Praten over de dood: kwestie van lef en luisteren

'Om te praten over de dood heb je vooral lef nodig en het vermogen om te luisteren.' Dat zegt specialist ouderengeneeskunde en Margot Verkuylen in een interview dat ze gaf in voorbereiding op het congres Topsprekers in de ouderenzorg op dinsdag 15 mei in De Reehorst in Ede. Margot heeft zich als SO gespecialiseerd in palliatieve zorg en weet hoe belangrijk het is om tijdig het gesprek aan te gaan met patiënten over wat zij belangrijk vinden in de laatste fase van het leven. Ze verzorgt regelmatig lezingen en workshops over dit onderwerp, ook voor verpleegkundigen en verzorgenden. Dat doet ze met reden: 'Als SO werk je intensief samen met verpleegkundigen en verzorgenden. Tijdens de opleiding tot SO krijgt deze interdisciplinaire samenwerking veel aandacht. Praten over de dood hoort bij de eigenschappen die alle professionals die zorg dragen voor kwetsbare ouderen moeten ontwikkelen.'

De opleiding (I): ben jij een geschikte kandidaat?

Van 1 februari tot 1 mei kun je weer solliciteren voor een opleidingsplaats als aios ouderengeneeskunde. De opleiding gaat van start op 1 september 2018. Ben jij hier een geschikte kandidaat voor? Een kort inkijkje in het vak helpt je om deze vraag te beantwoorden. Als specialist ouderengeneeskunde ben je eerst en vooral arts. Je past medische diagnostiek toe. Maar dat is niet alles. Je kijkt ook naar de sociale en persoonlijkheidskenmerken van de patiënt. Je maakt een inschatting van de ontwikkeling van de zorgvraag. En je staat in nauw contact met de omgeving van de patiënt en andere zorgverleners. Kwaliteit van leven Bij oudere patiënten is het zorgsysteem van mantelzorgers, familie en andere hulpverleners nog belangrijker dan bij andere patiënten. De patiënten zijn vaak minder zelfredzaam. Ze hebben te kampen met multiproblematiek en zijn sterk afhankelijk van hun omgeving. Als specialist verleen je nadrukkelijk medische zorg die de kwaliteit van leven van de patiënten verbetert. Dat geldt natuurlijk voor alle medische beroepen, maar bij ouderen dreigt isolatie en eenzaamheid. Maatschappelijk betrokken Niet alleen de aanpak van ziekteverschijnselen van de patiënt is belangrijk binnen de ouderengeneeskunde. Het gaat om het verbeteren van de levenskwaliteit. Dit maakt dat je nog meer dan gebruikelijk rekening houdt met de wensen van de patiënt. Vooral dit laatste maakt ouderengeneeskunde zo bijzonder: je speelt een heel belangrijke, integrale rol in het leven van je patiënt. Als aios ouderengeneeskunde ben je een stevige basisarts met een wetenschappelijke houding. Maar je bent vooral ook maatschappelijk betrokken. Je gelooft dat je positief kunt bijdragen aan de zelfstandigheid en levenskwaliteit van je patiënten. Je bent doortastend en kunt je goed inleven in de belevingswereld van die patiënten. De wil om het verschil te maken in het leven van je patiënt maakt je tot een goede ouderenspecialist. Uitdaging Denk jij dat je geschikt bent en durf je de uitdaging aan? Solliciteer dan hier voor een opleidingsplaats! Meer weten over de opleiding? - Ga naar de FAQ’s over Opleiding en Ontwikkeling - Bekijk het landelijk opleidingsplan

