Ouderengeneeskunde. Het specialisme van NU.

Ben je basisarts en wil je je (verder) specialiseren? Los je graag complexe medische vraagstukken op en zoek je dynamiek in je werk? En hou je van het regisseren van multidisciplinaire zorg? Dan is het specialisme ouderengeneeskunde misschien iets voor jou! Als specialist ouderengeneeskunde kijk je naar de patiënt in zijn totaliteit. Meestal zijn dat kwetsbare ouderen met dementie of complexe chronische aandoeningen, maar soms ook jongere patiënten. Zij wonen in een verpleeghuis of thuis. Je voert de regie over hun multidisciplinaire zorg en werkt samen met (para)medici en zorgprofessionals. Dat doe je in loondienst of zelfstandig. Je kunt volop doorgroeien, zowel in medisch leiderschap als in wetenschap of specialisatie. Door de dubbele vergrijzing blijft de vraag naar specialisten ouderengeneeskunde toenemen. De overheid heeft niet voor niets het aantal opleidingsplaatsen verhoogd. Voor 2019 zijn er 186 opleidingsplaatsen beschikbaar. Wil je meer weten over het specialisme van NU!

Ik Zorg. Ook door specialisten ouderengeneeskunde!

Op 1 november werd de campagne ‘Ik Zorg’ gelanceerd. Het doel van de campagne is meer mensen enthousiast maken en houden voor werk in de sector Zorg & Welzijn. Dit is een samenwerking van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en branche-, beroeps-, werknemers- en werkgeversorganisaties in de sector Zorg & Welzijn. Op de website Ontdekdezorg.nl zijn verhalen te lezen van allerlei medewerkers binnen de zorg voor ouderen, mensen met een verstandelijke beperking en mensen met psychiatrische problemen. Hier vind je ook meer informatie over het werkveld, de bijbehorende opleidingen en actuele vacatures. Ook specialisten ouderengeneeskunde werden uitgenodigd om op de foto te gaan en om hun verhaal te vertellen onder het motto Ik Zorg. Natascha vertelt over haar werk als specialist ouderengeneeskunde en dat voor haar de kwaliteit van leven voorop staat. Joost vertelt hoe hij vanuit de randstad naar Drenthe is verhuisd en daar extra uitdagingen in zijn werk als specialist ouderengeneeskunde heeft gevonden. René vertelt hoe het werk als specialist ouderengeneeskunde voor hem een goede balans tussen werk en privé heeft opgeleverd. Op alle social media delen ook anderen hun passie voor werken in de zorg. Kijk eens op Twitter bij #IkZorg. En deel ook jouw verhaal!   

Wat zou jij doen als je een dag minister was?

Wat zou jij doen als je een dag minister was? Deze vraag stelde Hugo de Jonge (minister van VWS) aan specialist ouderengeneeskunde Lisa Bennink. Bekijk haar reactie in de Terugblikvlog #28 van Hugo de Jonge op Twitter. Lisa spreekt een wens uit die bij alle specialisten ouderengeneeskunde leeft: de kennis en kunde uit het verpleeghuis inzetten buiten de deuren van het verpleeghuis, namelijk in de eerste lijn. Dat betekent dat de specialisten ouderengeneeskunde en de huisartsen veel meer samen willen werken om de oudere patiënten die thuis wonen te kunnen voorzien van goede medische zorg. Op dit moment is dit niet goed mogelijk, omdat specialisten ouderengeneeskunde niet direct hun werkzaamheden kunnen declareren bij een zorgverzekeraar. (Dit in tegenstelling tot de huisarts of andere zorgprofessionals in de eerste lijn als psychiaters, fysiotherapeuten en tandartsen.) Nu maken verpleeghuiszorgorganisaties (waar specialisten ouderengeneeskunde werken) afspraken met het lokale zorgkantoor over het aanbod wat zij kunnen leveren in de eerste lijn. Het wisselt sterk per regio of een oudere patiënt thuis gezien kan worden door een specialist ouderengeneeskunde. Dat moet dus beter geregeld worden! En wat zegt Hugo de Jonge aan het eind? "Heel goed. Dat gaan we doen." Mooi, daar houden we hem aan!

