De opleiding tot specialist ouderengeneeskunde

Als specialist ouderengeneeskunde kun je veel betekenen in het leven van kwetsbare ouderen en chronisch zieken met een complexe zorgvraag. Jouw expertise richt zich op het herstellen of het behouden van het dagelijks functioneren van de patiënt. Je diagnosticeert en behandelt niet alleen de ziekte(n), maar je kijkt ook naar de mens achter de patiënt én diens omgeving. Je lost medisch ingewikkelde puzzels op of helpt bij het loslaten van het leven. Onze bevolking vergrijst en dus blijft er genoeg werk voor specialisten ouderengeneeskunde. Het specialisme is nog jong en zelfs uniek in de wereld. Daar kun je volop (wetenschappelijk) aan meebouwen. In de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde leer je je professionele handelen toe te passen in beroepsactiviteiten en kenmerkende beroepssituaties (KBS). De opleiding is gericht op het ontwikkelen van je kennis, vaardigheden en gedrag. De opleiding tot specialist ouderengeneeskunde is een voltijdstudie van drie jaar, inclusief stages. In sommige gevallen kun je de opleiding in deeltijd volgen. Wil je solliciteren naar een opleidingsplaats tot specialist ouderengeneeskunde? Ga dan naar de website van de samenwerkende opleidingen tot specialist ouderengeneeskunde (SOON). Meer weten over de opleiding? Kijk op www.soon.nl of lees het opleidingsplan. Wil je eerst meer weten over het vak van de specialist ouderengeneeskunde? Maak dan kennis met specialisten ouderengeneeskunde (in opleiding), loop een dagje mee, volg een gastcollege of bezoek een informatiebijeenkomst.
toets

Toets ook je kennis over de ouderengeneeskunde!

Twee keer per jaar komen alle aios ouderengeneeskunde bij elkaar om een digitale kennistoets te maken. De toets bestaat uit 100 vragen en per keer worden er 5 onderwerpen gekozen waar de aios zich in moeten verdiepen. De gekozen onderwerpen zijn gebaseerd op de kenmerkende beroepssituaties (KBS) van de specialist ouderengeneeskunde. Zo werden de aios in juni nog bevraagd over het delier, behandeling van diabetes bij oudere patiënten en de differentiaal diagnose van wegrakingen bij oudere patiënten. Vanaf vandaag zullen we elke week ook een vraag stellen aan jullie. Weet je het antwoord? Mooi! Deel 'm gerust met je vrienden om te kijken of zij het antwoord weten. We zijn benieuwd. De vraag van deze week: benzodiazepinen & de oudere patiënt Ook oudere patiënten krijgen geregeld benzodiazepinen (zoals oxazepam, lorazepam en temazepam) voorgeschreven. Een man van 79 jaar heeft sinds kort angstklachten en gebruikt hiervoor oxazepam, zo nodig 3x per dag. Een belangrijke bijwerking van het gebruik van benzodiazepinen bij ouderen is dat het risico om te vallen toe neemt. a. Welke bijwerkingen van oxazepam dragen allemaal bij aan het toegenomen valrisico? De dochter van deze man is 42 jaar en gebruikt ook geregeld oxazepam. Zij heeft nauwelijks last van bijwerkingen. Tijdens het ouder worden treden er meerdere farmacokinetische veranderingen op. Deze veranderingen zorgen ervoor dat ouderen meer last hebben van bijwerkingen van benzodiazepinen dan jongeren. b. Welke farmacokinetische verandering zorgt hiervoor en waardoor ontstaan de bijwerkingen? c. Welke aanpassingen zijn er nodig in de dosering van benzodiazepinen bij oudere patiënten? Klik hier voor de juiste antwoorden.