De opleiding (III): leren van en in de praktijk

Van 1 februari tot 1 mei kun je weer solliciteren voor een opleidingsplaats als aios ouderengeneeskunde. De opleiding gaat van start op 1 september 2018. Ben jij hier een geschikte kandidaat voor? Een kort inkijkje in het vak helpt je om deze vraag te beantwoorden. Deel III van een drieluik over de opleiding: leren van en in de praktijk. Als specialist ouderengeneeskunde lever je zorg op maat. Tijdens de opleiding word je hierop voorbereid via een leeromgeving op maat. Je besteedt ongeveer 80 procent van je opleidingstijd aan werken in praktijk. De praktijk van alledag bepaalt voor een groot deel de inhoud van het onderwijs. Het cursorisch deel sluit hier zoveel mogelijk op aan. Variatie in werkvormen Een leeromgeving op maat is gevarieerd, maar ook evenwichtig. Met veel variatie in werkvormen. Je voert leergesprekken en gaat zelf aan de studie. Maar je gaat ook oefenen met je vaardigheden in een proefomgeving. De opleiding maakt uiteraard gebruik van moderne e-learning technieken en gebruik van social media voor het delen van kennis. Er is ook veel ruimte voor intervisie en supervisie. Je leert niet alleen van specialisten die in de praktijk werkzaam zijn, maar ook van de andere artsen die samen met jou in opleiding zijn tot specialist ouderengeneeskunde. Dynamisch proces De praktijkopleiding bestaat uit drie opleidingsperiodes en drie stages, verdeeld over drie jaar. In die periode leer je te werken in drie verschillende rollen: als hoofdbehandelaar, medebehandelaar en consulent. Tijdens de opleiding volg je een logisch pad dat loopt van eenvoudig naar complex. Je begint met eenvoudige, veelvoorkomende problemen. Daarna krijg je te maken met steeds complexere problematiek. Omdat de praktijk leidend is, verloopt dat proces natuurlijk nooit helemaal lineair. De praktijk is dat namelijk ook niet. Leren in de praktijk is een dynamisch proces, waarbij je aan de slag gaat met alles wat je tegenkomt. Leren in de praktijk betekent dan ook vooral leren van de praktijk. Uitdaging Denk jij dat je geschikt bent en durf je de uitdaging aan? Solliciteer dan hier voor een opleidingsplaats! Meer weten over de opleiding? - Ga naar de FAQ’s over Opleiding en Ontwikkeling - Bekijk het landelijk opleidingsplan. - De opleiding (I): ben jij een geschikte kandidaat? - De opleiding (II): specialistische kennis, specifieke competenties

De opleiding (II): specialistische kennis, specifieke competenties

Het klinkt als een tegenstelling, maar dat is het niet. Specialisten ouderengeneeskunde zijn echte generalisten. Je behandelt veel aandoeningen zelf en speelt een centrale rol in het leven van je patiënten. De opleiding tot specialist ouderengeneeskunde bereidt je voor op deze belangrijke rol. Ouderengeneeskunde verschilt op het eerste gezicht niet veel van andere medische specialismen. Samen met andere specialisten en de omgeving van de patiënt kijk je wat het beste is voor je patiënt. Je doet het nooit helemaal alleen. Tegelijkertijd is de realiteit dat je als specialist ouderengeneeskunde, ook om praktische redenen, relatief vaak ziektebeelden zelf zult behandelen. Ziektebeelden zoals huidziekten, epilepsie, hypothyreoïdie, wonden, depressie, hartfalen en ontregelde diabetes. Dat vereist creativiteit en durf. Je moet zelfstandig beslissingen nemen, want je kunt niet altijd kant-en-klare protocollen volgen. Specialistische kennis De aanpak van een specialist ouderengeneeskunde lijkt waarschijnlijk nog wel het meest op die van een huisarts. Je bent allebei generalist, behandelt veel zelf. Belangrijk verschil is dat de specialist ouderengeneeskunde zich specifiek richt op ziekten en aandoeningen bij kwetsbare ouderen en chronisch zieken. Daarom doe je tijdens de opleiding ook veel specialistische kennis op. Kennis over multimorbiditeit, het diagnosticeren van dementie, polyfarmacie, het beloop van vergevorderde aandoeningen en palliatieve zorg. Specifieke competenties De opleiding tot specialist ouderengeneeskunde legt sterk de focus op de centrale rol die je in het leven van je patiënt vervult. De behandeling is er primair op gericht om de levenskwaliteit van de patiënt te verbeteren. Daarom is er in de opleiding ook veel aandacht voor competenties zoals communicatie, samenwerking en maatschappelijk handelen. Geen patiënt is hetzelfde. Dat betekent ook dat jouw aanpak per patiënt verschilt: zorg op maat. Uitdaging Denk jij dat je geschikt bent en durf je de uitdaging aan? Solliciteer dan hier voor een opleidingsplaats! Meer weten over de opleiding? - Ga naar de FAQ’s over Opleiding en Ontwikkeling - Bekijk het landelijk opleidingsplan - De opleiding: ben jij een geschikte kandidaat?

