbeelden over bijvoorbeeld werken op het snijvlak van het toelaatbare en het mogelijke, domotica en Down en dementie. Hugo Borst las voor uit zijn boeken ‘Ma’ en ‘Ach, moedertje’ en deelde met de aanwezigen zijn ervaringen met het verpleeghuis van zijn aan dementie lijdende moeder. Hugo Borst ging uitvoerig in discussie met de deelnemers in de zaal. Hoe kunnen we het tekort aan personeel opvangen? Helpt het om mantelzorg verplicht te stellen? Kunnen ongeschoolde krachten aan het werk in verpleeghuizen? Enkele ambassadeurs van de campagne www.ouderengeneeskunde.nu pakten hun kans en vroegen of Hugo Borst wilde meedenken hoe zij meer mensen kunnen werven voor de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde. Borst pakte deze handschoen op en nodigde de ambassadeurs uit om naar Rotterdam te komen om samen met hem en Carin Gaemers van gedachten te wisselen. Borst gaf de aanwezigen nog wat tips mee: wees aanraakbaar, voor patiënten en de verzorgenden kunnen motiveren om te kiezen voor de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde. Na afloop wisselden ze gegevens uit om een afspraak te maken!meer...

Zó werkt de ouderenzorg verschijnt 5 juni 2018

Hoeveel ouderen krijgen ondersteuning thuis? Wat geven we uit aan verpleeghuiszorg? Hoeveel 65-plussers zijn zélf mantelzorger? Welke wetten vergoeden het eerstelijnsverblijf of palliatief-terminale zorg? Wie verlenen zorg aan ouderen en welke partijen zijn actief in de ouderenzorg? In Zó werkt de ouderenzorg vinden zorgprofessionals (in spe), bestuurders, beleidsmakers, ambtenaren, belangenbehartigers, mantelzorgers en ouderen het antwoord op deze en vele andere vragen.  De ouderenzorg is de afgelopen jaren veranderd en staat volop in de belangstelling door discussies over kwaliteit en een tekort aan personeel. Toch is het voor velen onduidelijk hoe de zorg voor ouderen in Nederland precies is georganiseerd. En dat terwijl er in 2016 bijna 28 miljard euro in de ouderenzorg werd uitgegeven en 376.000 mensen werken in deze sector. Visualisaties Het boek Zó werkt de ouderenzorg geeft – met korte teksten en heldere visualisaties – inzicht in het complexe speelveld. Van de tien vormen van ouderenzorg en welke wetten deze vergoeden, tot welke zorg ouderen krijgen en wat de ontwikkeling is op de arbeidsmarkt van bijvoorbeeld verzorgenden en verpleegkundigen. Een boek voor iedereen die meer wil weten over de zorg voor ouderen, en voor alle zorgprofessionals (in spe) die zich er iedere dag middenin begeven. Platform Zó werkt de zorg Zó werkt de ouderenzorg is een uitgave van Platform Zó werkt de zorg, in samenwerking met AAG, ActiZ, ANBO, Prismant, SBOH, SOON, Verenso, Vilans en VWS. Platform Zó werkt de zorg heeft als missie het debat en de besluitvorming over de zorg naar een hoger plan te tillen door middel van heldere en objectieve informatie. Met De Argumentenfabriek als uitvoerend partner, maken de partners van het platform het zorgstelsel inzichtelijk en begrijpelijk. Partner van het platform zijn: VvAA, NVZ, NFU, Patiëntenfederatie Nederland, Zorgverzekeraars Nederland, LAD, Vilans, ESHPM, AAG, ministerie van VWS, Zorginstituut Nederland, RIVM, Ambulancezorg Nederland en NZa. Praktische informatie Zó werkt de ouderenzorg verschijnt op 5 juni 2018 en is verkrijgbaar in webshops en in de boekhandel. Het boek kost €20,00, het e-book (geschikt voor laptops en tablet) kost €10,00. Voor afname van meer dan tien exemplaren én voor het aanvragen van een recensie-exemplaar: mail naar info@zowerktdezorg.nl.meer...
dementie

Onderzoek naar kwaliteit van leven bij verpleeghuisbewoners met dementie: verslechtering in ‘Iets om handen hebben’

