Interesse in de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde?

Is je interesse gewekt om specialist ouderengeneeskunde te worden? Dan kun je van 13 september tot 12 november 2018 solliciteren naar een opleidingsplaats per 1 maart 2019.

Over de opleiding

De opleiding tot specialist ouderengeneeskunde duurt drie jaar. Je kunt de opleiding in deeltijd doen. Ook kun je vrijstellingen krijgen op basis van je werkervaring en competenties. De opleiding bestaat uit vier dagen praktijk en één dag cursorisch onderwijs. Je doet op vier plekken praktijkervaring op: een verpleeghuis, GGZ-instelling, ziekenhuis en een keuzestage. Meer weten?

Opleidingsinstituten

Nederland telt drie opleidingsinstituten die de postacademische opleiding tot specialist ouderengeneeskunde aanbieden: GERION (met locaties op VUmc, Amsterdam, en UMCG, Groningen), VOSON (Radboudumc, Nijmegen) en LUMC (Leiden). SOON staat voor Samenwerkende Opleidingen tot specialist Ouderengeneeskunde Nederland en is een initiatief van deze drie opleidingsinstituten. SOON faciliteert en stimuleert de samenwerking tussen de instituten. Ook de sollicitatieprocedure voor de opleiding verloopt via SOON.

Solliciteren?

Solliciteren naar een opleidingsplaats voor de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde kan van 13 september tot 12 november 2018.!

Vlog van Topspreker Margot Verkuylen over kwetsbare ouderen

Op 15 mei 2018 vond in Ede het congres 'Topsprekers over kwetsbare ouderen' plaats. Het aandeel kwetsbare ouderen neemt de komende jaren alleen maar toe en daarmee ook het aantal ouderen met lichamelijke, psychische en sociale problemen en ongemakken. Tijdens dit congres bespraken topsprekers de laatste inzichten en ontwikkelingen op het gebied van de kwetsbare oudere patiënt. Bij palliatieve zorg heb je grote invloed op de mate waarin jouw patiënt de laatste fase van zijn of haar leven beleeft. Het vraagt om een specifieke begeleiding voor de kwetsbare oudere én zijn naasten. Het is meer dan alleen liefdevol de hand vasthouden, het is vaak zeer complexe zorg. Praktijkervaringen anno 2018, dilemma’s en dromen voor de toekomst: Topspreker Margot Verkuylen, specialist ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg sprak erover tijdens dit congres. Bekijk de vlog. [embed]https://www.youtube.com/watch?v=EpKnwE8Nyhg[/embed] Margot Verkuylen is specialist ouderengeneeskunde. Ze ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met basisartsen die meer willen weten over het specialisme ouderengeneeskunde. Geïnteresseerd? Mail Margot!

Niet de arts, maar het lichaam geneest de ziekte. – Hippocrates.