Anamnese in de zon

Het is mijn eerste week in de geriatrische revalidatiezorg (GRZ). Ik ga op zoek naar mijn nieuwe cliënt. Voor GRZ-begrippen is dit een jonge cliënt. Hij is nog maar 68 jaar en wordt opgenomen met een partiële dwarslaesie op basis van wervelmetastasen bij een longcarcinoom. Ik tref hem in zijn rolstoel buiten op het terras, waar hij in de zon zit te genieten van zijn sigaretje. Even overweeg ik of ik daar iets van moet zeggen, maar ik besluit het zo te laten. Na vier weken ziekenhuisopname en allerlei onderzoeken die tot de diagnose hebben geleid, wil ik niet de betweterige dokter zijn die zijn cliënt de les leest. Nog even genieten Ik schuif aan om kennis te maken en in de tijd die volgt, praten we samen over zijn huidige beperkingen, zijn doelen en zijn thuissituatie. We maken een plan voor zijn revalidatie en spreken af om het lichamelijk onderzoek later in de middag te verrichten. Dan kan hij nog even van de zon genieten. Ik voel me de koning te rijk. Welke dokter kan nu zeggen dat hij buiten in de zon kan zitten en ondertussen een anamnese afneemt? Vrijheid, zelfstandig mijn werk indelen en creatief handelen, het bevalt me nu al. Snel naar huis In de weken die volgen zie ik hem gestaag vooruit gaan. Wanneer ik na mijn lunch terug loop naar mijn kantoor passeer ik de fysiotherapieruimte. Ik blijf even staan en werp een blik naar binnen. Vol overtuiging zie ik hem zijn oefeningen doen. Met twee handen aan de brug zakt hij door zijn knieën. Wanneer hij opkijkt, vangt hij mijn blik. Hij brengt zijn hand omhoog en zwaait: 'Hallo dokter! Dit kon ik drie weken geleden nog niet!' Later tref ik hem, lopend met rollator. Trots als een pauw vertelt hij dat de aanpassingen in huis afgerond zijn en dat hij snel naar huis wil. Weer enkele weken later geef ik hem een hand. Ik wens hem veel geluk en succes. Met in elke hand een kruk zie ik hem verdwijnen door de hoofdingang. En ook vandaag, schijnt de zon. Jan Vissers is aios ouderengeneeskunde. Lees hier waarom hij koos voor dit medisch specialisme.

‘Ik wil niet meer’

Petra Nas is stagiair bij Specialist Ouderengeneeskunde Margot Verkuylen, in het hospice. Tijdens hun stage worden aios uitgedaagd bepaalde competenties verder te ontwikkelen. Een van die competenties is maatschappelijk handelen. Hierbij is het bijvoorbeeld de bedoeling om een breed publiek uitleg te geven over medische overwegingen rondom thema’s die spelen in de maatschappij. Petra schreef hierover onderstaande blog. ‘Ik wil niet meer. Ik zit maar te wachten tot ik dood ga, en dat wil ik niet nog langer meemaken. Ik heb het met de dokters al vaker besproken, en als ik ondragelijk lijd dan mag ik palliatieve sedatie. Daar heb ik ook over gelezen. Dus dat wil ik nu’, aldus mevrouw A. Het is maandagochtend. Mijn opleider, een Specialist Ouderengeneeskunde die gespecialiseerd is in palliatieve zorg, is vandaag afwezig. Daarom loop ik, als aios, vandaag visite in het hospice. De vraag van mevrouw A. is de eerste vraag die voorbij komt op de visite. Mijn maandag start in volle vaart. Nadenken over het levenseinde Het valt mij op dat mensen steeds vaker bewust nadenken over hun wensen rond het levenseinde. Ontzettend belangrijk, want door alle mogelijkheden van deze tijd is het goed te weten wat je als patiënt wel en wat je niet wilt. En dat de arts dat ook weet. Mij bekruipt echter het gevoel dat we als maatschappij meer en meer geloven (of willen geloven?) dat het leven, en nu ook de dood, 100% maakbaar is. Wensen worden soms 'veiligheidsnetten': er zijn patiënten met een chronische ziekte die aan geven 'ooit wel' euthanasie te willen. Op deze manier houden ze nog enige controle. Een krachtig gevoel, vooral als de ziekte juist steeds meer controle overneemt. Dat gevoel van controle stelt dan gerust. Maar dat beeld dat patiënten hebben, over euthanasie of palliatieve sedatie, klopt lang niet altijd. Tegenstrijdige wensen Mevrouw A. kijkt me aan: ze wacht op antwoord. Ik twijfel sterk of de palliatieve sedatie die ze vraagt, ook echt is wat ze wil.  Mevrouw A. is enorm bang voor het verlies van controle en voor het levenseinde, en hierdoor was (en is nog steeds) veel niet bespreekbaar. Ook heeft ze haar wensen regelmatig tegenstrijdig geuit. We hebben al vaker, na goed overleg, iets anders geprobeerd dan wat mevrouw A. precies vroeg. En altijd kwam er meer rust en comfort. Naast mijn twijfel of mijn patiënt haar wens goed kan uiten moet ik met nog iets anders rekening houden . Palliatieve sedatie is medisch gezien pas een optie als al het andere is geprobeerd om de klachten te verlichten. En als iemands levensverwachting nog maximaal twee weken is. Van beiden is, mijns inziens, nu geen sprake. (on)mogelijkheden We moeten volgens mij dus niet starten met palliatieve sedatie. Het is aan mij om dit mevrouw A. duidelijk te maken, zonder het contact te verliezen. En om samen op een plan uit te komen waar ze mee geholpen is. Een hele uitdaging. Ik luister naar haar verhaal en vat voor haar samen wat ik hoor: haar lijden, haar angsten. Ik ben helder over de mogelijkheden en onmogelijkheden. En samen komen we tot een plan. Samen naar het moment van sterven toe groeien In de dagen die volgen slaapt mevrouw A. veel. Ze gaat langzaam achteruit. Soms is ze wakker en heeft contact met haar man en kinderen. Op een avond luistert ze met één van haar kinderen naar een jazznummer, en dansen haar tenen mee op de maat. Wanneer mevrouw A. sterft weet ik dat we het goed hebben gedaan. Zij, haar man en haar kinderen hebben langzaam naar haar sterven toe kunnen groeien. Op dat pad trof zij ellende en lichtpuntjes. Volgens mij horen die beiden bij het leven... En het sterven. Knopen doorhakken Waar de grens ligt tussen de ellende en de lichtpuntjes is ontzettend ingewikkeld en persoonlijk. Sommige mensen weten dit zelf heel goed. Anderen hebben daarbij hulp nodig. Het is aan mij als arts om niet alleen te weten wat medisch mogelijk en toegestaan is. Het is ook aan mij om patiënten te helpen de grenzen te onderzoeken en de juiste vragen te stellen. En soms is het aan mij als arts om mensen zó goed te leren kennen dat ik de knoop kan doorhakken, wanneer het hen zelf niet lukt. Dit is niet alleen erg moeilijk, maar ook heel mooi.