Mogelijke aanpassing tarieven eerstelijnsverblijf

De tarieven voor eerstelijnsverblijf (ELV) worden mogelijk aangepast. De hoeveelheid behandeluren zijn in relatie tot de behandelbehoefte in het tarief nu te beperkt. Minister voor Medische Zorg Bruno Bruins heeft aan de Tweede Kamer laten weten dat hij wil kijken naar de mogelijkheid van modulaire integrale bekostiging, waarin verschillende intensiteiten van behandeling mogelijk zijn. Verenso-voorzitter Nienke Nieuwenhuizen: “Als specialisten ouderengeneeskunde ondersteunen wij dit van harte. We vinden het ook logisch om dit te bekijken in samenhang met aanverwante zorgvormen. Daarbij is het wel nodig om eerst een landelijk beeld te hebben per zorgvorm en daarna te kijken naar de samenhang. Dit vraagt een inventarisatie en dialoog tussen partijen en zorgprofessionals. Het plan daarvoor ligt al klaar. We gaan dus graag met de minister om tafel om tot de gewenste doorontwikkeling te komen. We zijn ook blij met de erkenning van minister Bruins voor de plek van het eerstelijnsverblijf en het geneeskundig proces van de specialist ouderengeneeskunde in de keten van zorg voor kwetsbare ouderen. Het ELV is namelijk een belangrijk middel om mensen veilig langer thuis te laten wonen, ziekenhuisopnames te voorkomen en verpleeghuisopname uit te stellen. Die doelstellingen worden alleen bereikt als ook daadwerkelijk alle zorg en behandeling die nodig is geleverd kan worden, daar waar dat ten goede komt aan de mogelijke terugkeer naar huis. Ruimte voor de professionele afweging en de samenspraak met de patiënt en mantelzorger is daarin essentieel. De specialist ouderengeneeskunde doet dit door middel van ‘triage’ en zorgt daarmee dat de zorg op de juiste plek geleverd kan worden. Dat er zowel voor triage, als voor het ELV een gezonde bekostiging moet zijn is logisch en we zijn dus blij met de extra middelen die daarvoor worden uitgetrokken.” De mogelijk nieuwe financiering hangt volgens de minister samen met de zorgvorm aanvullende geneeskundige zorg – waarvan de overheveling van de Wet langdurige zorg naar de Zorgverzekeringswet voor 2020 gepland staat – en de geriatrische revalidatiezorg. Of een aanpassing van de tarieven daadwerkelijk plaatsvindt, wordt na de zomer bekend. Het was al bekend dat de minister extra middelen beschikbaar heeft gesteld in het akkoord Wijkverpleging voor verdere groei en ontwikkeling van het eerstelijnsverblijf: 20 miljoen euro per jaar erbij vanaf 2019, oplopend tot 80 miljoen euro in 2022. Lees ook de artikelen op: https://www.zorgvisie.nl/minister-verandert-eerstelijnsverblijf-tarieven/ https://www.verenso.nl/nieuws/kwaliteit-en-doorontwikkeling-eerstelijnsverblijf

Hoger tarief voor extramurale zorg door specialist ouderengeneeskunde

Specialist ouderengeneeskunde voor iedere kwetsbare oudere weer een stap dichterbij Op 5 juli maakte de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bekend dat het tarief voor extramurale behandeling door de specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn per 2019 wordt verhoogd. VWS-minister Hugo de Jonge past hiervoor het tarief in de subsidieregeling extramurale behandeling voor 2019 aan. Verenso, de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, is bijzonder verheugd met deze tariefsverhoging. Verenso-voorzitter Nienke Nieuwenhuizen, tevens specialist ouderengeneeskunde: “We zijn heel blij dat de NZa, mede naar aanleiding van signalen uit het veld, het tarief voor extramurale behandeling voor de specialist ouderengeneeskunde ophoogt per 1 januari 2019. Deze tariefsverhoging is een belangrijke stap op weg naar een gezonde financiering van de behandeling van thuiswonende kwetsbare ouderen door de specialist ouderengeneeskunde. Daarmee dragen wij bij aan de wens om langer thuis te kunnen blijven wonen en kunnen we opname in ziekenhuis of verpleeghuis uitstellen of voorkomen.” Nieuwenhuizen: “Met onze leden en de NZa en andere partners blijven we werken aan een gezonde financiering van de behandeling zoals de specialist ouderengeneeskunde die in de eerste lijn biedt. Zo kunnen we met elkaar het hoofd bieden aan de dubbele vergrijzing en kunnen de kwetsbaarsten van de kwetsbaren de zorg en behandeling ontvangen die zij nodig hebben, ongeacht waar zij verblijven.” Lees ook: https://www.zorgvisie.nl/specialist-ouderengeneeskunde-krijgt-hoger-tarief-extramurale-zorg/ en https://www.verenso.nl/nieuws/hoger-tarief-voor-extramurale-zorg-door-specialist-ouderengeneeskunde