Als geneeskundestudent of arts heb je dit beroep gekozen om mensen te helpen, beter te maken. Als het lichaam alle ziekte zou genezen, hebben wij als artsen dan nog wel werk? Toch zit er zeker waarheid in deze quote. Als arts kan je maar zoveel doen als de medische wetenschap reikt. Dat het menselijk lichaam complex is, besefte ik weer eens voor de zoveelste keer tijdens mijn stage in het ziekenhuis. Een ingewikkelde situatie Tijdens die stage word ik als consulent van de geriatrie bij een zeer kwetsbare man gevraagd. Hij ligt inmiddels al ruim 70 dagen in het ziekenhuis. Hij is geopereerd aan darmkanker en deze operatie en de ziekenhuisopname zijn niet zonder complicaties verlopen. Aan de buik moest hij twee keer geopereerd worden; inmiddels geneest de wond nu goed. Maar daarnaast heeft de man een zeer slecht hart, slechte nieren en ook nog slechte longen. Elke keer als de nieren meer vocht nodig hebben, kan de pompkracht van het hart dit niet aan en blijft er vocht achter zijn al slechte longen zitten. Door het afdrijven van vocht met medicatie, gaan de nieren weer slechter functioneren. Een vicieuze cirkel. Ik overleg met de geriater: Wat kunnen we deze man bieden? Op het gebied van de chirurg is de patiënt stabiel; wat betreft zijn darmkanker zou meneer nog een tijd kunnen leven. Tijd is relatief, want zijn prognose is ongeveer 1 tot 1,5 jaar. Dat lijkt hem niet gegund: als hij al stabiel het ziekenhuis zou verlaten zou hij nog ongeveer drie maanden moeten revalideren om ‘op te knappen’. Maar op zijn oude niveau zal hij nooit meer komen. Wat te doen? In een overleg met alle betrokken specialisten (chirurg, longarts, cardioloog, nefroloog en wij) legt de geriater de situatie uit. Het lijkt alsof we het wel weten, maar nog niet willen toegeven (de cardioloog oppert nog de mogelijkheid van een hartoperatie…). We concluderen dat we in de tijd die meneer nog gegund is, we hem geen genezing meer kunnen geven, maar wel kwaliteit van leven. De chirurg overlegt met de patiënt en zijn familie. Er zal gekeken worden naar een hospice of een plek in het verpleeghuis. Daar zal hij de juiste zorg buiten het ziekenhuis kunnen krijgen. Hoewel deze boodschap veel emoties oproept, lijkt er berusting te komen over de man. Soms is genezing berusting. Niet de arts, maar het lichaam geneest de ziekte. Kylie Soulje is aios ouderengeneeskunde. Lees hier waarom zij voor dit medisch specialisme koos. Kylie ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met geneeskundestudenten en basisartsen die geïnteresseerd zijn in het specialisme ouderengeneeskunde. Interesse? Mail Kylie!  
dementie

Onderzoek naar kwaliteit van leven bij verpleeghuisbewoners met dementie: verslechtering in ‘Iets om handen hebben’

WETENSCHAP - Mensen met dementie die in het verpleeghuis wonen. Hoe ontwikkelt hun kwaliteit van leven zich in twee jaar? Dat onderzocht specialist ouderengeneeskunde Anne van der Zon samen met onderzoekers van het Universitair Kennisnetwerk Ouderenzorg Nijmegen (UKON). De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in The American Journal of Geriatric Psychiatry. Resultaten in negen domeinen van kwaliteit van leven Het onderzoek richtte zich op de kwaliteit van leven in negen domeinen. De resultaten verschilden per domein. Bij de onderzochte groep verbeterde de kwaliteit van leven in een periode van twee jaar op de gebieden ‘Zorgrelatie’, ‘Negatief affect’, ‘Rusteloos gespannen gedrag’, ‘Positief zelfbeeld’, ‘Sociale isolatie’ en ‘Zich thuis voelen’. Tegelijkertijd was er een verslechtering bij de domeinen 'Positief affect’, ‘Sociale relaties’ en 'Iets om handen hebben'. Herkennen en handelen Het belang van het onderzoek is volgens Anne van der Zon herkennen en handelen. Herkennen op welke gebieden de kwaliteit van leven van mensen met dementie in het verpleeghuis achteruitgaat. Om vervolgens te kunnen handelen: manieren bedenken om de kwaliteit van leven op specifieke vlakken  te kunnen behouden en waar mogelijk zelfs te verbeteren. Extra aandacht voor 'Iets om handen hebben'? De grootste afname van kwaliteit van leven vond plaats in het domein ‘Iets om handen hebben’. Volgens de onderzoekers zijn hier meerdere verklaringen voor mogelijk. Mogelijk komt het doordat mensen door hun dementie in de loop van de tijd minder kunnen deelnemen aan activiteiten. Of misschien krijgen ze onvoldoende activiteiten aangeboden. Onvervulde behoefte: je nuttig voelen De verslechtering van het domein ‘Iets om handen’ kan volgens Anne van der Zon ook wijzen op een onvervulde behoefte: 'Uit ander onderzoek blijkt dat ‘je nuttig voelen’ een onderbelichte behoefte is bij mensen met dementie, die bijdraagt aan kwaliteit van leven. Mensen hebben een behoefte iets te betekenen voor anderen. Als je erover nadenkt, is dat heel logisch. Daar is nu mogelijk te weinig aandacht voor bij verpleeghuisbewoners met dementie. Dat zou ik graag nog een keer verder onderzoeken, als vervolg op dit onderzoek.' WAALBED-II studie De onderzoekers gebruikten data van de WAALBED-II studie, een cohortstudie van 290 mensen met dementie in negen verpleeghuizen. In een periode van twee jaar is elke zes maanden de Qualidem-schaal afgenomen om de kwaliteit van leven te meten. Met deze observationele schaal observeerden verzorgenden het gedrag van bewoners. Het volledige onderzoek is gepubliceerd in The American Journal of Geriatric Psychiatry. Meer weten? Meer weten over het onderzoek? Neem contact op met Anne van der Zon via LinkedIn of Twitter. Anne werkt bij De Waalboog in Nijmegen en is  ambassadeur van 'Ouderengeneeskunde. Het specialisme van nu!'