‘Ik heb mijn patiënten veel te bieden: van een goed gesprek tot medicatie’

'Ik probeer de klachten die mensen ervaren zo goed mogelijk te verlichten, met alles wat ik als dokter in huis heb: ik bied ze goede gesprekken en voorlichting, maar ook medische hulpmiddelen zoals medicijnen. Ik heb een hele rugzak aan mogelijkheden voor mijn patiënten.' - SO en ambassadeur Margot Verkuylen legt uit wat zij haar patiënten in het hospice kan bieden, als Specialist Ouderengeneeskunde. https://youtu.be/vuEJCnhL-e4

De vrijdag van Karolien: bellen met 91-jarige mantelzorger

Vandaag is mijn vrije dag. Ik heb een halve dag met mijn driejarige dochter voordat we om twaalf uur mijn zoon ophalen van school. Zij zit gekluisterd aan de CD van K3. Dat geeft mij ruimte om even te bellen met een dame van 91 die ik leerde kennen tijdens mijn stage psychiatrie. Zij woont in Amsterdam-West en bezocht tweemaal daags met het openbaar vervoer haar dementerende zus van 84 in Amsterdam-Zuid. Gewoon vragen hoe het gaat Ik sprak haar voor het eerst na een doorverwijzing via de huisarts. Zus-zuid was zo ernstig aan het dementeren (’s nachts dwalen, agressief) dat zus-west in uiterste nood vroeg om een spoedopname in een verpleeghuis. Met een RM, later alsnog een IBS, hebben we zus-zuid kunnen opnemen in een verpleeghuis. Wat een gesprekken had ik met zus-west over de innerlijke strijd tussen de loyaliteit die ze naar haar zus voelde en de wens haar tot haar dood te verzorgen versus het gevoel de zorg uit handen te moeten geven en eigen grenzen aan te geven op 91-jarige (!) leeftijd. Voor de goede orde, zus-west sliep 3 nachten per week op een luchtbed bij verbaal agressieve zus-zuid en was haar enige mantelzorger. Enfin. Het voelt goed om deze dame zo af en toe te bellen en te vragen hoe het met haar gaat. Je kan een discussie hebben over professionele afstand en vraagtekens zetten bij betrokkenheid en blablablabla. Het kost mij weinig tijd en we zijn er allebei erg blij mee. Soms gebeurt dit gewoon en ik koester het. Wat een wonder! Zoon inmiddels opgehaald eten we thuis een broodje. En dan in sneltreinvaart naar DE afspraak van de week, mijn man is inmiddels aangesloten. Liggend op de onderzoeksbank zien we op het scherm het kloppende hartje van een nieuw kindje in de maak. Dit gaat wel wat verder dan ‘leuk’. Wat een wonder!

De donderdag van Karolien: het zoemt!