Specialist ouderengeneeskunde, ook voor thuiswonende kwetsbare ouderen

Reactie Verenso op VWS-programma Langer Thuis Maandag 18 juni bracht VWS-minister Hugo de Jonge het programma Langer Thuis uit. Verenso-voorzitter Nienke Nieuwenhuizen is verheugd dat de minister erkent dat de expertise van de specialist ouderengeneeskunde van groot belang is voor kwetsbare ouderen die nog thuis wonen. Nieuwenhuizen: “De minister stelt in het programma dat de specialist ouderengeneeskunde specifieke expertise heeft die voorheen alleen in verpleeghuizen beschikbaar was en dat deze kennis ook in de wijk essentieel is nu er meer ouderen thuis wonen.” Naar verwachting wonen er in 2030 1 miljoen kwetsbare ouderen thuis. Uit onderzoek blijkt dat een specialist ouderengeneeskunde opname van kwetsbare ouderen in een ziekenhuis of verpleeghuis kan voorkómen of uitstellen. Dit bespaart veel leed voor de kwetsbare ouderen en scheelt ook veel geld. In het VWS-programma Langer Thuis wordt gesteld dat er de komende kabinetsperiode extra geld beschikbaar is gesteld om de expertise van de specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn en in de verbinding naar de spoedzorg in te kunnen zetten. Dat is zeer goed nieuws aangezien er nu nog veel financiele drempels zijn die zorgen dat mensen niet de zorg en behandeling krijgen die ze nodig hebben. Verenso is verheugd dat de minister in het programmaplan aangeeft te werken aan het onderbrengen van de medische zorg en behandeling door de specialist ouderengeneeskunde in de Zorgverzekeringswet. Nieuwenhuizen: “Wij werken al langere tijd aan een passende financiering van specialisten ouderengeneeskunde in de Zorgverzekeringswet, zodat ook kwetsbare ouderen die thuis wonen gemakkelijk de medische zorg van een specialist ouderengeneeskunde kunnen ontvangen.” Het programma Langer Thuis is onderdeel van het Pact voor de Ouderenzorg, net als het programma Thuis in het Verpleeghuis, waar de specialist ouderengeneeskunde uiteraard ook een belangrijke rol vervult. Verenso was een van de vele ondertekenaars van het pact. Nieuwenhuizen: “Wij tekenden dit pact omdat het bijdraagt aan het verder vormgeven van de zorg voor de kwetsbaarsten van de kwetsbaren, binnen en buiten het verpleeghuis en los van alle systemen. Een pact, verschillende VWS-programma’s en verschillende zorgakkoorden zijn zeker zinvol, maar we moeten wel integraal blijven denken. Want alleen als we domeinoverstijgend en gemeenteoverstijgend blijven denken en werken, krijgen de kwetsbaarsten van de kwetsbaren de zorg die zij nodig hebben, ongeacht waar zij verblijven. Dat willen wij eigenlijk toch allemaal?”

Vitalis benoemd tot beste coschap van het jaar 2017

Binnen het coschap ouderengeneeskunde is Vitalis (Eindhoven) de trotse winnaar van het coschap van het jaar! Vitalis scoort hoog op laagdrempeligheid, veilig leerklimaat en genoeg uitdaging. Binnen Vitalis is sprake van ‘ouderenzorg op hoog niveau’ en ‘een grote betrokkenheid van alle medewerkers’. Verder wordt aangegeven dat de locaties erg mooi zijn en niet zo oud en dompig als gedacht werd van een verpleeghuis! De benoeming voelt als een erkenning voor Vitalis, niet alleen voor de vakgroep ouderengeneeskunde, maar ook voor alle anderen die hun steentje bijgedragen hebben aan het opleiden van coassistenten, alsmede voor ons mooie vak in het algemeen. Binnen de vakgroep ouderengeneeskunde van Vitalis staat opleiden hoog in het vaandel. Vijf van de tien specialisten ouderengeneeskunde zijn geregistreerd opleider. Met veel enthousiasme worden gemiddeld drie aios ouderengeneeskunde en één aios huisartsgeneeskunde tegelijkertijd opgeleid door de vakgroep. Daarnaast worden er coassistenten en keuze coassistenten begeleid. Vitalis biedt aan al deze artsen in opleiding een breed scala aan mogelijkheden om de ouderengeneeskunde te leren kennen en zich hierin verder te verdiepen. De vijf geregistreerde opleiders: John van der Stegen, Annelies Wijnberg Anne Heebels, Esther Warmerdam en Femke Zandboer  