Vlog van Margot: Verslag aios-dag module ‘Palliatieve zorg’

Op 9 maart 2018 vond de eerste landelijke aios-dag plaats voor de module Palliatieve zorg. Hierbij was Ambassadeur Margot Verkuylen aanwezig en doet verslag over haar ervaringen. Modulair onderwijs Vanaf 2016 is het nieuwe opleidingsplan voor de vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde van kracht. Nieuw is onder andere dat er in de verdiepingsfase modulair onderwijs plaatsvindt. Op 9 maart vond de eerste landelijke aios-dag van de module Palliatieve zorg plaats. Dit is een verplichte module die acht dagen duurt: twee landelijke aios-dagen in Schola Medica en zes lokale onderwijsdagen op het eigen opleidingsinstituut met een doorlooptijd van zes maanden. Margot heeft een vlog gemaakt van de eerste landelijke aios-dag van 9 maart jl. Bekijk de vlog en zie dat de dag een groot succes was! Margot Verkuylen is specialist ouderengeneeskunde. Ze ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met basisartsen die meer willen weten over het specialisme ouderengeneeskunde. Geïnteresseerd? Mail Margot!

De opleiding (III): leren van en in de praktijk

Van 13 september tot 12 november 2018 kun je weer solliciteren voor een opleidingsplaats als aios ouderengeneeskunde. De opleiding gaat van start op 1 maart 2019. Ben jij hier een geschikte kandidaat voor? Een kort inkijkje in het vak helpt je om deze vraag te beantwoorden. Deel III van een drieluik over de opleiding: leren van en in de praktijk. Als specialist ouderengeneeskunde lever je zorg op maat. Tijdens de opleiding word je hierop voorbereid via een leeromgeving op maat. Je besteedt ongeveer 80 procent van je opleidingstijd aan werken in praktijk. De praktijk van alledag bepaalt voor een groot deel de inhoud van het onderwijs. Het cursorisch deel sluit hier zoveel als mogelijk is op aan. Variatie in werkvormen Een leeromgeving op maat is gevarieerd, maar ook evenwichtig. Met veel variatie in werkvormen. Je voert leergesprekken en gaat zelf aan de studie. Maar je gaat ook oefenen met je vaardigheden in een proefomgeving. De opleiding maakt uiteraard gebruik van moderne e-learning technieken en gebruik van social media voor het delen van kennis. Er is ook veel ruimte voor intervisie en supervisie. Je leert niet alleen van specialisten die in de praktijk werkzaam zijn, maar ook van de andere artsen die samen met jou in opleiding zijn tot specialist ouderengeneeskunde. Dynamisch proces De praktijkopleiding bestaat uit drie opleidingsperiodes en drie stages, verdeeld over drie jaar. In die periode leer je te werken in drie verschillende rollen: als hoofdbehandelaar, medebehandelaar en consulent. Tijdens de opleiding volg je een logisch pad dat loopt van eenvoudig naar complex. Je begint met eenvoudige, veelvoorkomende problemen. Daarna krijg je te maken met steeds complexere problematiek. Omdat de praktijk leidend is, verloopt dat proces natuurlijk nooit helemaal lineair. De praktijk is dat namelijk ook niet. Leren in de praktijk is een dynamisch proces, waarbij je aan de slag gaat met alles wat je tegenkomt. Leren in de praktijk betekent dan ook vooral leren van de praktijk. Uitdaging Denk jij dat je geschikt bent en durf je de uitdaging aan? Solliciteer dan hier voor een opleidingsplaats! Meer weten over de opleiding? - Ga naar de FAQ’s over Opleiding en Ontwikkeling - Bekijk het landelijk opleidingsplan. - De opleiding (I): ben jij een geschikte kandidaat? - De opleiding (II): specialistische kennis, specifieke competenties
Ouderengeneeskunde