Donderdag. Zoon afgeleverd in groep 2. Ik rijd weer naar Utrecht waar Verenso kantoor houdt. File. Daar word ik niet echt ontspannen van. Het is niet anders. Naast de opdracht over Individueel Functioneren heb ik voor mijn stage nog een paar leerdoelen geformuleerd  Zo wil ik graag meer kennismaken met het zorglandschap en de verschillende partijen die met ouderengeneeskunde te maken hebben. Mijn collega’s hebben ieder zo hun eigen aandachtsgebied. Al pratend kom ik erachter wie zich met welke onderwerpen bezighoudt en wat er op dat vlak allemaal gaande is. Van bekostiging tot peilstations De gesprekken hebben vrijwel direct effect. Binnen no-time zie ik uitnodigingen voor sessies langskomen over de stand van het programma ‘Waardigheid en Trots’ en een voorstel van het Zorginstituut over pakketadvies en bekostiging. Onderwerpen waar ik wel 'ns wat over gelezen of gehoord heb, maar waar de medewerkers van Verenso dus dagelijks mee bezig zijn. Anderen zijn weer druk met de proefimplementatie van een richtlijn, met notities over het positioneren van de SO in de eerste lijn, een uitnodiging aan minister Hugo de Jonge voor een afspraak over de Wet Zorg en Dwang of het vormgeven van peilstations. Peilstations? Omdat het in de praktijk lastig blijkt om wetenschappelijk onderzoek te doen rond kwetsbare ouderen onderzoekt Verenso hoe je toch tot een goede systematiek kunt komen om informatie te verzamelen. Dit gebeurt  met behulp van peilstations die gestructureerd informatie vergaren ten behoeve van onderzoek, indicatoren, leren en verbeteren en beleidsinformatie. Een dag niets geleerd…. Alles op alles zetten Ik zie dat hier alles op alles gezet om de ouderengeneeskunde vanuit het perspectief van de SO te verbeteren. De leden zouden eens moeten weten hoe het hier zoemt van bedrijvigheid. Wie weet kan ik mijn patiëntenzorg ooit combineren met een baan bij Verenso. Het onderwerp bekostiging is mijn favoriet. Daar wil ik de komende tijd nog veel meer over horen. 's Avonds de partijen van mijn eigen zorglandschap gevoederd en in bed gelegd. Elke dag ben ik er weer blij mee dat ik mijn baan goed kan combineren met alle andere dingen die ik belangrijk vind in het leven.

De woensdag van Karolien: de terugkomdag

Deze woensdag is de terugkomdag. Ik sta ingedeeld om het onderwijs te verzorgen met als thema Acute geneeskunde. Wel leuk even, de switch van kantoorbaan bij Verenso naar de behandeling van een anafylactische shock of afwegingen om wel of niet te reanimeren. Samen met twee collega’s presenteren we theorie en een paar casussen. Zo blijven we allemaal een beetje bij. ’s Middags hebben we het over financiering van de zorg. Het eerste gedeelte lijkt helaas een herhaling van wat wij elkaar in onze groep eerder al hebben verteld. Later die middag hoor ik toch veel nieuwe dingen. De inrichting van WMO, ZVW en WLZ is niet zo transparant, al zien we door de bomen het bos steeds beter. Ik vind het stiekem wel een leuk onderwerp, dus ik ben blij dat hier in het derde jaar van de opleiding veel aandacht voor is. Blije gezichten Het voelt goed om me niet alleen medisch-inhoudelijk, maar ook als een soort ondernemer klaar te maken voor het werk als specialist ouderengeneeskunde. Daarvoor is de kennis van vandaag hard nodig. Door de regen op de fiets naar crèche en BSO. Blije gezichten bij het ophalen en hele verhalen op weg naar huis. Als het om 19.30 uur stil is lees ik de Concept Richtlijn LWI door. Als lid van de Werkgroep Richtlijnontwikkeling is ons gevraagd hier commentaar op te geven. Nog niet zo makkelijk, maar wel interessant. Zo’n beetje alles leuk vinden is een rode draad in mijn leven. Dat heeft wel eens voor problemen gezorgd, maar op het moment brengt het me veel!  