Zó werkt de ouderenzorg verschijnt 5 juni 2018

Hoeveel ouderen krijgen ondersteuning thuis? Wat geven we uit aan verpleeghuiszorg? Hoeveel 65-plussers zijn zélf mantelzorger? Welke wetten vergoeden het eerstelijnsverblijf of palliatief-terminale zorg? Wie verlenen zorg aan ouderen en welke partijen zijn actief in de ouderenzorg? In Zó werkt de ouderenzorg vinden zorgprofessionals (in spe), bestuurders, beleidsmakers, ambtenaren, belangenbehartigers, mantelzorgers en ouderen het antwoord op deze en vele andere vragen.  De ouderenzorg is de afgelopen jaren veranderd en staat volop in de belangstelling door discussies over kwaliteit en een tekort aan personeel. Toch is het voor velen onduidelijk hoe de zorg voor ouderen in Nederland precies is georganiseerd. En dat terwijl er in 2016 bijna 28 miljard euro in de ouderenzorg werd uitgegeven en 376.000 mensen werken in deze sector. Visualisaties Het boek Zó werkt de ouderenzorg geeft – met korte teksten en heldere visualisaties – inzicht in het complexe speelveld. Van de tien vormen van ouderenzorg en welke wetten deze vergoeden, tot welke zorg ouderen krijgen en wat de ontwikkeling is op de arbeidsmarkt van bijvoorbeeld verzorgenden en verpleegkundigen. Een boek voor iedereen die meer wil weten over de zorg voor ouderen, en voor alle zorgprofessionals (in spe) die zich er iedere dag middenin begeven. Platform Zó werkt de zorg Zó werkt de ouderenzorg is een uitgave van Platform Zó werkt de zorg, in samenwerking met AAG, ActiZ, ANBO, Prismant, SBOH, SOON, Verenso, Vilans en VWS. Platform Zó werkt de zorg heeft als missie het debat en de besluitvorming over de zorg naar een hoger plan te tillen door middel van heldere en objectieve informatie. Met De Argumentenfabriek als uitvoerend partner, maken de partners van het platform het zorgstelsel inzichtelijk en begrijpelijk. Partner van het platform zijn: VvAA, NVZ, NFU, Patiëntenfederatie Nederland, Zorgverzekeraars Nederland, LAD, Vilans, ESHPM, AAG, ministerie van VWS, Zorginstituut Nederland, RIVM, Ambulancezorg Nederland en NZa. Praktische informatie Zó werkt de ouderenzorg verschijnt op 5 juni 2018 en is verkrijgbaar in webshops en in de boekhandel. Het boek kost €20,00, het e-book (geschikt voor laptops en tablet) kost €10,00. Voor afname van meer dan tien exemplaren én voor het aanvragen van een recensie-exemplaar: mail naar info@zowerktdezorg.nl.