Longontsteking: wat nu?

Ze zit op een grote comfortabele stoel bij het raam. Het lijkt haast alsof ze er in verdwijnt, want echt groot is ze niet. Ze ziet grauw en oogt benauwd ondanks de zuurstof en haar extra longpufjes. 'Goedemorgen dokter', zegt ze. Ze legt me uit dat ze de klachten herkent, ze heeft immers al zo vaak een longontsteking gehad. Ik stel haar nog wat vragen en onderzoek haar. Over haar rechterlong hoor ik inderdaad tekenen van een longontsteking. Ik zeg haar dat ze gelijk heeft en dat ik haar antibiotica zal voorschrijven. Ze kijkt me dankbaar aan en wenst mij bij afscheid 'goedemorgen'. Een week later is mevrouw opgeknapt. Onderzoek of onderhoudsbehandeling? Het herstel blijkt helaas tijdelijk. Ze heeft elke maand opnieuw een longontsteking, vaak ook in combinatie met een exacerbatie van haar COPD. Ik besluit te overleggen met de longarts. Het valt me op dat de longontsteking elke keer rechts onderin zit. Uit oude ontslagbrieven heb ik gelezen dat er mogelijk op een scan ooit iets gezien is. Ik vraag me wel af of ik bij deze 77-jarige dame uitgebreider onderzoek moet doen, omdat dat nogal wat gevolgen kan hebben. Ik ga het gesprek aan met de longarts. Heeft hij andere inzichten voor haar longmedicatie? In hoeverre zou een onderhoudsbehandeling antibiotica en eventueel prednison zinvol zijn? De longarts raadt verder onderzoek aan, maar vraagt zich af hoe zinvol een onderhoudsbehandeling is. Zeer zinvol, wat mij betreft. Elke maand een longontsteking is alleen al vanuit het oogpunt van kwaliteit van leven niet acceptabel. Overleg met familie Tijdens een gesprek overleg ik met mevrouw en haar familie of ze nog voor verder onderzoek wil gaan. Ik leg de voordelen uit, maar ook de nadelen: hogere leeftijd, kwetsbaarheid, gevolgen van eventuele behandelingen mocht er bijvoorbeeld sprake zijn van kanker. Mevrouw en haar familie geven mij aan dat dit veel te belastend zou zijn, maar ze gaat wel akkoord met de onderhoudsbehandeling van antibiotica en, als dat niet helpt, ook prednison. Géén longontsteking meer Sinds de onderhoudsbehandeling met antibiotica en prednison heeft mijn patiënte géén longontstekingen of exacerbaties COPD meer gehad. En dat al vier maanden lang. Mevrouw bedankt mij en bij afscheid wenst zij mij 'goedemorgen'. Wat ben ik blij dat ik heb doorgezet en goed heb geluisterd naar mijn patiënt! Kylie Soulje is aios ouderengeneeskunde. Lees hier waarom zij voor dit medisch specialisme koos. Kylie ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met geneeskundestudenten en basisartsen die geïnteresseerd zijn in het specialisme ouderengeneeskunde. Interesse? Mail Kylie!