Inspirerende bijeenkomst ouderengeneeskunde in zorghotel

Meer dan 40 geneeskundestudenten en basisartsen kwamen 9 oktober naar het nieuwe zorghotel van AxionContinu voor een informatiebijeenkomst over het specialisme ouderengeneeskunde. Een groep specialisten ouderengeneeskunde en aios vertelden over het complexe, dynamische en multidisciplinaire specialisme ouderengeneeskunde. Het programma was een mix van presentaties, persoonlijke ervaringen en speeddatesessies met een aantal specialisten ouderengeneeskunde. Sommige deelnemers waren geneeskundestudent en wilden na een leuk coschap ouderengeneeskunde, meer informatie over het vak te weten komen. Andere deelnemers waren al afgestudeerd en werkten als basisarts. Zij zochten juist een antwoord op hun specifieke vragen en over de sollicitatieprocedure voor een opleidingsplaats tot specialist ouderengeneeskunde. Aios ouderengeneeskunde Evelien van Riet trapte de avond af met een persoonlijk verhaal over waarom zij koos voor het specialisme ouderengeneeskunde. De door de wol geverfde specialist ouderengeneeskunde Jan Lavrijsen gaf een kijkje in de keuken van het dagelijks werk van een specialist ouderengeneeskunde. Samengevat kun je zeggen: een specialist ouderengeneeskunde is de arts die werkt met ouderen en soms ook jongeren, die werkt als generalist en specialist en die revalidatie, psychogeriatrische zorg en palliatieve zorg biedt. Het is een veelzijdig vak, met vele uitdagingen. Na de presentaties volgden speeddates. Deze speeddates gingen over onderwerpen als psychogeriatrie, geriatrische revalidatie, palliatieve zorg, wetenschap, promotieonderzoek, ervaringen van een basisarts, solliciteren naar een opleidingsplaats tot specialist ouderengeneeskunde en natuurlijk ook een rondleiding door het gloednieuwe zorghotel. Onder het genot van lekkere hapjes en drankjes werd er nog lang nagepraat. Het was een geslaagde bijeenkomst met veel geïnteresseerde en enthousiaste potentiële aios. Wil je ook een bijeenkomst bijwonen? Of een dagje meelopen met een specialist ouderengeneeskunde (in opleiding)? Of direct solliciteren naar een opleidingsplaats tot specialist ouderengeneeskunde? Klik dan op de betreffende knop rechts van dit bericht, op deze webpagina.  

Reactie SOON op troonrede 2018

Goede ouderenzorg vraagt om voldoende specialisten ouderengeneeskunde  “In het vorige begrotingsjaar is al extra geld vrijgemaakt voor zorg aan ouderen, zodat zij kunnen vertrouwen op voldoende tijd, aandacht en goede zorg, thuis of in het verpleeghuis. Die trend zet door. Het extra bedrag voor de ouderenzorg loopt in deze kabinetsperiode op naar ongeveer 3 miljard euro per jaar”, staat in de troonrede van vandaag. SOON, de samenwerkende opleidingen tot specialist ouderengeneeskunde Nederland, is verheugd met deze blijvende aandacht voor de ouderenzorg. Maar naast aandacht en geld zijn er ook voldoende specialisten ouderengeneeskunde nodig om goede zorg te garanderen voor de groeiende groep kwetsbare ouderen. SOON-voorzitter Eric van der Geer: “Al jaren kiezen te weinig (basis)artsen voor de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde. Veel (basis)artsen kennen het vak niet of nauwelijks omdat zij tijdens hun studie niet in aanraking komen met ouderengeneeskunde. Dit vraagt om structurele aandacht voor het specialisme ouderengeneeskunde in de geneeskundestudie, zowel in theorie als in praktijk. Bijvoorbeeld met een verplicht coschap, zoals dat ook voor veel andere specialismen geldt.” SOON startte vorig jaar een campagne om meer geneeskundestudenten en (basis)artsen te interesseren voor de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde, www.ouderengeneeskunde.nu.