WETENSCHAP - Mensen met dementie die in het verpleeghuis wonen. Hoe ontwikkelt hun kwaliteit van leven zich in twee jaar? Dat onderzocht specialist ouderengeneeskunde Anne van der Zon samen met onderzoekers van het Universitair Kennisnetwerk Ouderenzorg Nijmegen (UKON). De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in The American Journal of Geriatric Psychiatry. Resultaten in negen domeinen van kwaliteit van leven Het onderzoek richtte zich op de kwaliteit van leven in negen domeinen. De resultaten verschilden per domein. Bij de onderzochte groep verbeterde de kwaliteit van leven in een periode van twee jaar op de gebieden ‘Zorgrelatie’, ‘Negatief affect’, ‘Rusteloos gespannen gedrag’, ‘Positief zelfbeeld’, ‘Sociale isolatie’ en ‘Zich thuis voelen’. Tegelijkertijd was er een verslechtering bij de domeinen 'Positief affect’, ‘Sociale relaties’ en 'Iets om handen hebben'. Herkennen en handelen Het belang van het onderzoek is volgens Anne van der Zon herkennen en handelen. Herkennen op welke gebieden de kwaliteit van leven van mensen met dementie in het verpleeghuis achteruitgaat. Om vervolgens te kunnen handelen: manieren bedenken om de kwaliteit van leven op specifieke vlakken  te kunnen behouden en waar mogelijk zelfs te verbeteren. Extra aandacht voor 'Iets om handen hebben'? De grootste afname van kwaliteit van leven vond plaats in het domein ‘Iets om handen hebben’. Volgens de onderzoekers zijn hier meerdere verklaringen voor mogelijk. Mogelijk komt het doordat mensen door hun dementie in de loop van de tijd minder kunnen deelnemen aan activiteiten. Of misschien krijgen ze onvoldoende activiteiten aangeboden. Onvervulde behoefte: je nuttig voelen De verslechtering van het domein ‘Iets om handen’ kan volgens Anne van der Zon ook wijzen op een onvervulde behoefte: 'Uit ander onderzoek blijkt dat ‘je nuttig voelen’ een onderbelichte behoefte is bij mensen met dementie, die bijdraagt aan kwaliteit van leven. Mensen hebben een behoefte iets te betekenen voor anderen. Als je erover nadenkt, is dat heel logisch. Daar is nu mogelijk te weinig aandacht voor bij verpleeghuisbewoners met dementie. Dat zou ik graag nog een keer verder onderzoeken, als vervolg op dit onderzoek.' WAALBED-II studie De onderzoekers gebruikten data van de WAALBED-II studie, een cohortstudie van 290 mensen met dementie in negen verpleeghuizen. In een periode van twee jaar is elke zes maanden de Qualidem-schaal afgenomen om de kwaliteit van leven te meten. Met deze observationele schaal observeerden verzorgenden het gedrag van bewoners. Het volledige onderzoek is gepubliceerd in The American Journal of Geriatric Psychiatry. Meer weten? Meer weten over het onderzoek? Neem contact op met Anne van der Zon via LinkedIn of Twitter. Anne werkt bij De Waalboog in Nijmegen en is  ambassadeur van 'Ouderengeneeskunde. Het specialisme van nu!'meer...

Oude liefde roest niet

Een arts die eerder al in verpleeghuizen heeft gewerkt, loopt na jaren weer eens een dagje mee met aios ouderengeneeskunde Doede Veltman. Wat blijkt? Oude liefde roest niet! Verslag van een enerverende dag. 'In het verleden heb ik als arts gewerkt in verschillende verpleeghuizen. Destijds ben ik gestopt met het vak. Sindsdien werk ik met veel plezier in het onderwijs. Het gemis van het contact met de oudere patiënt is al die jaren wel regelmatig komen bovendrijven. De laatste tijd werd het steeds sterker. Ik begon er zelfs over te dromen. Op een gegeven ogenblik heb ik de knoop doorgehakt en heb ik me opgegeven voor een dag meelopen met een aios ouderengeneeskunde. Ik mocht een dag met Doede Veltman mee naar een verpleeghuis. Mooi en licht Op mijn fiets in de vroege ochtend op naar het verpleeghuis. Wat een mooi en licht gebouw! Even kennismaken en door naar de artsenkamer. Doorlezen van de rapportages en visite lopen op de dementie-afdeling. De patiënten herkennen Doede. Ze noemen hem ‘de reus’. Tijd voor een korte koffiepauze bij de patiënten aan tafel. Een man begint over zijn ervaringen in de oorlog met Japan te vertellen. We kunnen alleen maar luisteren naar zijn indrukwekkende verhaal. De patiënten willen nu toch ook wel weten wie ik ben. Hun conclusie is dat ik de assistente van Doede ben. Ik laat het maar zo. Delier Er is een patiënte met een indrukwekkend delier. Ze is haar gehoorapparaat kwijtgeraakt en dat maakt haar angstig. We gaan op zoek en vinden het gehoorapparaat uiteindelijk in een laatje met allemaal losse en verfrommelde papieren tissues en ongebruikt maandverband. Ze wordt hierdoor iets rustiger. Ze blijft aan haar rok draaien, knoopjes van haar bloes frummelen. Doede is lang met haar bezig. Er volgt een zorgvuldige anamnese en uitgebreid lichamelijk onderzoek. Op basis hiervan wordt een behandelplan opgesteld. Kort tevoren is al bloedonderzoek gedaan, zo blijkt. Toen is een lichte hypercalciëmie gevonden, op basis van een hyperparathyreoïdie. Hoe zat dat ook alweer? Ik begin met mijn oren te klapperen. Hypercalciëmie. Hoe zat dat ook al weer? Bijschildklieren, parathormoon, afbraak van bot, schiet het me door me heen. Moet ik dit allemaal weten? Doede stelt me gerust. Je moet als specialist ouderengeneeskunde veel weten, maar je kunt natuurlijk altijd een andere specialist raadplegen wanneer iets je pet te boven gaat. In dit geval heeft Doede zelf bijvoorbeeld eerder al overleg gehad met een internist-ouderengeneeskunde. Lelijke wond Tijdens het visite lopen worden we gebeld. Een bezoeker is onwel geworden in het restaurant. Wij gaan naar beneden. De AED had ik eerder al zien hangen. Gelukkig valt het mee. De fysiotherapeut is uitgegleden op de pas gedweilde vloer in het restaurant, met een koffiebeker in de hand. Ze heeft een lelijke wond in haar hand. We verbinden haar hand . Daarna kan ze naar haar eigen huisarts om de wond te laten hechten. Hoe is de huidige opleiding? Na de visite wissel ik met Doede van gedachten over verschillende patiënten. We hebben het ook over de huidige opleiding. Eerder ben ik al naar de informatie-bijeenkomst in Groningen geweest. Aan het eind van de middag zit ik weer op fiets, terug naar huis. In de stralende zon, in gedachten verzonken: ik ga solliciteren voor de opleiding!'meer...