Oude liefde roest niet

Een arts die eerder al in verpleeghuizen heeft gewerkt, loopt na jaren weer eens een dagje mee met aios ouderengeneeskunde Doede Veltman. Wat blijkt? Oude liefde roest niet! Verslag van een enerverende dag. 'In het verleden heb ik als arts gewerkt in verschillende verpleeghuizen. Destijds ben ik gestopt met het vak. Sindsdien werk ik met veel plezier in het onderwijs. Het gemis van het contact met de oudere patiënt is al die jaren wel regelmatig komen bovendrijven. De laatste tijd werd het steeds sterker. Ik begon er zelfs over te dromen. Op een gegeven ogenblik heb ik de knoop doorgehakt en heb ik me opgegeven voor een dag meelopen met een aios ouderengeneeskunde. Ik mocht een dag met Doede Veltman mee naar een verpleeghuis. Mooi en licht Op mijn fiets in de vroege ochtend op naar het verpleeghuis. Wat een mooi en licht gebouw! Even kennismaken en door naar de artsenkamer. Doorlezen van de rapportages en visite lopen op de dementie-afdeling. De patiënten herkennen Doede. Ze noemen hem ‘de reus’. Tijd voor een korte koffiepauze bij de patiënten aan tafel. Een man begint over zijn ervaringen in de oorlog met Japan te vertellen. We kunnen alleen maar luisteren naar zijn indrukwekkende verhaal. De patiënten willen nu toch ook wel weten wie ik ben. Hun conclusie is dat ik de assistente van Doede ben. Ik laat het maar zo. Delier Er is een patiënte met een indrukwekkend delier. Ze is haar gehoorapparaat kwijtgeraakt en dat maakt haar angstig. We gaan op zoek en vinden het gehoorapparaat uiteindelijk in een laatje met allemaal losse en verfrommelde papieren tissues en ongebruikt maandverband. Ze wordt hierdoor iets rustiger. Ze blijft aan haar rok draaien, knoopjes van haar bloes frummelen. Doede is lang met haar bezig. Er volgt een zorgvuldige anamnese en uitgebreid lichamelijk onderzoek. Op basis hiervan wordt een behandelplan opgesteld. Kort tevoren is al bloedonderzoek gedaan, zo blijkt. Toen is een lichte hypercalciëmie gevonden, op basis van een hyperparathyreoïdie. Hoe zat dat ook alweer? Ik begin met mijn oren te klapperen. Hypercalciëmie. Hoe zat dat ook al weer? Bijschildklieren, parathormoon, afbraak van bot, schiet het me door me heen. Moet ik dit allemaal weten? Doede stelt me gerust. Je moet als specialist ouderengeneeskunde veel weten, maar je kunt natuurlijk altijd een andere specialist raadplegen wanneer iets je pet te boven gaat. In dit geval heeft Doede zelf bijvoorbeeld eerder al overleg gehad met een internist-ouderengeneeskunde. Lelijke wond Tijdens het visite lopen worden we gebeld. Een bezoeker is onwel geworden in het restaurant. Wij gaan naar beneden. De AED had ik eerder al zien hangen. Gelukkig valt het mee. De fysiotherapeut is uitgegleden op de pas gedweilde vloer in het restaurant, met een koffiebeker in de hand. Ze heeft een lelijke wond in haar hand. We verbinden haar hand . Daarna kan ze naar haar eigen huisarts om de wond te laten hechten. Hoe is de huidige opleiding? Na de visite wissel ik met Doede van gedachten over verschillende patiënten. We hebben het ook over de huidige opleiding. Eerder ben ik al naar de informatie-bijeenkomst in Groningen geweest. Aan het eind van de middag zit ik weer op fiets, terug naar huis. In de stralende zon, in gedachten verzonken: ik ga solliciteren voor de opleiding!'