Extra zak geld voor de ‘seniorenarts’ in de buurt

Naar aanleiding van de presentatie van de Miljoenennota afgelopen september verscheen er in meerdere media het bericht: 'Extra zak geld voor de seniorenarts in de buurt'. Wie is die 'seniorenarts'? En wat betekent dit nu? Seniorenarts = specialist ouderengeneeskunde Met 'seniorenarts' wordt de specialist ouderengeneeskunde bedoeld. De specialist ouderengeneeskunde is de expert op het gebied van mensen die ouder zijn en de medische zorg die zij nodig hebben. Hij weet veel over de meest voorkomende aandoeningen bij de oudere patiënt en tot welke beperkingen deze kunnen leiden. Ook de huisarts weet hier veel over. Maar de groep ouderen thuis wordt groter en de medische problemen worden ingewikkelder. Dus de huisarts wil ook graag samenwerken met de specialist ouderengeneeskunde om zo samen de medische zorg voor deze ouderen zo goed mogelijk vorm te geven. In de buurt? Met 'in de buurt' wordt bedoeld dat de ouderen thuis of in hun eigen woonomgeving worden geholpen. Dit is de zogenaamde 1e lijn. Ze hoeven dus niet naar een ziekenhuis op verpleeghuis. In deze 1e lijn zijn de huisartsen de behandelend artsen van alle ouderen. De specialist ouderengeneeskunde kan gevraagd worden voor één of meerdere consulten bij oudere patiënten thuis. Het is ook mogelijk om een deel van de behandeling tijdelijk over te nemen van de huisarts. Zorgminister Hugo de Jonge zegt: "De expertise van de specialist ouderengeneeskunde, die voorheen vooral in de verpleeghuiszorg aanwezig was, dient ook structureel aanwezig te zijn in de eerste lijn." De specialisten ouderengeneeskunde kunnen de huisartsen ondersteunen en hopelijk onnodige ziekenhuisopnames voorkomen. En dan de zak geld... Hugo de Jonge belooft, vanaf 2019, 6 miljoen euro extra beschikbaar te stellen per jaar om de inzet van de specialist ouderengeneeskunde te financieren. Voor de rest van 2018 wordt er extra 3 miljoen euro beschikbaar gesteld. Daarnaast wordt er aan gewerkt om vanaf 2020 de inzet van de specialist ouderengeneeskunde te kunnen vergoeden vanuit de zorgverzekering. Is dit goed nieuws voor de (toekomstige) specialisten ouderengeneeskunde? Ja! Op dit moment werken er al specialisten ouderengeneeskunde in de 1e lijn, maar de afspraken hierover verschillen per regio. Dat betekent dat niet overal de specialist ouderengeneeskunde even gemakkelijk iets kan betekenen voor de oudere patiënten in de 1e lijn. Dit gaat dus beter worden dankzij het extra geld en de aankomende vergoeding vanuit de zorgverzekering. En, last but not least, de specialist ouderengeneeskunde wordt zo ook veel beter toegankelijk voor de oudere patiënt die thuis woont. Een hele mooie ontwikkeling!

Goede zorg geven in de laatste levensfase, hoe leer je dat als arts?