Dagelijkse dilemma’s voor de specialisten ouderengeneeskunde

De dagelijkse praktijk van specialisten ouderengeneeskunde staat bol van de dilemma’s in de zorg en behandeling van hun patiënten. Daarom stond het halfjaarlijkse Verenso-congres voor specialisten ouderengeneeskunde helemaal in het teken van dilemma’s, specifiek in de psychogeriatrie. Professor June Andrews schetste de dilemma’s rondom patiënten met dementie. Hoe zorgen we ervoor dat patiënten zo min mogelijk stress ervaren en zich dus prettiger voelen? Denk aan de woonomgeving van de patiënt, de mogelijkheden om naar buiten te gaan, personeel dat aardig is, niet wijst op fouten en niet uitgaat van wat ‘normaal’ is. Want wat voor de een stressvol is, hoeft voor een ander niet zo te zijn. Laten we bijvoorbeeld patiënten vrijelijk naar buiten gaan met het risico op vallen of houden we iemand binnen om vallen te voorkomen? Welke keuzes maken we binnen schaarste aan personeel en financiële middelen? Kiezen we dan voor kunst of investeren we in meer beweging voor patiënten? We moeten ons niet laten verleiden tot wat in de mode is maar we moeten kiezen voor wat het beste is voor de patiënt, en dat is bewegen. Tijdens het congres overhandigde prof. dr. Sytse Zuidema, voorzitter van de richtlijncommissie, de nieuwe digitale richtlijn probleemgedrag voor patiënten met dementie aan Hugo van der Wal van het ministerie van VWS. Ook bij probleemgedrag krijgen specialisten ouderengeneeskunde te maken met dilemma’s. Voor wie is het gedrag een probleem, voor de patiënt of voor de mensen rondom de patiënt? In de richtlijn wordt voor verschillende gedragingen bewijsmateriaal over farmacologische interventies en over psychologische en psychosociale interventies samengevat en beoordeeld. De richtlijn is op initiatief van Verenso samen met het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) tot stand gebracht. Diverse sprekers belichtten in parallelsessie het thema ‘Dilemma’s in de psychogeriatrie’, ieder vanuit zijn of haar eigen perspectief. Er waren sessies over de diagnose van dementie bij jonge mensen, lastige dochters van moeders met dementie, ethische dilemma’s, praktijkvoorbeelden over bijvoorbeeld werken op het snijvlak van het toelaatbare en het mogelijke, domotica en Down en dementie. Hugo Borst las voor uit zijn boeken ‘Ma’ en ‘Ach, moedertje’ en deelde met de aanwezigen zijn ervaringen met het verpleeghuis van zijn aan dementie lijdende moeder. Hugo Borst ging uitvoerig in discussie met de deelnemers in de zaal. Hoe kunnen we het tekort aan personeel opvangen? Helpt het om mantelzorg verplicht te stellen? Kunnen ongeschoolde krachten aan het werk in verpleeghuizen? Enkele ambassadeurs van de campagne www.ouderengeneeskunde.nu pakten hun kans en vroegen of Hugo Borst wilde meedenken hoe zij meer mensen kunnen werven voor de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde. Borst pakte deze handschoen op en nodigde de ambassadeurs uit om naar Rotterdam te komen om samen met hem en Carin Gaemers van gedachten te wisselen. Borst gaf de aanwezigen nog wat tips mee: wees aanraakbaar, voor patiënten en de verzorgenden kunnen motiveren om te kiezen voor de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde. Na afloop wisselden ze gegevens uit om een afspraak te maken!

De kracht van de vertraging

Woensdagmiddag, half vijf en ik zit in de artsenkamer van het verpleeghuis. Waarom belt die apotheker nu niet terug? Verwijtend kijk ik naar mijn telefoon. Bij mij moet altijd alles snel. Ik wil snel antwoord, ik wil snel weten hoe het zit. Ja, ik durf het ook vrij snel toe te geven: ik ben nogal ongeduldig van aard. Mevrouw De Groot Ik ben net terug van een spoedvisite bij mevrouw De Groot. Ze ligt al de hele dag in bed, en de verpleging weet niet precies wat haar mankeert. Haar gezicht vertrekt als ze verzorgd moet worden. Rustig leg ik mijn hand op haar hand en knijp er voorzichtig in. Een paar tellen lijkt het alsof mevrouw De Groot niets doorheeft van mijn aanwezigheid. Ik kijk naar haar borstkas, die snel op en neer gaat. En dan zie ik ineens haar ogen helderder worden. Ze kijkt me aan. ‘Ik ben de dokter, ik hoorde dat u zich niet goed voelde’. Ze knikt. Ik vertel dat ik haar kom onderzoeken en rustig probeer ik haar te helpen ontkleden. Eén beweging te snel en ik ben haar al weer kwijt. Ze kijkt weg in de verte. Het duurt zeker twintig minuten, voordat ik haar heb nagekeken en moet concluderen dat zij een longontsteking heeft. Ik loop met de verzorgende de gang op en ratel daar mijn conclusie en voorgestelde beleid. 'Het lijkt altijd alsof je alle tijd hebt met de bewoners', zegt ze verbaasd en mogelijk iets teleurgesteld. Reinbert de Leeuw Die avond, Tivoli Vredenburg, half negen. Een oude lange man met spierwit haar verschijnt ten tonele. Hij houdt zich vast aan de leuning terwijl hij de trap op komt. Zijn schouders steken puntig uit in zijn net iets te grote pak. Bedachtzaam loopt hij naar de vleugel in het midden van de zaal. De zaal wordt donker, alleen zijn knokige vingers boven de toetsen vangen het licht van de schijnwerper. Reinbert de Leeuw, 79 jaar, speelt Satie. Al snel hoor ik de klanken vertragen, zijn pianospel wordt zachter en geleidelijk hoor ik de zaal verstillen. Geen kuchjes meer, geen geschuur van broeken van mensen die gaan verzitten. Iedereen op het puntje van zijn stoel. Ik hoor alleen nog maar de muziek. De tijd vliegt voorbij en voordat ik het doorheb, sta ik in mijn jas buiten. Een beetje verdwaasd. Het waait hard, er racen luid bellende fietsers voorbij en, terwijl ik de drukke Utrechtse busbaan oversteek, realiseer ik mij iets: mevrouw De Groot en Reinbert de Leeuw delen een bijzondere gave. Ze weten mij te kalmeren. Meelopen met Lotje ? Lotje Oosterbaan werkt momenteel als specialist ouderengeneeskunde bij Amaris in ’t Gooi waar ze met name op de chronische afdelingen en in samenwerking met de huisartsen werkt. Daarnaast werkt zij voor Familysupporters als eerstelijns consulent in Almere. Lotje ruimt graag tijd in voor een persoonlijk gesprek met geneeskundestudenten en basisartsen die geïnteresseerd zijn in het specialisme ouderengeneeskunde. Zij is ook beschikbaar voor meeloopdagen. Interesse? Mail Lotje!