Anamnese in de zon

Het is mijn eerste week in de geriatrische revalidatiezorg (GRZ). Ik ga op zoek naar mijn nieuwe cliënt. Voor GRZ-begrippen is dit een jonge cliënt. Hij is nog maar 68 jaar en wordt opgenomen met een partiële dwarslaesie op basis van wervelmetastasen bij een longcarcinoom. Ik tref hem in zijn rolstoel buiten op het terras, waar hij in de zon zit te genieten van zijn sigaretje. Even overweeg ik of ik daar iets van moet zeggen, maar ik besluit het zo te laten. Na vier weken ziekenhuisopname en allerlei onderzoeken die tot de diagnose hebben geleid, wil ik niet de betweterige dokter zijn die zijn cliënt de les leest. Nog even genieten Ik schuif aan om kennis te maken en in de tijd die volgt, praten we samen over zijn huidige beperkingen, zijn doelen en zijn thuissituatie. We maken een plan voor zijn revalidatie en spreken af om het lichamelijk onderzoek later in de middag te verrichten. Dan kan hij nog even van de zon genieten. Ik voel me de koning te rijk. Welke dokter kan nu zeggen dat hij buiten in de zon kan zitten en ondertussen een anamnese afneemt? Vrijheid, zelfstandig mijn werk indelen en creatief handelen, het bevalt me nu al. Snel naar huis In de weken die volgen zie ik hem gestaag vooruit gaan. Wanneer ik na mijn lunch terug loop naar mijn kantoor passeer ik de fysiotherapieruimte. Ik blijf even staan en werp een blik naar binnen. Vol overtuiging zie ik hem zijn oefeningen doen. Met twee handen aan de brug zakt hij door zijn knieën. Wanneer hij opkijkt, vangt hij mijn blik. Hij brengt zijn hand omhoog en zwaait: 'Hallo dokter! Dit kon ik drie weken geleden nog niet!' Later tref ik hem, lopend met rollator. Trots als een pauw vertelt hij dat de aanpassingen in huis afgerond zijn en dat hij snel naar huis wil. Weer enkele weken later geef ik hem een hand. Ik wens hem veel geluk en succes in zijn verdere revalidatie. Met in elke hand een kruk zie ik hem verdwijnen door de hoofdingang. En ook vandaag, schijnt de zon. Jan Vissers is aios ouderengeneeskunde. Lees hier waarom hij koos voor dit medisch specialisme.