Vorige week publiceerde de Leyden Academy on vitality and aging het bericht dat goede stervenszorg onderbelicht is in het medisch curriculum. De huidige geneeskundestudenten leren nu onvoldoende hoe zij om moeten gaan met patiënten die niet meer beter worden en zich in de laatste levensfase bevinden. Vandaag werd dit bericht ook opgepikt door Trouw: Hoogleraar: 'Er is op de geneeskundeopleidingen te weinig aandacht voor omgaan met stervenden'. Beide berichten zijn reacties op het onderzoek wat eerder in september 2018 werd gepubliceerd: End-of-life care in the Dutch medical curricula. De onderzoekers hebben het curriculum van de 8 medische faculteiten in Nederland bestudeerd. Daarnaast bekeken zij het Raamplan Artsopleiding. De conclusie was dat de meeste aspecten van medische zorg in de laatste levensfase weinig structureel aan bod komen. Er is zeker aandacht voor meerdere aspecten van de palliatieve zorg, maar dit gebeurt versnipperd binnen het gehele curriculum. En er zijn grote verschillen tussen de verschillende faculteiten. Joris Slaets (hoogleraar ouderengeneeskunde): “Als er geen sprake meer is van genezen en behandelen, zijn er in de zorg andere vaardigheden nodig: goede gesprekken voeren, aandacht voor spirituele en psychosociale aspecten, zelfreflectie. Vaardigheden die je sowieso een betere dokter maken. Er is maatschappelijk en politiek steeds meer aandacht voor een goed slot aan het leven. Het is hoog tijd dat het levenseinde ook een prominente plek krijgt in het medisch onderwijs.” Wat moet je nu leren als (toekomstige) arts over medische zorg in de laatste levensfase? Internationaal zijn er normen opgesteld waar het onderwijs over ‘end-of-life care’ (ELC) aan moet voldoen. Er zijn 5 essentiële domeinen: Psychologische, culturele & spirituele aspecten: o.a. verdriet, rouw & rituelen rondom de dood. Communicatie & gespreksvaardigheden: o.a. luisteren naar de patiënt en de betekenis die het overlijden voor hem heeft & bespreken van (behandel)wensen in de laatste levensfase. Pathofysiologie en behandeling van symptomen: o.a. pijn, benauwdheid en angst. Juridische & ethische aspecten: o.a. starten/stoppen van behandeling & euthanasie. Reflectie op eigen ervaringen met de dood als persoon en als professional: o.a. aandacht voor de rol van de arts als persoon & de arts als medisch professional. De hoogleraar wil daarom dat ‘end-of-life care’ een concreet vak wordt op alle medische faculteiten. “Dat hoeft niet zoveel tijd te kosten. Belangrijk is dat het in de masterfase ook terugkomt in werkgroepen en bij stages. Laat studenten meelopen met iemand die stervende patiënten begeleidt.” Wat leren de aios ouderengeneeskunde over goede medische zorg in de laatste levensfase? Ambassadeur Margot Verkuylen vertelt: in de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde wordt uitgebreid aandacht besteed aan alle aspecten van de palliatieve zorg. Zo is er een landelijke module palliatieve zorg met 8 onderwijsdagen die verplicht zijn voor alles aios. Daarnaast is de palliatieve zorg een belangrijk onderdeel van de opleidingsperiodes psychogeriatrie en somatiek. Onlangs verzorgde Margot Verkuylen (specialist ouderengeneeskunde) samen met Mariska van Veenen (rouwbegeleider) een dag voor de aios ouderengeneeskunde met het thema: praten over de dood. Mariska deelde haar ervaringen, mooi om te lezen!

Specialisten ouderengeneeskunde in landelijke campagne

Vier specialisten ouderengeneeskunde (in opleiding) treden op in de arbeidsmarktcampagne ‘Ik Zorg’! In deze landelijke publiekscampagne vertellen mensen uit zorg en welzijn wat ze doen, waar ze trots op zijn en wat ze willen dat anderen weten over werken in zorg en welzijn. Met deze campagne hopen de zorg- en welzijnssector en het ministerie van VWS meer mensen warm te maken voor werken in de zorg. De verhalen en foto’s van werkenden in de zorg- en welzijnssector zijn deze zomer opgehaald tijdens een uitgebreide rondgang door Nederland. In het najaar gaat de campagne van start. De vier specialisten ouderengeneeskunde (in opleiding) en andere zorgprofessionals kom je dan mogelijk tegen op internet, op de radio, op tv of in bushokjes.