De maandag van Karolien: aan de slag bij Verenso

De stage bij ouderenpsychiatrie is afgelopen. Mijn derde jaar als specialist ouderengeneeskunde in opleiding is aangebroken. Ik start met mijn keuzestage en heb besloten deze bij Verenso, onze beroepsvereniging, te gaan doen. Even geen patiëntenzorg helaas, maar wel erg leuk en leerzaam om eens verder te kijken dan de patiënten en mijn stethoscoop. Ik heb een dagboek over mijn eerste week bijgehouden. Een ding kan ik verklappen: het slot is verrassend... De eerste dag Deze maandag is mijn eerste dag bij Verenso. De opdracht  is duidelijk. De Registratie Commissie Geneeskundig Specialisten vereist dat specialisten ouderengeneeskunde, naast de bestaande kwaliteitsvisitaties, vanaf 2020 ook moeten voldoen aan de eis tot Evaluatie van het Individueel Functioneren (EIF). Er is al heel wat voorwerk gedaan maar de precieze invulling, het logistieke proces en de communicatie naar de leden moet nog worden uitgewerkt. Die uitwerking is mijn superleuke en - wat mij betreft - zeer relevante taak. Kopje thee erbij Het is wel even wennen om ‘slechts’ met één onderwerp bezig te zijn. In het verpleeghuis komen er elk uur vele vragen en problemen op je af die je op korte termijn moet afhandelen. Ik deel nu ook mijn eigen agenda in, kan naar de wc wanneer ik dat wil en sla geen lunch over. Kopje thee erbij. Het heeft wel wat! Als ik naar huis rijd realiseer ik mij hoe fijn het is dat kersverse collega’s bereid zijn om mij over hun functies te vertellen. Ook mijn uitgebreide kennismakingsgesprek met de interimdirecteur van Verenso, Christel Koerhuis, was heel positief en voelde oprecht geïnteresseerd. Eenmaal thuisgekomen is het koken, bijkletsen met mijn twee kindjes, een favoriet spelletje spelen (Familie Poen!) en ze lekker naar bed brengen. Ik klap de laptop open en werk nog 2 uurtjes aan een artikel voor Huisarts en Wetenschap naar aanleiding van mijn proefschrift. Morgen weer een dag!  

De dinsdag van Karolien: met de neus in de boter

Deze dinsdag val ik met mijn neus in de boter. Vandaag kan ik meteen meekijken bij een visitatie van een vakgroep specialisten ouderengeneeskunde. De groep heeft zich grondig voorbereid door samenwerkingspartners  om feedback te vragen en door zelfevaluaties in te vullen. In de loop van de dag komen de paramedici, de huisarts, de apotheker, leden van het management, leden van de cliëntenraad, de AIOS en de verpleegkundig specialisten langs. Iedereen mag wat zeggen over de sterke en minder sterke punten van de vakgroep. Zoveel verschillende meningen Wat een eyeopener! Ik verwonder me volop over zoveel verschillende meningen. Voor mij is het een zeer leerzame dag in het kader van mijn eigen opdracht bij Verenso: het verder uitwerken van de Evaluatie van het Individueel Functioneren (EIF). Specialisten ouderengeneeskunde moeten vanaf 2020 voldoen aan deze extra eis. Belangrijk om te benadrukken dat deze evaluatie door Verenso wordt begeleid. Ons gezamenlijke doel moet zijn om de kwaliteit van de zorg te handhaven of te verbeteren door kritisch te kijken naar ons eigen functioneren, als vakgroep en als individuele SO. Na een lange dag is het fijn thuiskomen bij man en (slapende) kinderen.

Solliciteer naar een opleidingsplaats tot specialist ouderengeneeskunde!

Is je interesse gewekt om specialist ouderengeneeskunde te worden? Dan kun je vanaf 1 februari 2018 solliciteren naar een opleidingsplaats! Je kunt tot 1 mei solliciteren. De opleiding gaat van start op 1 september 2018. Over de opleiding De opleiding tot specialist ouderengeneeskunde duurt drie jaar. Je kunt de opleiding in deeltijd doen. Ook kun je vrijstellingen krijgen op basis van je werkervaring en competenties. De opleiding bestaat uit vier dagen praktijk en één dag cursorisch onderwijs. Je doet op vier plekken praktijkervaring op: een verpleeghuis, GGZ-instelling, ziekenhuis en een keuzestage. Opleidingsinstituten Nederland telt drie opleidingsinstituten die de postacademische opleiding tot specialist ouderengeneeskunde aanbieden: GERION (met locaties op VUmc, Amsterdam, en UMCG, Groningen), VOSON (Radboudumc, Nijmegen) en LUMC (Leiden). SOON staat voor Samenwerkende Opleidingen tot specialist Ouderengeneeskunde Nederland en is een initiatief van deze drie opleidingsinstituten. SOON faciliteert en stimuleert de samenwerking tussen de instituten. Ook de sollicitatieprocedure voor de opleiding verloopt via SOON. Solliciteren? Solliciteer nu naar een opleidingsplaats voor de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde!