Praten over de dood: kwestie van lef en luisteren

'Om te praten over de dood heb je vooral lef nodig en het vermogen om te luisteren.' Dat zegt specialist ouderengeneeskunde  Margot Verkuylen in een interview dat ze gaf in voorbereiding op het congres Topsprekers in de ouderenzorg op dinsdag 15 mei in De Reehorst in Ede. Margot heeft zich als SO gespecialiseerd in palliatieve zorg en weet hoe belangrijk het is om tijdig het gesprek aan te gaan met patiënten over wat zij belangrijk vinden in de laatste fase van het leven. Ze verzorgt regelmatig lezingen en workshops over dit onderwerp, ook voor verpleegkundigen en verzorgenden. Dat doet ze met reden: 'Als SO werk je intensief samen met verpleegkundigen en verzorgenden. Tijdens de opleiding tot SO krijgt deze interdisciplinaire samenwerking veel aandacht. Praten over de dood hoort bij de eigenschappen die alle professionals die zorg dragen voor kwetsbare ouderen moeten ontwikkelen.'meer...

De opleiding (III): leren van en in de praktijk

Van 13 september tot 12 november 2018 kun je weer solliciteren voor een opleidingsplaats als aios ouderengeneeskunde. De opleiding gaat van start op 1 maart 2019. Ben jij hier een geschikte kandidaat voor? Een kort inkijkje in het vak helpt je om deze vraag te beantwoorden. Deel III van een drieluik over de opleiding: leren van en in de praktijk. Als specialist ouderengeneeskunde lever je zorg op maat. Tijdens de opleiding word je hierop voorbereid via een leeromgeving op maat. Je besteedt ongeveer 80 procent van je opleidingstijd aan werken in praktijk. De praktijk van alledag bepaalt voor een groot deel de inhoud van het onderwijs. Het cursorisch deel sluit hier zoveel als mogelijk is op aan. Variatie in werkvormen Een leeromgeving op maat is gevarieerd, maar ook evenwichtig. Met veel variatie in werkvormen. Je voert leergesprekken en gaat zelf aan de studie. Maar je gaat ook oefenen met je vaardigheden in een proefomgeving. De opleiding maakt uiteraard gebruik van moderne e-learning technieken en gebruik van social media voor het delen van kennis. Er is ook veel ruimte voor intervisie en supervisie. Je leert niet alleen van specialisten die in de praktijk werkzaam zijn, maar ook van de andere artsen die samen met jou in opleiding zijn tot specialist ouderengeneeskunde. Dynamisch proces De praktijkopleiding bestaat uit drie opleidingsperiodes en drie stages, verdeeld over drie jaar. In die periode leer je te werken in drie verschillende rollen: als hoofdbehandelaar, medebehandelaar en consulent. Tijdens de opleiding volg je een logisch pad dat loopt van eenvoudig naar complex. Je begint met eenvoudige, veelvoorkomende problemen. Daarna krijg je te maken met steeds complexere problematiek. Omdat de praktijk leidend is, verloopt dat proces natuurlijk nooit helemaal lineair. De praktijk is dat namelijk ook niet. Leren in de praktijk is een dynamisch proces, waarbij je aan de slag gaat met alles wat je tegenkomt. Leren in de praktijk betekent dan ook vooral leren van de praktijk. Uitdaging Denk jij dat je geschikt bent en durf je de uitdaging aan? Solliciteer dan hier voor een opleidingsplaats! Meer weten over de opleiding? - Ga naar de FAQ’s over Opleiding en Ontwikkeling - Bekijk het landelijk opleidingsplan. - De opleiding (I): ben jij een geschikte kandidaat? - De opleiding (II): specialistische kennis, specifieke competentiesmeer...