Gastblogger Febe Verelst: De onbekende patiënt

ANW-dienst Vanwege mijn onzekerheid met acuut zieke patiënten start ik mijn weekenddienst in de hoop dat het rustig blijft. Al vroeg word ik gebeld over een voor mij onbekende patiënt op de revalidatie-afdeling van het ziekenhuis waar ik als aios ouderengeneeskunde stage loop. Een warrig verhaal van de verpleegkundige maakt me bezorgd, dus ik vertrek onmiddellijk. De 91-jarige patiënt heeft onlangs een pacemaker gekregen, met als complicatie een klaplong. Gisteren is hij stabiel overgeplaatst naar onze afdeling. De verpleging, die de man ook niet kent, vindt hem kortademig en versuft. Pingpongen Ik tref hem aan met een onregelmatige ademhaling die ik niet kan plaatsen en hij is niet aanspreekbaar. We besluiten per direct te starten met vernevelen en het geven van extra zuurstof. Ik overleg met mijn supervisor en er volgt ‘gepingpong’ tussen verschillende specialisten. De cardiologie-assistent vindt dit een probleem van de longgeneeskunde. De longarts staat vast in de lift, dus adviseert hij mij om de IC-arts in consult te vragen. Wanneer de IC-arts arriveert blijken onze interventies effectief maar zodra hij de afdeling verlaat, stort de patiënt weer in. Ik twijfel of ik de patiënt nog zal laten beoordelen door een cardioloog of longarts, maar ik voel een blokkade. Ik wil weten wat patiënt zelf zou willen, maar met hem zelf is nu niet te communiceren. Hij heeft geen nabije familie en er blijken geen beleidsafspraken te zijn vastgelegd. Ik vraag een longfoto aan en bel zijn thuiszorgmedewerker, de enige contactpersoon die hij heeft. Ondankbaar De thuiszorgmedewerker geeft aan dat zowel hij als de patiënt in de afgelopen weken een snelle achteruitgang hebben bemerkt en dat de patiënt daarom een testament heeft opgesteld. Ze hebben een goede band met elkaar opgebouwd, hij heeft hem vaak bij ziekenhuisafspraken ondersteund, maar medische beslissingen wil hij, namens de patiënt, niet nemen. Ik bel een tweede thuiszorgmedewerker en deze adviseert mij om niet alles uit de kast te trekken. Patiënt vertelde haar deze week nog dat hij elke dag teleurgesteld is dat hij wakker geworden is, want "Zijn motortje is op…" Het vooruitzicht is het verpleeghuis en ze verwacht niet dat hij daar ooit zal aarden. Ondertussen is de longfoto gemaakt die een forse longontsteking laat zien. Ik bel de longarts, ondertussen bevrijd uit de lift. Hij bevestigt mijn conclusie, geeft aan dat er geen plek op zijn afdeling is en adviseert de patiënt te behandelen voor zijn aspiratiepneumonie. Via de tweede thuiszorgmedewerkster kreeg ik het telefoonnummer van een nicht van de patiënt. Haar schets ik mijn dilemma: haar oom heeft recent een pacemakeroperatie ondergaan, maar uit de informatie die ik nu heb, lijkt een terughoudend beleid mij gepast. Ik stel de vraag die blijft rondspoken: waarom heeft deze 91-jarige man nog gekozen voor een pacemaker? Zijn nicht antwoordt: na vele doktersbezoeken vanwege wegrakingen, bleek een pacemaker de enige zinvolle therapie. Weigeren van deze operatie zag hij als ondankbaarheid jegens zijn artsen, dus aanvaardde hij de risico's. We spreken af om geen antibiotica te geven, totdat we hem zelf hebben kunnen spreken. Ondertussen is het avond. De nicht bladert samen met haar oom in een prachtig militair fotoalbum. Hij lijkt helderder dan vanochtend en ik vraag of hij zich kortademig voelt. Hij antwoord dat hij moet poepen. Wanneer hij onze verwarring opmerkt, denkt hij dat we hem niet goed hebben verstaan en roept: "POEPELEPEE!". Ik betwijfel of ik met deze man een beleidsgesprek kan voeren, maar waag een poging. De hemel "U heeft een zware longontsteking en ik wil u behandelen voor uw kortademigheid." Hij antwoordt: "Dat hoeft niet hoor". Ik leg uit dat we hem kunnen proberen te genezen met antibiotica, maar dat we ook kunnen kiezen om alleen zijn klachten te verminderen en dat ik verwacht dat hij daarna snel zal sterven. Dat laatste lijkt hem wel wat. Zijn nicht knikt berustend en zegt dat ze dan bij deze afscheid neemt. Terwijl de verpleging de medicatie pakt, blijf ik bij hem zitten en bekijken we foto's uit zijn diensttijd, foto's met kameraden, foto's met blokfluit. Ik vraag of hij nog ergens behoefte aan heeft. Het gesprek verloopt steeds trager en na een minuut zegt hij: "Dokter… ik ben niet katholiek hoor". Ik neem aan dat hij doelt op een laatste sacrament en vraag hem waar hij dan wel in gelooft. "Ik ben protestants, dan geloof je in de hemel." Ik antwoord dat de kans groot is dat hij binnenkort aan zijn reis naar de hemel gaat beginnen. Hij krijgt een ondeugende blik op zijn gezicht en antwoordt: "Ik denk het niet". Ik wens hem een goede reis. Hij overlijdt die nacht. Ik besef dat ik prima om kan gaan met acuut zieke patiënten en ben blij dat ik de tijd kreeg om deze patiënt hierin te begeleiden. Deze blog verschijnt tegelijkertijd in het Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde.