Vlog: In gesprek met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Tijd voor een nieuwe vlog: het specialisme ouderengeneeskunde laat van zich horen! Vorige maand ging ambassadeur en aios Doede Veltman, samen met collega's, in gesprek met Theo van Uum en Anno Pomp van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Er volgde een mooi gesprek, over de rol van de Specialist Ouderengeneeskunde in de zorg voor kwetsbare patiënten. Bekijk hier zijn vlog over dit gesprek. https://youtu.be/XgimSwWakcA

Oude liefde roest niet

Een arts die eerder al in verpleeghuizen heeft gewerkt, loopt na jaren weer eens een dagje mee met aios ouderengeneeskunde Doede Veltman. Wat blijkt? Oude liefde roest niet! Verslag van een enerverende dag. 'In het verleden heb ik als arts gewerkt in verschillende verpleeghuizen. Destijds ben ik gestopt met het vak. Sindsdien werk ik met veel plezier in het onderwijs. Het gemis van het contact met de oudere patiënt is al die jaren wel regelmatig komen bovendrijven. De laatste tijd werd het steeds sterker. Ik begon er zelfs over te dromen. Op een gegeven ogenblik heb ik de knoop doorgehakt en heb ik me opgegeven voor een dag meelopen met een aios ouderengeneeskunde. Ik mocht een dag met Doede Veltman mee naar een verpleeghuis. Mooi en licht Op mijn fiets in de vroege ochtend op naar het verpleeghuis. Wat een mooi en licht gebouw! Even kennismaken en door naar de artsenkamer. Doorlezen van de rapportages en visite lopen op de dementie-afdeling. De patiënten herkennen Doede. Ze noemen hem ‘de reus’. Tijd voor een korte koffiepauze bij de patiënten aan tafel. Een man begint over zijn ervaringen in de oorlog met Japan te vertellen. We kunnen alleen maar luisteren naar zijn indrukwekkende verhaal. De patiënten willen nu toch ook wel weten wie ik ben. Hun conclusie is dat ik de assistente van Doede ben. Ik laat het maar zo. Delier Er is een patiënte met een indrukwekkend delier. Ze is haar gehoorapparaat kwijtgeraakt en dat maakt haar angstig. We gaan op zoek en vinden het gehoorapparaat uiteindelijk in een laatje met allemaal losse en verfrommelde papieren tissues en ongebruikt maandverband. Ze wordt hierdoor iets rustiger. Ze blijft aan haar rok draaien, knoopjes van haar bloes frummelen. Doede is lang met haar bezig. Er volgt een zorgvuldige anamnese en uitgebreid lichamelijk onderzoek. Op basis hiervan wordt een behandelplan opgesteld. Kort tevoren is al bloedonderzoek gedaan, zo blijkt. Toen is een lichte hypercalciëmie gevonden, op basis van een hyperparathyreoïdie. Hoe zat dat ook alweer? Ik begin met mijn oren te klapperen. Hypercalciëmie. Hoe zat dat ook al weer? Bijschildklieren, parathormoon, afbraak van bot, schiet het me door me heen. Moet ik dit allemaal weten? Doede stelt me gerust. Je moet als specialist ouderengeneeskunde veel weten, maar je kunt natuurlijk altijd een andere specialist raadplegen wanneer iets je pet te boven gaat. In dit geval heeft Doede zelf bijvoorbeeld eerder al overleg gehad met een internist-ouderengeneeskunde. Lelijke wond Tijdens het visite lopen worden we gebeld. Een bezoeker is onwel geworden in het restaurant. Wij gaan naar beneden. De AED had ik eerder al zien hangen. Gelukkig valt het mee. De fysiotherapeut is uitgegleden op de pas gedweilde vloer in het restaurant, met een koffiebeker in de hand. Ze heeft een lelijke wond in haar hand. We verbinden haar hand . Daarna kan ze naar haar eigen huisarts om de wond te laten hechten. Hoe is de huidige opleiding? Na de visite wissel ik met Doede van gedachten over verschillende patiënten. We hebben het ook over de huidige opleiding. Eerder ben ik al naar de informatie-bijeenkomst in Groningen geweest. Aan het eind van de middag zit ik weer op fiets, terug naar huis. In de stralende zon, in gedachten verzonken: ik ga solliciteren voor de opleiding!'