De kunst van het doorvragen (2)

Als arts op de revalidatieafdeling zorg ik voor een 78-jarige man, we noemen hem Jan. Jan heeft prostaatkanker, en is daarvoor behandeld met bestraling en een operatie. Het traject daarna is een drama met nierbekkenontsteking, perforaties en her-operaties. Uiteindelijk wordt Jan ernstig verzwakt ontslagen naar de revalidatie, om aan te sterken en daarna weer thuis te kunnen wonen. “Het ziekenhuis kan niets meer voor u doen” Lang duurt de adempauze niet: een maand later ontwikkelt Jan een fistel tussen blaas en darm. Hij moet naar het ziekenhuis voor behandeling. De kans op genezing is klein, aangezien het weefsel beschadigd is door de bestraling. Alwéér een complicatie… Ik zie de prognose somber in, en deel dit als hij terugkomt in een gesprek met Jan. Jan heeft veel pijn, maar zegt lachend: “Ach ja, de artsen in het ziekenhuis hadden ook al gezegd dat ze niets meer voor me konden doen.” Kort daarop krijgt Jan last van bloedverlies, waardoor hij verder verzwakt. Hij kan wederom naar het ziekenhuis, dit keer voor een bloedtransfusie om aan te sterken. De vraag die alles veranderde We houden na thuiskomst opnieuw een slechtnieuwsgesprek met Jan. Het is bijzonder hoe positief hij erover is. Opeens vraagt iemand: “Dat gesprek met de artsen toen in het ziekenhuis, wat had u daar nou precies van begrepen?” Jan antwoordt: “De artsen konden niets meer doen, aan die lekkende blaas dus hè.” “Ach ja, de artsen in het ziekenhuis hadden ook al gezegd dat ze niets meer voor me konden doen.” Wat de arts eigenlijk had verteld (blijkt na een telefoontje) is: de artsen in het ziekenhuis kunnen helemaal níets meer voor hem doen. Met andere woorden: Jan gaat dood. Hij is ongeneeslijk ziek, de kanker is niet weg. De weefsels in zijn buik zijn zodanig beschadigd dat er meer complicaties zullen volgen, waaraan hij uiteindelijk zal overlijden. Wij artsen hadden het inderdaad zo opgevat, maar Jan niet. Hij was blij dat hij de kanker had overleefd. Het is voor hem een nieuwe klap om te verwerken. Nooit meer aannames “Assumption is the mother of all fuck-ups,” wordt wel eens gezegd. In een slechtnieuwsgesprek krijg je echt niet alles mee, en Jan vatte de boodschap positief op. Deze lieve en moedige man is inmiddels overleden. Zijn verhaal onthoud ik om mezelf en anderen eraan te herinneren: check of je patiënt je begrijpt. Vraag door, leg uit, draai er niet omheen. Dat zijn we aan patiënten zoals Jan verplicht.