Reactie Verenso op troonrede: integrale aanpak arbeidsmarktproblematiek

Verenso is blij met de blijvende aandacht van de politiek voor ouderenzorg en de zes miljoen euro extra die vanaf 2019 wordt vrijgemaakt voor het werk van specialisten ouderengeneeskunde die in de eerste lijn werken. Maar naast geld, pleit Verenso ook voor voldoende zorgverleners. De personeelstekorten in de zorg lopen immers op en de werkdruk is hoog. Dit laatste komt mede doordat de complexiteit van zorgvragen toeneemt. Bovendien gaan veel specialisten ouderengeneeskunde over een aantal jaren met pensioen, terwijl de instroom in de opleiding achterblijft. Een zorgwekkend gegeven, zeker gezien het feit dat de specialist ouderengeneeskunde in toenemende mate de regie heeft als het gaat om de zorg voor kwetsbare ouderen. Dat geldt niet alleen binnen het verpleeghuis, maar ook steeds vaker daarbuiten. Om patiënten de best-passende zorg te kunnen geven, pleit Verenso voor een integrale aanpak van de arbeidsmarktproblematiek. En Verenso pleit voor meer aandacht voor het specialisme ouderengeneeskunde in de opleiding Geneeskunde. Daarom roept Verenso de politiek op om hierover gezamenlijk in gesprek te gaan zodat er ook in de toekomst voldoende mensen zijn die dagelijks met passie en inzet werken voor de kwetsbare ouderen in onze samenleving. Lees hier het persbericht van Verenso.

Ruim 100 vacatures voor specialisten ouderengeneeskunde

Elk kwartaal brengt het Medisch Contact de 'Arbeidsmarktmonitor' uit. Aan de hand van het aantal specialisten en het aantal vacatures wordt een lijst samengesteld. Aan de top staan de specialismen met relatief de meeste vacatures. Het specialisme ouderengeneeskunde staat al jaren in de top 10 van deze lijst. Zo ook dit kwartaal, op een 4e plaats. [caption id="attachment_1301" align="aligncenter" width="707"] Bron: Medisch Contact[/caption] In het 2e kwartaal van 2018 waren er 101 vacatures voor specialisten ouderengeneeskunde. De lijst laat ook zien hoeveel specialisten er op dit moment in Nederland zijn binnen en beroepsgroep. Er zijn nu dus 1711 specialisten ouderengeneeskunde! Een mooi aantal, maar er zijn meer nodig! Wil je meer weten over het specialisme ouderengeneeskunde? Kijk dan eens verder op de website van Ouderengeneeskunde.nu. Er is genoeg te doen voor specialisten ouderengeneeskunde, nu en in de toekomst!

Zo moeilijk kan het toch niet zijn?