Voorbij de protocollen: hoe ik toch nog een goede arts werd

Als beginnend co-assistent belandde ik op een afdeling Interne Geneeskunde in een perifeer ziekenhuis. Er werd een patiënt opgenomen met een eenvoudige longontsteking. De zaalarts voelde me aan de tand: hoe zullen we deze patiënt behandelen? Ik had geen flauw benul. "Met antibiotica natuurlijk!", zei de zaalarts. Ja, daar zat wat in. Stom dat ik daar zelf niet op gekomen was! Overambitieuze zaalarts Na het coschap Interne Geneeskunde volgde het coschap Kindergeneeskunde. Het was rustig op de afdeling. Er lagen slechts een paar neonaten in de couveuses. De overambitieuze zaalarts liet mij het woord voeren tijdens de dagelijkse visite met de verpleegkundigen. Ik had geen flauw benul wat ik de verpleegkundigen zoal moest vragen. Belerend somde de zaalarts een heel rijtje controles op: vochtintake, temperatuur enzovoort. Ja, daar zat wat in. Tijdens mijn tussentijdse beoordeling gaf een zure kinderarts me te verstaan dat mijn klinisch redeneren dramatisch was en dat ik nooit een goede arts kon worden. Ze gaf me op de meeste punten een zware onvoldoende. Het bezorgde me een deuk in mijn zelfvertrouwen. Dagdromer De rest van de coschappen was ik steeds op mijn hoede. Angstvallig probeerde ik aardig gevonden te worden door alle artsen, in de hoop dat ze het me zouden vergeven dat ik er op medisch vlak weinig van bakte. Ik was gewoon niet zo snel met mijn conclusies. Ik was een dagdromer. Sprak uren met mijn patiënten, stelde ze op hun gemak. Soms was ik ook de mede-co's en zaalartsen tot steun. Protocollen en richtlijnen konden me minder interesseren. Die kon ik altijd nog wel opzoeken. Af en toe beetje morfine voorschrijven Uiteindelijk ben ik mijn coschappen toch redelijk doorgekomen. Qua cijfers was ik een middenmoter. Mijn eerste baantje vond ik binnen het specialisme ouderengeneeskunde, in een groot verpleeghuis. Af en toe een beetje morfine voorschrijven, dat kon ik zelfs nog, was mijn gedachte. Het specialisme bleek veel meer te behelzen. De specialisten ouderengeneeskunde waar ik mee werkte waren zeer kundige en ervaren artsen. Ik had ze danig onderschat. Lang leve het gezond verstand De materie in het verpleeghuis was complex, maar ik merkte dat ik hierdoor zelf wonder boven wonder begon op te bloeien. Naarmate ik meer klinische ervaring had opgedaan, kon ik steeds vaker terugvallen op patroonherkenning: ik hoefde bij een eenvoudige longontsteking nu niet meer zo lang na te denken over de behandelmogelijkheden. Voor de complexere problematiek kon ik terugvallen op mijn gezonde verstand. Daar bestonden toch geen protocollen of richtlijnen voor. En ook  mijn betrokkenheid bij de patiënten en collega's werd in deze werkomgeving op waarde geschat. Ik was toch nog een goede arts geworden, alleen niet in een geprotocolleerd ziekenhuisvak!

‘Luisteren met respect’

'Je hebt echt vaardigheden nodig om te kunnen communiceren met mensen die zelf niet goed kunnen communiceren. Geduld en respect zijn daarbij heel belangrijk, en ik kan daar ook de tijd voor nemen. Dat maakt het vak zo mooi.' - Aios Ouderengeneeskunde en ambassadeur Elon Kolkman vertelt over haar specialisme. https://youtu.be/qifXQO66wUM

Gemotiveerde aios gezocht!

Woensdag 6 december 2017 was het tijd voor de voortgangstoets voor alle geneeskundestudenten in Maastricht. Eerstejaars aios Ouderengeneeskunde Jules Houwers, Ivan Lacle en Aukje Pijper stonden na de toets klaar om hen te motiveren voor een carrière in de ouderengeneeskunde! Gewapend met flyers en ander informatiemateriaal ontvingen de aios geïnteresseerde geneeskundestudenten. Ondanks dat iedereen vermoeid was na de voortgangstoets was er toch veel animo. ‘Het is mooi om te zien dat ons vak steeds meer begint te leven onder  toekomstige artsen! Het vak van een specialist ouderengeneeskunde verschilt wezenlijk van dat van een geriater, maar dat verschil is bij geneeskundestudenten vaak nog niet duidelijk. We hopen dat we dat nu hebben kunnen benadrukken’, vertellen de aios.

Kijken naar de hele mens

Aios en ambassadeur Liselotte de Haan vertelt wat ze zo bijzonder vindt aan haar vak als ouderengeneeskundige: 'Ik kijk niet alleen met een medische blik naar de mens, maar ook naar de hele persoon eromheen. Hoe functioneert iemand, in wat voor milieu begeeft iemand zich, wat wil de patiënt zelf en wat vindt zijn omgeving? Daarvoor moet je heel empatisch zijn.’ https://youtu.be/8exiZz1aFF8