Waarom ik nooit specialist ouderengeneeskunde wilde worden

De weg naar ouderengeneeskunde: Ik wilde psychiater worden. Gefascineerd door de menselijke psyche, maar vechtend tegen het vooroordeel van zelfingenomen psychologiestudentes met een getroebleerde jeugd. Dus besloot ik dat ik geen psychologie ging studeren, maar geneeskunde. Die dubieuze hang naar status heeft mij later nog wel vaker in de weg gestaan. Ik wilde oncologisch neurochirurg worden. Al snel kwam ik er achter dat psychiaters vooral veel praten. En lichamelijk onderzoek een beetje overbodig vinden. Aldus veel collega’s. Dus het werd oncologisch neurochirurg. Ik had een van de neurochirurgen in een mooie wapperende witte jas op hoge hakken door het ziekenhuis zien zweven. En dat wilde ik ook wel. “Never aim too low” laten we maar zeggen. Ik wilde neuroloog worden. Mijn vader bleek geen neurochirurg. Ook geen dokter trouwens. En de rest van mijn familie ook niet. En tussen ons; ik zag dat snijden in hersenen ook niet écht zitten. Ik had een enthousiaste docent neurologie en was verkocht. Want als neuroloog kon ik, in tegenstelling tot de psychiaters, wellicht verklaren wat er in het brein gebeurde en dat verhelpen. Al snel was ik die illusie armer. Ik wilde internist worden. Daar kon je tenminste nog mensen beter maken; écht iets betekenen voor mensen. Maar toen ik er achter kwam dat een gecorrigeerd kalium meestal niet gelijk stond aan een herstelde levensvreugde kwam ik ook daar op terug. Algemeen chirurg worden. Snijden, creëren, “niet lullen maar poetsen” en grove grappen maken. Ik vond het heerlijk. En ik stond telkens met open mond en diep respect te stuiteren op de OK. Totdat ik voor de zoveelste keer midden in de nacht nog op de OK stond om een paar uur later de ochtendvisite voor te bereiden. En ik eerlijk tegen mezelf moest zijn dat ik liever die avond met mijn vriendje pannenkoeken had gegeten. Ik wilde helemaal geen dokter meer worden. Waarom zou ik, in tegenstelling tot middelbare schoolvriendinnen die inmiddels allemaal al lang een leuke baan hadden met idem inkomen, nog 100 uur in de week door een ziekenhuis willen sjouwen?  Ik had manager moeten worden. Of zoiets. Ik wilde intensivist worden. Terug naar de basis; de fysiologie door de knoppen van de beademingsapparatuur door je vingers laten glijden. En het opzoeken van extremen; wat kan er nog allemaal? Maar ook; wanneer kan het niet meer? Wanneer is iemand nou écht ten dode opgeschreven? Ik wilde tropenarts worden. Ik wilde eigenlijk ook wel naar het buitenland. Spannend. Dan maar de rimboe in. Met niets proberen iets te doen. Maar als beginnende dokter net iets té spannend. Dus ik besloot, ineens afgestudeerd, 'mezelf te gaan zoeken' als vrijwilliger in Azië. Mijn backpack was gekocht. Mijn ticket naar Nepal was geboekt. Ik wilde alles worden. En ik had dan ook geen enkel idee meer wat ik écht wilde worden. Maar specialist ouderengeneeskunde was het zeker niet. Ik had alleen geen geld meer en nog 6 maanden voor vertrek. En waar hebben ze altijd dokters nodig; in het verpleeghuis. Met frisse tegenzin dacht ik daar in korte tijd mijn bankrekening te kunnen spekken. Ik had maar een paar weken nodig en toen was ik verkocht. Hier mocht ik puzzelen als een internist, praten als een psychiater, de boeken in als neuroloog, regelen als een manager, levenseindegesprekken houden als was het een intensive care en de hands on mentaliteit van de chirurgie werd alleen maar gewaardeerd. En dat, als een tropenarts met alleen een stethoscoop om mijn nek. Ik hield van het wereldje; van het ziekenhuis, van mijn witte jas. Maar ik hou nog veel meer van het verpleeghuis. En ik hoop dat er veel meer twijfelende duizendpoten, net als ik toentertijd, verliefd worden op mijn vak: specialist ouderengeneeskunde! Meelopen met Lotje ? Lotje Oosterbaan werkt momenteel als specialist ouderengeneeskunde bij Amaris in ’t Gooi waar ze met name op de chronische afdelingen en in samenwerking met de huisartsen werkt. Daarnaast werkt zij voor Familysupporters als eerstelijns consulent in Almere. Lotje ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met geneeskundestudenten en basisartsen die geïnteresseerd zijn in het specialisme ouderengeneeskunde. Zij is ook beschikbaar voor meeloopdagen. Interesse? Mail Lotje!