Het fenomeen probleemgedrag Ik denk dat ik oud begin te worden. Niet als ik bedenk dat ik dagelijks vol ongeloof aangekeken word wanneer ik mij voorstel als ‘de dokter’. Wél als ik bedenk hoe lang het geleden is, dat ik voor de eerste keer in de schoolbankjes hoorde over het fenomeen 'probleemgedrag' en hoe ik daar toen over dacht. ‘Gedrag dat lijdensdruk of gevaar voor een persoon met dementie veroorzaakt, of voor de mensen in de omgeving’, aldus de docent die ontzet vervolgde met het feit dat dit gedrag ‘bij wel 80% van de bewoners op een gesloten dementie-afdeling gezien werd!’ Ik vond dat stiekem wel meevallen en ik vroeg me af wat er zou gebeuren als de deur van ons studentenhuis ineens dicht gedaan zou worden en wij langs de lat van probleemgedrag gelegd zouden worden. Ik dacht dan meer aan 99%. En wij hadden nog iets te zeggen over nieuwe huisgenoten. Zelfs met alle vrijheden die ik als student had, leed ik zo nu en dan ernstig onder het gedrag van mijn huisgenoten. Midden in de nacht het harde geluid van schietspelletjes aan het einde van de gang. Het vrijende stelletje op de gedeelde badkamer die iedereen in verlegenheid bracht. Het meisje dat na een nacht goed doorzakken naast de bank in de woonkamer gebraakt had. Of gewoon de afwas die voor de honderdste keer bleef staan. Vertonen we niet allemaal vormen van probleemgedrag? Eenvoudig of een hele puzzel Ons studentenhuis had bijna geen personeel nodig; met een schoonmaakster kwamen we een heel eind. Zo moeilijk kon het dan toch allemaal niet zijn op zo’n afdeling? Je doet je oordoppen in, vraagt het stelletje om hun escapades op hun eigen kamer voort te zetten, of zet een dweil en emmer demonstratief voor de deur van het meisje die daar haar roes aan het uitslapen is. Maar de vrouw met dementie die midden in de nacht aan alle kamerdeuren aan het rammelen is, moet misschien wel nodig naar het toilet dat ze niet meer kan vinden. Of is op zoek naar haar ‘kleine meisje’ die ze zachtjes hoort huilen op de gang. Als mensen zich niet meer goed kunnen uiten is het vaak puzzelen voor de verzorging om uit te vinden wat er aan de hand is. Daar komt nog bij dat de meeste bewoners door de jaren heen een bonte verzameling aan chronische ziektes verzameld hebben, die zich allemaal nét anders en het liefst door elkaar heen presenteren. Om daar nog enigszins wijs uit te worden heb je goede verzorgenden nodig, die de bewoners écht kennen en goed naar hen kijken en luisteren. Knap geregeld Het is eind augustus en ik zit bij de barbecue op het terras van de verpleegafdeling. Het is een mooie zonnige dag. Naast mij zit mevrouw Janssen. Goed opgedoft voor de gelegenheid met haar parelketting en blauwe hoedje op. ‘Wanneer komt mijn man?’, vraagt ze en ze pakt mijn onderarm stevig vast. Haar nagels drukken net iets te hard in mijn vel en ze kijkt me wanhopig aan. Ik realiseer mij plotseling dat ik niet weet of haar man nog leeft. Ik weet niet eens of ze überhaupt ooit een man gehad heeft. Misschien is de man naast haar wel haar man. Ik voel mijn hart bonzen. Wat te doen? ‘Weet u wanneer mijn man komt?’, herhaalt ze, nu enigszins gepikeerd. Verschrikt kijk ik op. Ik zie dat een van de verzorgenden onze kant is opgekomen. Ze slaat een arm om mevrouw heen. ‘Jaap komt zo. Hij komt altijd rond half zes.’ Mevrouw Janssen begint te lachen en laat mijn arm los. Ik ruik het gebraden vlees van de barbecue. Er wordt muziek gespeeld, enthousiast geproost, gedanst en luidkeels meegezongen. De gemiddelde studentenkroeg is er niets bij. Voor mijn neus wordt een van de bewoners in haar rolstoel de dansvloer opgesleept om met een grijns van oor tot oor zich heen-en-weer te laten zwieren. Onder de parasol zit een man stilletjes van zijn kleingesneden hamburger te genieten. In de serre, met uitkijk op het feestgedruis maar nét in de stilte, zit een frêle vrouw in een grote comfortabele rolstoel. Ze kijkt tevreden naar buiten, terwijl haar hoofd wiegt op het zachte geneurie van de verzorgende die haar geduldig iets te drinken geeft. En dan realiseer ik me iets. Hoe knap het eigenlijk is dat dit zó goed gaat. Én, dat ik nooit zo'n goed geregeld studentenhuis gezien heb. Meelopen met Lotje ? Lotje Oosterbaan werkt momenteel als specialist ouderengeneeskunde bij Amaris in ’t Gooi waar ze met name op de chronische afdelingen en in samenwerking met de huisartsen werkt. Daarnaast werkt zij voor Familysupporters als eerstelijns consulent in Almere. Lotje ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met geneeskundestudenten en basisartsen die geïnteresseerd zijn in het specialisme ouderengeneeskunde. Zij is ook beschikbaar voor meeloopdagen. Interesse? Mail Lotje!