Seksualiteit bij ouderen, hot or not, door gastblogger Céline Nabers

Aandacht in de media De laatste jaren heb ik het idee dat er steeds meer aandacht is voor seksualiteit bij ouderen, althans in de politiek en in de media. In april 2016 is er op de NOS te lezen dat minister Van Rijn in een motie aan de Tweede Kamer oproept om seks en intimiteit bespreekbaar te maken in het verpleeghuis en dat het taboe eraf moet. In 2017 presenteert Sophie Hilbrand op BNNVARA het tv-programma ‘Hotel Sophie’, waarbij ze ouderen ontvangt in haar hotel om te praten over seksualiteit anno nu. En in 2018, heel toepasselijk op 14 februari ‘Valentijnsdag’, staat er een artikel in de Trouw ‘Ouderen missen romantiek en seks, dat leidt tot fikse klachten’. Dit artikel is gebaseerd op onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het is de eerste keer dat er gevraagd is naar de seksuele behoefte van ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen. Aandacht in het verpleeghuis Maar… in het verpleeghuis waar ik werkte als arts in opleiding tot specialist ouderengeneeskunde, merkte ik, dat er helemaal niet veel aandacht was voor seksualiteit bij ouderen. Hoewel ik wel degelijk zag dat de behoefte er was. Zo was er de bewoner op de gerontopsychiatrische afdeling die iedere drie weken bezoek kreeg van een prostituee. Of de vrouw op de somatische afdeling met een halfzijdige parese en een forse afasie, die zich soms met haar partner terugtrok op haar kamer. Als het bordje ‘Niet storen a.u.b.’ door hen werd opgehangen wist het personeel van de afdeling genoeg. En dan nog de dementerende vrouw, van wie de man na 65 jaar huwelijk overleed, waarna zij binnen een week werd opgenomen in het verpleeghuis. Wanneer ik haar ontmoette, had mevrouw behoefte aan een knuffel. Mijns inziens heel begrijpelijk, maar wie geeft die? De vraag stellen In het kader van de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde, heb ik onderzocht of de specialist ouderengeneeskunde (in opleiding) tegenwoordig vraagt naar de behoefte aan seksualiteit van zijn/haar patiënt(e). Deze resultaten heb ik vergeleken met een gelijkend onderzoek van M. Verkuijlen uit 1996: ‘Vragen die worden overgeslagen’. Hierin stelt zij dat bijna geen enkele arts naar de behoefte aan seksualiteit van bewoners in het verpleeghuis vraagt en ze roept op seksualiteit in het verpleeghuis uit de taboesfeer te halen door onder andere seksualiteit bespreekbaar te maken met de patiënt. Nog steeds een onderbelicht onderwerp De resultaten van mijn onderzoek laten zien dat de seksuele behoefte van ouderen nog altijd niet frequent wordt uitgevraagd door specialisten ouderengeneeskunde (in opleiding). In 1996 deed 2% van de ondervraagden dit en nu 11%. De houding ten aanzien van seksualiteit bij ouderen is heel positief, maar veel artsen vinden het niet hun verantwoordelijkheid de behoefte aan seksualiteit van de patiënt(e) uit te vragen. Het is onwaarschijnlijk dat dit onderwerp ter sprake wordt gebracht door de patiënt(e) zelf, de naasten of het verzorgend/verplegend personeel, waardoor seksualiteit bij ouderen nog altijd een onderbelicht onderwerp is. Beleid en verantwoordelijkheid Ik wil alle verpleeghuizen dringend verzoeken om een duidelijk beleid te maken omtrent seksualiteit bij ouderen, onder andere door af te spreken wie er verantwoordelijk is voor het uitvragen van de seksuele behoeftes van de patiënt(e). Mijn inziens behoort de inventarisatie tot het takenpakket van de specialist ouderengeneeskunde. Immers wie van onze kwetsbare oudere patiëntenpopulatie heeft geen ‘recht’ op problemen op het gebied van intimiteit en seksualiteit, alleen al gezien de polyfarmacie en multiple comorbiditeiten bij deze doelgroep.