Voorbij de protocollen: hoe ik toch nog een goede arts werd

Als beginnend co-assistent belandde ik op een afdeling Interne Geneeskunde in een perifeer ziekenhuis. Er werd een patiënt opgenomen met een eenvoudige longontsteking. De arts voelde me aan de tand: hoe zullen we deze patiënt behandelen? Ik had geen flauw benul. "Met antibiotica natuurlijk!", zei de zaalarts. Ja, daar zat wat in. Stom dat ik daar zelf niet op gekomen was! Overambitieuze zaalarts Na het coschap Interne Geneeskunde volgde het coschap Kindergeneeskunde. Het was rustig op de afdeling. Er lagen slechts een paar neonaten in de couveuses. De overambitieuze zaalarts liet mij het woord voeren tijdens de dagelijkse visite met de verpleegkundigen. Ik had geen flauw benul wat ik de verpleegkundigen zoal moest vragen. Belerend somde de zaalarts een heel rijtje controles op: vochtintake, temperatuur enzovoort. Ja, daar zat wat in. Tijdens mijn tussentijdse beoordeling gaf een zure kinderarts me te verstaan dat mijn klinisch redeneren dramatisch was en dat ik nooit een goede arts kon worden. Ze gaf me op de meeste punten een zware onvoldoende. Het bezorgde me een deuk in mijn zelfvertrouwen. Dagdromer De rest van de coschappen was ik steeds op mijn hoede. Angstvallig probeerde ik aardig gevonden te worden door alle artsen, in de hoop dat ze het me zouden vergeven dat ik er op medisch vlak weinig van bakte. Ik was gewoon niet zo snel met mijn conclusies. Ik was een dagdromer. Sprak uren met mijn patiënten, stelde ze op hun gemak. Soms was ik ook de mede-co's en zaalartsen tot steun. Protocollen en richtlijnen konden me minder interesseren. Die kon ik altijd nog wel opzoeken. Af en toe beetje morfine voorschrijven Uiteindelijk ben ik mijn coschappen toch redelijk doorgekomen. Qua cijfers was ik een middenmoter. Mijn eerste baantje vond ik binnen het specialisme ouderengeneeskunde, in een groot verpleeghuis. Af en toe een beetje morfine voorschrijven, dat kon ik zelfs nog, was mijn gedachte. Het specialisme bleek veel meer te behelzen. De specialisten ouderengeneeskunde waar ik mee werkte waren zeer kundige en ervaren artsen. Ik had ze danig onderschat. Lang leve het gezond verstand De materie in het verpleeghuis was complex, maar ik merkte dat ik hierdoor zelf wonder boven wonder begon op te bloeien. Naarmate ik meer klinische ervaring had opgedaan, kon ik steeds vaker terugvallen op patroonherkenning: ik hoefde bij een eenvoudige longontsteking nu niet meer zo lang na te denken over de behandelmogelijkheden. Voor de complexere problematiek kon ik terugvallen op mijn gezonde verstand. Daar bestonden toch geen protocollen of richtlijnen voor. En ook mijn betrokkenheid bij de patiënten en collega's werd in deze werkomgeving op waarde geschat. Ik was toch nog een goede arts geworden, alleen niet in een geprotocolleerd ziekenhuisvak!

De vrijdag van Karolien: bellen met 91-jarige mantelzorger

Vandaag is mijn vrije dag. Ik heb een halve dag met mijn driejarige dochter voordat we om twaalf uur mijn zoon ophalen van school. Zij zit gekluisterd aan de CD van K3. Dat geeft mij ruimte om even te bellen met een dame van 91 die ik leerde kennen tijdens mijn stage psychiatrie. Zij woont in Amsterdam-West en bezocht tweemaal daags met het openbaar vervoer haar dementerende zus van 84 in Amsterdam-Zuid. Een 91-jarige mantelzorger. Gewoon vragen hoe het gaat Ik sprak haar voor het eerst na een doorverwijzing via de huisarts. Zus-zuid was zo ernstig aan het dementeren (’s nachts dwalen, agressief) dat zus-west in uiterste nood vroeg om een spoedopname in een verpleeghuis. Met een RM, later alsnog een IBS, hebben we zus-zuid kunnen opnemen in een verpleeghuis. Wat een gesprekken had ik met zus-west over de innerlijke strijd tussen de loyaliteit die ze naar haar zus voelde en de wens haar tot haar dood te verzorgen versus het gevoel de zorg uit handen te moeten geven en eigen grenzen aan te geven op 91-jarige (!) leeftijd. Voor de goede orde, zus-west sliep 3 nachten per week op een luchtbed bij verbaal agressieve zus-zuid en was haar enige mantelzorger. Enfin. Het voelt goed om deze dame zo af en toe te bellen en te vragen hoe het met haar gaat. Je kan een discussie hebben over professionele afstand en vraagtekens zetten bij betrokkenheid en blablablabla. Het kost mij weinig tijd en we zijn er allebei erg blij mee. Soms gebeurt dit gewoon en ik koester het. Wat een wonder! Zoon inmiddels opgehaald eten we thuis een broodje. En dan in sneltreinvaart naar DE afspraak van de week, mijn man is inmiddels aangesloten. Liggend op de onderzoeksbank zien we op het scherm het kloppende hartje van een nieuw kindje in de maak. Dit gaat wel wat verder dan ‘leuk’. Wat een wonder!